Toine Timmermans-elketeurlinckx Toine Timmermans, directeur van Samen tegen Voedselverspilling.

De (im)perfectie van de agf-afdeling en wat dat doet met voedselverspilling

VEGHEL – Rechte courgettes, appels zonder deukjes en bananen die mooi geel zijn, maar niet té. We hebben als consument een bepaald verwachtingspatroon als we op de agf-afdeling van de supermarkt komen. Wortels met drie benen? Een keer is leuk, maar altijd? Paprika’s die helemaal gekronkeld zijn laten we ook liggen. Wat betekent dit voor de voedselverspilling?

Lisa van der Linden |

Door de jaren heen hebben we met z’n allen een beeld gevormd van hoe groenten en fruit eruit moeten zien: mooi van kleur, glimmend, zonder deukjes, recht of krom (afhankelijk van welk soort) en bovenal smakelijk. Dat is nog knap lastig met een natuurproduct en dus is constante kwaliteit niet altijd te garanderen. Tenzij je de ‘mislukkelingen’ eruit haalt, zoals gekronkelde paprika’s, kaarsrechte bananen en wortels met drie ‘benen’. Hoogleraar Marketing en Consumentengedrag Ilona de Hooge doet al jaren onderzoek naar hoe boeren, supermarkten en consumenten omgaan met de zogenoemde imperfecte producten. In een onderzoek hiernaar schrijft zij dat boeren vaak wel willen verkopen, maar dat zij denken – of ervaren – dat supermarkten deze anders uitziende groenten en fruit niet willen inkopen. Supermarkten daarentegen ontkennen dit en schuiven de verantwoordelijkheid door naar de consument, die volgens de foodretailers geen afwijkende producten wil kopen. Uit consumentenonderzoek blijkt juist dat er bereidheid is om producten die anders worden weggegooid, te kopen en eten.

Oplossing
Toch zijn er meer partijen in de keten die de verkoop van imperfecte groenten en fruit lijken ‘tegen te houden’. Het voedselsysteem is er namelijk zo op gericht dat alles in de transportkrat past. Daar waar er nu twintig rechte komkommers inpassen, zijn dat er straks misschien maar vijftien omdat ze een andere vorm hebben. Die standaardvormen zijn ook van belang bij de voedselverwerkende bedrijven, die de machines hebben ingesteld op een bepaalde lengte en breedte. Volgens De Hooge ligt de oplossing daarom niet bij de consumenten of de supermarkt, maar bij de hele keten.

Terugdringen voedselverspilling
Daarmee komen we bij Toine Timmersmans, directeur van Samen tegen Voedselverspilling. Dit is de organisatie die zich inzet om voedselverspilling in de gehele voedselketen terug te dringen: van de boer tot de consument en alles daartussen. Ook al liggen niet alle imperfecte producten zichtbaar op de agf-afdeling, betekent het niet dat ze niet worden gebruikt: vaak worden ze alleen ingezet in verwerkte producten. “Kleine bloemkolen en paprika’s zitten bijvoorbeeld in de verspakketten en net iets te rijp fruit gaat naar de verwerker voor smoothies. Albert Heijn geeft het aan als een product door oogst schade heeft opgelopen, als gevolg van droogte of hagel”, zegt Timmersmans. Hij deelt de cijfers van de hoeveelheid producten die niet geschikt zijn voor de directe verkoop: “Bij de grootschalige teelt van glasgroentegewassen ligt de hoeveelheid producten die niet geschikt zijn voor de directe verkoop voor de belangrijkste gewassen op ca: 2-2.5% voor tomaat, 4-5% voor paprika en 1-2% voor komkommer. De meeste van deze afkeur voor klasse 1 wordt tegenwoordig verwerkt in snijderijen, of verwerkt tot blends of sauzen.” Het gaat hierbij om verlies door de hele keten: van te kleine groenten die door de oogstmachines op het land vallen tot aan producten met een deukje die thuis sneller kapot gaan.

Uit de jaarlijkse retailmonitor van Samen tegen Voedselverspilling blijkt dat groenten (16,9% van het totaal aan verspilling) en fruit (17,7%) een productcategorie is waarin veel wordt verspild. Voor een deel bestaat dit uit minder mooie of rotte producten in de verpakking.

"De een kan nog zo goed z’n best doen, maar als het in de volgende ketenschakel verloren gaat, helpt het nog steeds niet"

Oorzaken en oplossingen
Binnen groenten en fruit zien we grofweg vier oorzaken voor afkeur. Allereerst de handelsnormen, waarvoor UNECE (VN-organisatie) en Codex verantwoordelijk zijn, die per product verschillen. Timmermans: “Laten we vooropstellen: handelsnormen zijn opgesteld door producenten en handelaren, juist om onder andere voedselverspilling te voorkomen: een rot product kan een hele badge aansteken. Maar sommige normen zijn wat doorgeschoten. Dat is bijvoorbeeld het geval bij bananen: er moet een bepaald aantal aan de tros zitten en ze mogen niet te recht zijn. Met als gevolg regelmatig veel afgekeurde partijen in het land van herkomst, tot wel 10%.”
Bovenop de handelsnormen worden soms extra cosmetische eisen gesteld die vooral gevolgen hebben voor soorten die meer gevoelig zijn voor cosmetische afwijkingen dan anderen. Timmermans legt dit uit: “Een paprika heeft door z’n onregelmatige vorm een grotere kans op afwijking dan bijvoorbeeld tomaat en komkommer. En daarmee grotere kans op afkeuring op basis van cosmetische eisen.”
Verder worden producten die per vliegtuig worden aangevoerd ook meer afgekeurd in het productieland en omdat de kosten voor vervoer hoog zijn, worden vaak strengere keuzes gemaakt. “De meest extreme voorbeelden horen we bij ingevlogen sperziebonen uit bijvoorbeeld Kenia, waarbij soms wel 50% wordt afgekeurd”, aldus Timmermans.

Als laatste zijn er nog seizoensproblemen, want voor onder meer pompoenen is nog nauwelijks een markt voor afwijkende maten.
Hoe zouden we voedselverspilling door uiterlijke eisen verder kunnen terugdringen? Timmersmans: “Er zijn recente voorbeelden dat door versoepeling van handelsnormen minder producten verloren gaan. Bijvoorbeeld bij tafeldruiven is de verspilling op pakstations gedaald van 5% naar 1%. Simpel door toe te staan dat er drie in plaats van een trosje druiven in een verpakking mogen om het gewenste gewicht te krijgen. Wat mij betreft mag er ook een versoepeling komen in de afspraak voor het aantal bananen dat minimaal aan een tros moeten zitten (vijf stuks, Codex, red.). Dat zou een enorme hoeveelheid van het meest verspilde fruitproduct in de keten kunnen schelen, en draagt bij aan een eerlijke prijs en eerlijke handel.

Ketensamenwerking
Overal in de keten neemt men verantwoordelijkheid en maakt men afspraken om voedselverspilling terug te dringen. Een voorbeeld hiervan is dat een aantal supermarkten zijn gestart met ‘buitenbeentjes’ en ‘verspil-me-nietjes’. Hoewel dat een goede innovatie is, ziet Timmermans liever een samenspel in de keten. “De een kan nog zo goed z’n best doen, maar als het in de volgende ketenschakel verloren gaat, helpt het nog steeds niet”, benadrukt de directeur.

Uiteindelijk komen ook de imperfecte producten goed terecht. De meeste retailers hebben afspraken met hun boeren en telers voor de afname. En veel boeren hebben afspraken met verwerkers over hun imperfecte oogst, die vaak wordt gebruikt voor andere producten. Denk aan soepen, sauzen en sappen. Een tweede stap zou zijn dat het wordt verwerkt tot veevoer. “Wij stimuleren het nemen van ketenverantwoordelijkheid: wendbaar, weerbaar en wederkerig. En daarin passen total use -afspraken. Wij zijn voorstander van afspraken tussen retail en groente- en fruitleveranciers om de totale oogst af te nemen”, stelt Timmermans.

Welwillendheid
Consumenten zijn ondanks het perfecte plaatje nog altijd bereid om groenten of fruit met een afwijkende vorm te kopen, zo vertelt Timmermans. “Dit is wel afhankelijk van het product. Met name voor komkommers is er een grote mate van bereidheid. Wat nadrukkelijk helpt is een prijsprikkel, zoals een kortingsstickers, of een positieve marketing zoals ‘mooi van nature’.”
Hoe is het dan ontstaan dat we graag perfecte groenten en fruit willen? “Nederland is van origine een handelsland. Traditioneel lag de focus op export en er zijn tal van voorbeelden waaruit blijkt dat we in Nederland juist de tweede kwaliteit of reststromen benutten. Dat is echter de laatste jaren sterk veranderd, want vers is het visitekaartje van de supermarkten”, zegt Timmermans.

Resultaat
Niet alleen de consument is kritisch, ook supermarkten zijn volop bezig om hun keten te verduurzamen en voedselverspilling tegen te gaan. De vraag is hoe je dat doet als er tegelijkertijd ook strenge ‘cosmetische’ eisen zijn. “Als je deze eisen hanteert en combineert met een ketenbrede aanpak met ketenpartners en consumenten, dan kun je zowel een perfecte agf-afdeling hebben als voedselverspilling terugdringen. Supermarkten zetten in op reductie van minimaal 50% in hun eigen operatie. De retailbranche is de eerste sector die voedselverspilling groot en gezamenlijk monitort en aanpakt. We monitoren daar al sinds 2018. Sindsdien is er ook een daling van 34% in de eigen operatie. Daarnaast zijn ze bezig met de aanpak in de toeleveringsketen, en hebben ze inmiddels honderden producten in het schap die deels gemaakt zijn van reststromen. Maaltijdpakketten helpen consumenten minder te verspillen. En de flexibele normen werken door in miljoenen kilo’s geredde producten (door hun schaalgrootte telt het snel op, red.)”, aldus Timmermans. Een grote slag is gemaakt met verlenging van houdbaarheid door nieuwe verpakkingen. Daarnaast werkt de retail ook actief met verspillingsstandaarden die ze vragen van hun leveranciers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan vlees met een lagere CO2-voetprint door het voeren van reststromen of ketenconcepten zoals Oranjehoen en Kipster die hebben ontwikkeld met respectievelijk Jumbo en Lidl.”
Als de keten zich al zo bezighoudt met het terugdringen van voedselverspilling binnen agf, waar liggen dan nog kansen? “Richting consument valt nog meer te doen, denk aan het verkleinen van portiegroottes”, sluit Timmermans af.

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.