22 Oktober 2017
Home > Nieuws > Algemeen > 'Verdient foodwatch wel een Charity Award?'

Beste bezoeker,

Wij zien dat u een adblocker gebruikt waardoor u alleen advertenties ziet die door uw adblocker worden goedgekeurd.

'Verdient foodwatch wel een Charity Award?'

COMMENTAAR (ingezonden)- “Deze week stuurde Foodwatch tot mijn verbazing een tweet dat ze genomineerd zijn voor de NRC Charity Awards. Meer dan de helft van de berichten van Foodwatch zijn niet alleen te sensationeel, maar ook feitelijk onjuist. Als je op mijn blog kijkt, zie je bij het label Foodwatch een aantal knelpunten toegelicht. Het kan toch niet zo zijn dat een partij die verwarring zaait door vooral nepnieuws te  verspreiden daarvoor door een serieuze krant wordt beloond?

De Charity Awards zijn bedoeld voor goede doelen om een groter bereik te realiseren. Voor de genomineerden wordt een campagne ontwikkeld, die in de zomer in het NRC wordt geplaatst.  Er wordt gestemd door een vakjury en een publieksjury. De oorspronkelijke doelstelling van Foodwatch als voedselwaakhond leek me best zinvol. Maar de afgelopen jaren bleken ze zich niet in te zetten voor eerlijke voorlichting, maar schepten ze voornamelijk verwarring waardoor consumenten door de bomen het bos niet meer zien. Mensen die daar gevoelig voor zijn worden bang gemaakt zonder dat er realistische oplossingen worden geboden.

Een kritisch geluid kan waardevol zijn, maar niet zonder oplossingen. Het probleem is echter dat Foodwatch niet beschikt over relevante kennis van voedselveiligheid en voeding. Het gevolg is dat ze vaak geen idee hebben waarover ze communiceren. Zo waren ze zelf super enthousiast dat supermarkten kleurstoffen uit hun snoep haalden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter niet dat deze gevaarlijk zijn. En ook al zou dat wel zo zijn, dat snoep zonder die kleurstoffen is ook ongezond.  Sinds het najaar zijn ze bezig met het onderwerp minerale olie. Er is niemand die niet zegt dat minerale olie in voeding niet schadelijk is. Schadelijkheid is echter afhankelijk van de mate van blootstelling en die is nog niet bekend. Ook is onduidelijk of alternatieven minder schadelijk zijn. Je wil het probleem namelijk niet groter maken. Dat aspect laat Foodwatch buiten haar communicatie, waardoor het geen informatie is maar slechts een manier om op te vallen. Een ander voorbeeld is het suikergehalte in potjes groente. Foodwatch neemt dan juist de rode kool met appels, die het allermeeste suiker bevat. De meeste potjes groente bevatten geen suiker en  bij diegene die wel suiker bevatten gaat dat gemiddeld om zo’n 3 gram suiker per 100 gram. Dat is niet veel. En voor mensen die anders geen groente eten is dat een prima keuze. Het is Foodwatch kwalijk te nemen dat ze dat aspect niet benadrukken.

Niet alleen het gebrek aan kennis is stuitend. Nee, dat geldt ook voor de manier waarop Foodwatch keer op keer de polarisatie opzoekt. Uit ervaring weet ik dat je beter met elkaar kunt praten als je het niet eens bent. Dan kun je samen een oplossing zoeken. Een consument is immers meer gebaat bij een oplossing.

Opvallen door extreme standpunten extra uit te vergroten en als nepnieuws te verspreiden is echt niet moeilijk. Consumenten informatie aanreiken vanuit verschillende perspectieven wel. Dat kost meer tijd en in de huidige media levert dat weinig aandacht op. In een wereld waarin de voedselverwarring extreem groot is zou een serieuze krant juist een dialoog moeten stimuleren waarbij naar constructieve oplossingen wordt gezocht.  En juist die oplossingen ontbreken standaard in de communicatie van Foodwatch.”

Liesbeth Oerlemans is klinisch epidemioloog, docent voeding en kritisch blogger via www.liesbethoerlemans.com.

Reactie Foodwatch:

“foodwatch is blij met de toenemende erkenning van gezaghebbende media als het NRC, de nominatie voor de Anti Fraude Award in 2016, en het groeiende aantal Kamervragen en bedrijven die hun producten verbeteren op basis van onze campagnes.

Bij succes hoort ook kritiek. Dat is prima, want kritiek houdt scherp. Blogster Oerlemans behoort tot onze trouwste criticasters. Haar kritiek is echter niet meer constructief. Zo stelt ze dat meer dan de helft van onze berichten feitelijk onjuist zijn. Welke dat zijn is niet duidelijk. Dat je het oneens bent met een bericht van foodwatch, maakt het bericht nog niet onjuist.

foodwatch beschermt de rechten van de consument, onder andere door aandacht te vestigen op praktijken van de voedingsindustrie die niet in het belang van consumenten zijn. Het benoemen en inzichtelijk maken van de problemen rondom voedsel is een belangrijk deel van onze werkwijze. Door de vinger te leggen op de zere plek, maakt foodwatch zich hard voor verbetering.

Kort ingaand op de foodwatch campagnes die Oerlemans noemt:

1. Kleurstoffen: Op producten met de 6 ‘Southampton Six’ kleurstoffen staat dat deze ‘de activiteit en oplettendheid van kinderen nadelig kan beïnvloeden’. Deze waarschuwing werd verplicht na onderzoek van de Universiteit van Southampton, een onafhankelijke commissie van toxicologen van de Britse Food Standards Agency die de conclusies onderschreven, en vele andere onderzoeken die een wisselend beeld met regelmatig negatieve gezondheidsgevolgen van de kleurstoffen lieten zien.

2. Minerale olie: foodwatch deed labonderzoek en voert al ruim een  jaar campagne om consumenten te beschermen tegen de besmetting van producten met schadelijke minerale oliën. Voor de start van onze campagne stond het onderwerp niet op de politieke agenda, maar dankzij onze acties hebben we al vele successen geboekt: het probleem is erkend door  de Europese Commissie, het Europees Parlement, en ook in Nederland door Minister Schippers. Diverse supermarkten en fabrikanten namen, na gesprekken met foodwatch, maatregelen. En hierin wijzen de neuzen nu dezelfde kant op: dit probleem móet worden aangepakt, mogelijke oplossingen zijn al voor handen. Zonder onze campagne wijst iedereen naar elkaar – foodwatch blijft daarom hard nodig om de vaart erin te houden.

3. Suiker: Met het onderzoek rond toegevoegde suiker in groenteconserven liet foodwatch zien hoe wijdverbreid het probleem van toegevoegd suiker aan voedsel daadwerkelijk is – zélfs aan (ontegenzeggelijk gezonde) groenten, wordt vaak nodeloos veel suiker toegevoegd: wel 46% van de onderzochte groenteconserven bevatten toegevoegde suiker. Om aan te tonen hoe ver dit gaat, rekenden we voor dat, wanneer je je dagelijkse portie groente zou eten in de vorm van 250g rode kool met appeltjes van het AH huismerk, je zelfs over je dagelijkse advies voor toegevoegde suiker heen gaat. Ondertussen heeft de minister aangekondigd dat de conservenfabrikanten nog dit jaar met een plan komen voor suikerreductie in groenteconserven.

Oerlemans bekritiseert hoe foodwatch consumenten over bovengenoemde voedselproblemen voorlicht, maar mist daarmee de kern van ons werk: foodwatch is erop gericht het voedselbeleid te beïnvloeden en verbeteren, door de aandacht te vestigen op de dossiers waar het beleid faalt – hetgeen ons in alle drie de bovengenoemde campagnes is gelukt. En daar zijn we best trots op.”

Ilse Griek, directeur foodwatch.

 

Bron: Levensmiddelenkrant