Afgedwongen transitie landbouw- en voedselsysteem zet boeren onder druk

‘Boeren en tuinders maken goed eten en dat blijven we zeker doen’

[SPECIAL: HUISJE, BOOMPJE, BEESTJE] NIEUWVEEN - ‘Papa, kan ik nog boer worden?’ Onderweg naar de redactie van Levensmiddelenkrant staat een protestbord, midden tussen velden waar de gewassen al aardig hun kop opsteken. Daar vlak achter kondigt Hoogvliet aan trotse afnemer te zijn van de producten van dit land. Ondertussen blokkeren talloze tractors van boze boeren de distributiecentra van verschillende supermarktformules en is heel Nederland volgehangen met de driekleur op z’n kop. Wat is er aan de hand? We namen contact op met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en vroegen ook Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) naar haar visie op de veranderende Nederlandse landbouwsector. “Er wordt veel van de boeren gevraagd.”

De grenzen zijn bereikt van wat de leefomgeving aankan, stelt minister Henk Staghouwer. “We staan voor de immense opgave de biodiversiteit te herstellen en de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen naar de lucht en van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar het water substantieel te verminderen. De aanpak hiervan duldt geen uitstel. Het gaat daarbij niet om het bijschaven van de scherpe randjes, maar om een gehele transitie van het landbouw- en voedselsysteem”, aldus de minister. De gebiedsgerichte aanpak die hij vervolgens uitrolt ‘zal onvermijdelijk leiden tot ingrijpende aanpassingen in het landelijk gebied en de agrarische sector’. De ‘pijnlijke boodschap’ daarbij: niet alle boeren kunnen door met hun agrarische onderneming.

Kringlooplandbouw
Boeren moeten – en dat is al een tijdje het geval – de omslag maken naar kringlooplandbouw. Maar hoe? De minister meent dat er diverse perspectieven voor de boeren zijn en geeft aan op welke manieren de staat ondersteuning kan bieden bij de transitie. Via ‘doelsturing’ wil hij ‘agrariërs en tuinders ruimte bieden om zelf te bepalen hoe zij hun bedrijfsvoering willen inrichten’. Hij ziet de transitie pas als geslaagd als de boeren ‘bedrijfseconomisch perspectief voor de lange termijn hebben’, oftewel: als ze er een (goede) boterham mee kunnen verdienen. En hij benadrukt dat de hele keten een verantwoordelijkheid heeft voor de overstap naar kringlooplandbouw: eigenaren van landbouwgrond, banken en andere financiers, toeleveranciers, afnemers, voedselverwerkers, distributeurs en transporteurs. Staghouwer: “En natuurlijk ook de consument, zowel in Nederland als in het buitenland. De tijd van op elkaar wachten en naar elkaar wijzen is voorbij.”

Stikstofkaart
Blijft de vraag: hoe moeten boeren die omslag maken? Daarvoor is volgens de minister geen blauwdruk, maar hij onderscheidt een aantal ‘hoofdrichtingen voor ontwikkeling’, die overigens ook in combinatie kunnen worden gevolgd. De eerste is technische innovatie, waarbij we moeten denken aan zaken als emissiearme stallen, de toepassing van precisietechnieken voor bemesting en het inzetten van artificiële intelligentie. Extensiveren, het minderen van het aantal dieren, is de tweede ontwikkelrichting. Hoe veeboeren een goed verdienmodel kunnen realiseren is de vraag, maar daar weet de minister wel wat op: ze kunnen bijvoorbeeld hun land voor recreatieve doeleinden inzetten of een hogere prijs voor hun product vragen. Omschakelen naar nieuwe producten of diensten is een derde richting voor boeren in transitie. Denk aan de overgang naar biologische landbouw, het telen van eiwitgewassen, het verbouwen van biogrondstoffen (bijvoorbeeld voor de bouw) of het openen van een agrarisch kinderdagverblijf. Ten slotte kunnen boeren hun bedrijf ook verplaatsen. Geen gemakkelijk proces, gezien de stikstofkaart die onlangs door minister Christianne van der Wal van Stikstof en Natuur werd gepubliceerd. Hierop staat per gebied aangegeven hoeveel stikstofreductie moet worden gerealiseerd, en dat varieert van 12 tot soms 95 procent. Uiteraard is simpelweg stoppen met het bedrijf ook een optie voor de minister. Waar de boeren en tuinders ook voor kiezen, ze zullen middels verschillende regelingen worden ondersteund, belooft de minister, die tot en met 2035 ruim 24 miljard euro beschikbaar stelt voor de transitie.

Sector onder druk
Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) liet direct weten de plannen van de minister ‘onrealistisch’ te vinden en stelt dat de Kamerbrief waarin Staghouwer zijn visie en plannen uiteenzet, ondanks ‘enkele empathische woorden’ ‘hard binnenkomt’ bij boeren en tuinders. “Er wordt veel van ze gevraagd”, stelt Josephine Stellingwerf, communicatieadviseur van LTO, onomwonden vast. “Ze moeten duurzaam produceren en telen, op een andere manier dieren houden en nadelige effecten op natuur, milieu, klimaat en de directe leefomgeving minimaliseren. In de politiek en samenleving zijn tegenstellingen met betrekking tot land- en tuinbouw toegenomen. De sector staat daardoor onder druk, maar tegelijkertijd biedt dit ook kansen voor de toekomst en een nog duurzamere land- en tuinbouw”, aldus Stellingwerf.
De landbouw staat dus voor grote uitdagingen, zowel op mondiaal, nationaal als regionaal niveau. Neem de Europese ambities op het gebied van klimaat, milieu en natuur. Stellingwerf: “Die hebben een groot effect op de Nederlandse landbouw. Denk aan de Greendeal- en Farm-toforkstrategie. Er zal veel aandacht zijn voor het versterken van duurzaamheid, met veel bijbehorende regels, en minder focus op de meer traditionele inkomenssteun voor boeren. In Nederland is er een voortdurende vraag naar meer grond: voor woningbouw, natuur en landbouw. De maatschappelijke verwachtingen van de landbouw zijn verschoven naar boeren en tuinders die naast voedselproductie ook aandacht hebben voor biodiversiteit, natuur en klimaat. Dat vergt een andere manier van werken, en dus ook van belonen.”

Goed eten
Is daarmee ook de kwaliteit van ons voedsel in het geding? Stellingwerf meent van niet: “Boeren en tuinders maken goed eten en dat blijven we zeker doen. Maar als er niets verandert in de huidige plannen, dan kan dat wel vergaande gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van Nederlands voedsel, want ze hebben impact op iedereen: van de primaire producent tot verwerkers en anderen partijen in de keten.” Wat Stellingwerf betreft profiteren consumenten in en buiten Nederland van het goede, gezonde en betaalbare voedsel dat de boeren en tuinders in ons land met trots voor ze maken. “Tegelijkertijd heeft de maatschappij steeds meer wensen over de manier waarop voedsel wordt geproduceerd”, erkent ze. “Daar hebben we oog voor. Boeren en tuinders investeren zelf veel in verduurzaming, maar zien dat te vaak niet terug in de prijs die ze voor hun producten krijgen. Daar zal verandering in moeten komen. Het coalitieakkoord biedt daar wat betreft een bijdrage uit de keten handvatten voor, maar de Kamerbrede kritiek van de ‘perspectiefbrief’ van minister Staghouwer van voor de zomer laat zien dat het kabinet nog geen oplossingen heeft voor de steeds hoger wordende kosten van het eigen beleid.” Betekent minder boeren dan ook dat voedselproducenten die hun grondstoffen van dichtbij willen halen straks duurdere en minder duurzame producten van ver moeten laten komen? Stellingwerf denkt van wel: “De behoeften en vraag van consumenten veranderen niet als er hier boeren en tuinders verdwijnen. De verwerkende industrie zal de Nederlandse grondstoffen dus inderdaad ergens anders vandaan halen en/of de verwerkende industrie naar het buitenland verplaatsen. In veel gevallen zal dat minder duurzaam zijn”, antwoordt ze. “Boeren en tuinders zijn verankerd in het Nederlandse platteland, dragen bij aan een sterke primaire sector en worden wereldwijd erkend voor hun duurzame en efficiënte manier van produceren. Zij zorgen voor goed eten, mooi groen en sterk ondernemerschap. Bovendien is de koe in de wei een iconisch Nederlands beeld. Een overgrote meerderheid (77 procent) van de Nederlanders ziet boeren en tuinders als noodzakelijk voor de vitaliteit en de leefbaarheid van het platteland. Maar het platteland zal de komende jaren ingrijpend veranderen als gevolg van bijvoorbeeld bevolkingskrimp, de trek van mensen naar het stedelijk gebied en het verlies aan economische bedrijvigheid en voorzieningen in het landelijk gebied. Als boeren en tuinders verdwijnen, komt het landelijk gebied zoals wij dat nu kennen in het gedrang.”


Vanwege het zomerreces heeft minister Staghouwer ons verwezen naar zijn Kamerbrief d.d. 10 juni 2022. Hier hebben wij vervolgens zijn uitspraken uit gehaald. Bij het ter perse gaan van deze editie werd bekend dat Staghouwer aftreedt.

Bron: Levensmiddelenkrant

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.