ChatGPT Image 27 jul 2026, 08_33_59 Het team voor de tijdelijke locatie in Steenwijk. V.l.n.r.: Eelco (FM), Frans en Erik (AFM) en Bert Vis

Jumbo-ondernemer Bert Vis: ‘Straks is de winkel klaar voor de toekomst’

STEENWIJK – De Jumbo-winkel van ondernemer Bert Vis in Steenwijk was aan vernieuwing toe. Sinds kort zit hij in een tijdelijke winkel, een voormalig garagebedrijf. Het oude pand uit de jaren zeventig was niet meer functioneel.

Gerard van Oosbree |

De winkel bestond na diverse uitbreidingen uit een aaneenschakeling van winkelruimtes. Overal pilaren en aan elkaar gekoppelde daken die regelmatig zorgden voor lekkage. De maat was vol voor Vis en daarom kiest hij nu voor nieuwbouw. 

Op het moment dat Levensmiddelenkrant de ondernemer spreekt, is het oude pand gesloopt en staat de fundering voor de nieuwe winkel er al. “Ik zit er bijna dertig jaar en heb twee keer uitgebreid. Toen de gelegenheid zich voordeed, heb ik dat direct aangepakt. Daar komt bij dat ook Lidl en Aldi nieuwbouw plegen aan de overkant. Daar liggen nu twee zandvlaktes, drie met die van mij erbij. Lidl zit net als ik in een tijdelijke winkel. Aldi zit nog in de oude winkel. Alles staat hier op z’n kop”, vertelt Vis.

Perkpaaltjes
Met de nieuwbouw van de andere twee winkels zagen de gemeente en energiebedrijven ook hun kansen schoon om de infrastructuur aan te pakken. Dat was het moment voor Jumbo, als eigenaar van het pand, om door te zetten. “Jumbo heeft de formule en het pand. Dat zijn de perkpaaltjes waarbinnen ik mij vrij kan bewegen. De samenwerking is constructief, bijvoorbeeld bij de algemene winkellay-out. Waar komt de voordeur? Wat vind je belangrijk aan de parkeerplaats, de laad- en losplaats? Dat zijn allemaal zaken die vrij makkelijk in te tekenen zijn”, aldus de ondernemer.

Vis is van oudsher geen supermarktman en al helemaal geen kruidenier, zegt hij. “Ik heb de indeling van de winkel dus bij mijn team neergelegd en gezegd: “Schiet er maar op”. En dan komen er hele mooie dingen uit. Dan kijk ik nog naar de routing van onze ruimte en die van de klant. Als je achter die toonbank staat, is dat dan wel lekker werken met z’n vijven? Of gaan alle meters naar KW in plaats van het brood? Ik kijk naar dingen die ik belangrijk vind voor de consumenten, voor de mensen waar we het tenslotte voor doen. Het is een vergrijzende generatie en steeds een groter deel van je klandizie. Die vragen ook om meer faciliteiten.”

Tijdelijke winkel
De zoektocht naar een geschikte locatie voor de tijdelijke winkel duurde best wel lang. Zo’n anderhalf jaar volgens Vis. In die tijd werd er van alles overwogen met de gemeente en pandeigenaren. Maar er was altijd wel iets moeilijks, zoals bereikbaarheid, niet genoeg parkeergelegenheid, slechte infrastructuur of te weinig stroom. Er was niets te vinden, totdat het garagebedrijf vrijkwam waar ze nu tijdelijk in zitten.

“We hebben een aantal criteria die doorslaggevend zijn, zoals stroom en voldoende parkeergelegenheid. Het pand van binnen moet geen obstakels hebben”, legt Vis uit. “We hebben hier alleen een paar tussenwanden weggehaald. Er zitten wat minder vierkante meters in dan de oude winkel, maar de klant ervaart het niet. Het is industrieel als je hier binnenkomt. De grond is grijs beton, het plafond is hoog en er hangen nog wat haspels. Klanten zeggen dat het wel een foodmarkt in een industriehal lijkt”, zegt Vis lachend.

"Ik kijk naar dingen die ik belangrijk vind voor de consumenten"

Klaar voor de toekomst
De ondernemer hoopt in de zomer van 2027 te kunnen openen met de nieuwe winkel op de oude plek. “Als we geen tegenvallers hebben”, waarschuwt hij. “Het is in ieder geval klaar voor de toekomst. De klant gaat zeker merken dat de nieuwe winkel anders is. Het oude pand had twee ingangen in een langwerpig pand met een diepe winkel. We krijgen nu een brede winkel. Dan kom je al snel op de vraag waar we drie meter van willen: waar willen we twee meter van? Daar kijk ik niet eens naar; dat doet mijn team. In die zin is het een mooi proces als je ziet hoe die de vrijheid benutten.”

Vis houdt zich nu voornamelijk bezig met “rust in de keet houden”, zoals hij het zelf omschrijft. “Vertellen waar ze moeten zijn als ze er niet uitkomen en de mensen bij elkaar houden. Je weet in een tijdelijke winkel niet hoe groot je maandomzet zal zijn. Er zijn medewerkers die meer uren draaien, er zijn er die minder draaien. Bij die laatste groep hoor ik”, legt hij met een knipoog uit. Hij heeft nu minder klanten, maar een hogere besteding per klant, omdat hij verder van het centrum zit. Waar klanten door de kleine afstand soms drie tot vier keer per week boodschappen kwamen doen, komen ze nu één keer per week. “Het wordt straks de sport om de mensen die meer besteden vast te houden als we weer teruggaan naar de nieuwe winkel. Als we weten wie het zijn, is de marketingcampagne ook al voor de helft klaar.”

Magere tijd
Naast de winkel zelf heeft Vis het nog druk met andere zaken. Hij is voorzitter van de winkeliersvereniging op het plein en verhuurt een aantal panden aan andere winkeliers daar. “Die hebben het natuurlijk even moeilijk met twee verdwenen supermarkten. Ik ben ook druk met hoe zij de magere tijd doorkomen. Op weg naar de opening van het vernieuwde plein moeten we ook zorgen dat de bouw niet onnodig overlast veroorzaakt voor de winkels die nog open zijn. Die processen lopen allemaal”, vertelt Vis.

Achteroverleunen
Voor Bert Vis, die ondertussen de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, is dit het laatste grote project. Zijn ambitie is om zijn team, waarvan velen al jaren voor hem werken, zelf de winkel lekker te laten draaien. “Ik ben zelf niet meer zo actief, alleen als er storingen ontstaan. Dan wijs ik ze de weg. Ik leun nog wat achterover en ik mag het project afmaken. Dat was het sluiten van de oude winkel en de verhuizing naar de tijdelijke winkel. Straks deze weer sluiten, afbouwen en naar de nieuwbouw. Dan lekker rust in de keuken en als we weer zwarte cijfers draaien, het team en de winkel overdragen aan een nieuwe eigenaar. Dat houdt mij nog even van de straat. Ik keek onlangs naar mijn bureau en dat was leeg. Ik dacht bijna dat ik niets meer te doen had”, zegt hij met een lach. “Maar dat komt wel weer.”

Bron: Levensmiddelenkrant