‘Met een sopje van groene zeep kom je ook al een heel eind’

Een kijkje in de wereld van schoonmaakmiddelen

[SPECIAL: SCHOONMAAK] AMSTERDAM - Schoonmaakmiddelen zijn in elk huis te vinden, van schuurmiddel en vetverwijderaar tot afwasmiddel en bleek. In deze special duikt Levensmiddelenkrant in de wereld van de reinigers. 

In deze special is te lezen hoe een supermarktondernemer zijn winkel spic en span houdt, wat de branchevereniging NVZ – Schoon, Hygiënisch, Duurzaam, doet, hoe schoonmaakartikelen in het schap belanden en wat er nou eigenlijk in deze middelen zit.
Allereerst een introductie in schoonmaakmiddelen. Onder schoonmaakartikelen vallen simpelweg alle middelen die voor het reinigen worden gebruikt.
Volgens de Cirkel van Sinner zijn er vier elementen van belang om iets schoon te maken: chemie, beweging, tijd en temperatuur. Gebruik je meer van de één, heb je ook meer van de ander nodig.

Gevaren
Wanneer mensen met schoonmaakmiddelen omgaan zijn er verschillende gevaren aanwezig. Het ene middel mag niet met de blote huid worden aangeraakt en het andere mag niet in de buurt van een warmtebron komen. De gevaarsymbolen van de Nederlandse Voedselen Warenautoriteit (NVWA) spelen hierbij een belangrijke rol. Hierdoor wordt duidelijk waar consumenten op moeten letten en hoe producten gebruikt dienen te worden. Behalve gevaarsymbolen staan op etiketten ook gevaaraanduidingen. Hiermee wordt duidelijk hoe het product veilig te gebruiken is. Dit zijn maatregelen die waarschuwen of gevaar aanduiden, bijvoorbeeld: ‘Veroorzaakt huidirritatie’ of ‘Damp niet inademen’. Naast het infomeren over de gevaren van deze middelen, handhaaft de NVWA de regels voor consumentenproducten. Zij houden toezicht op producenten, importeurs en handelaren.

Impact op natuur en toekomst
De chemische stoffen in schoonmaakmiddelen hebben niet alleen een impact op de mens, maar ook op de natuur. Schoonmaakmiddelen die gevaarlijk zijn voor het milieu zijn te herkennen aan het gevaarsymbool ‘Milieugevaarlijk’. Tijdens de coronacrisis zijn consumenten en professionals meer schoonmaakproducten gaan gebruiken. Of dit invloed zal hebben op de natuur is de vraag. Professor dr. Annemarie van Wezel is hoogleraar milieuecologie aan de Universiteit van Amsterdam en is lid van de Gezondheidsraad en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Zij zegt hierover: “Het is nu nog moeilijk te zeggen in hoeverre dit een invloed gaat hebben op het milieu, omdat er nog niet voldoende onderzoek naar is gedaan. Maar ik verwacht dat er hogere concentraties chemische stoffen in milieu en mens worden aangetroffen, aangezien ze meer worden gebruikt.” Kijkend naar de toekomst gaat Van Wezel verder: “Er wordt tegenwoordig steeds meer ingezet op de R’s: refuse, reuse & recycle. Refuse is een goed alternatief waar we meer op zullen moeten inspelen. Voor fabrikanten betekent dit misschien dat ze bijvoorbeeld meer schuurborstels moeten gaan verkopen in plaats van nieuwe schoonmaakproducten.” Hoewel de hele wereld bezig is met duurzaamheid en overstapt naar zoveel mogelijk natuurlijke stoffen, komen er in reiniging juist voornamelijk nieuwe stoffen bij. Van Wezel: “Het is afhankelijk van de wetgeving waar het in de toekomst heen zal gaan. Wel zien we dat we met de Green Deal of het Farm to Forkinitiatief toewerken naar lagere emissies en duurzamer met de wereld om moeten gaan. Hier hebben ook schoonmaakfabrikanten een hand in. Of al de verschillende schoonmaakproducten echt nodig zijn? Uiteindelijk maakt een sopje met heet water en groene zeep ook goed schoon.”

Biociden om virussen te doden
De schoonmaakartikelen in de supermarkt bestaan uit uiteenlopende bestandsdelen en zijn dus aan verschillende wetten gebonden. Van Wezel: “Wanneer schoonmaakproducten claims hebben – dat ze een desinfecterende werking hebben, bijvoorbeeld – moeten ze worden goedgekeurd alvorens het in de schappen kan verschijnen. Middelen die het label ‘desinfectie’ dragen, bevatten een biocide.” Dit middel is voornamelijk tijdens de coronacrisis belangrijk geworden, omdat hiermee schadelijke of ongewenste organismen worden bestreden en virussen vernietigd kunnen worden. Schoonmaakmiddelen die biociden bevatten mogen alleen worden verkocht en gebruikt wanneer de biocide is goedgekeurd door de Europese Commissie. “De Europese Commissie is verantwoordelijk voor de goedkeuring van werkzame stoffen. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden zorgt namens de Nederlandse overheid voor de beoordeling en toelating van middelen waarin deze werkzame stoffen worden toegepast”, zo is te lezen op de website over biociden (biociden.nl). Het Ctgb bepaalt of deze veilig zijn voor mens, dier en milieu en of ze worden toegelaten tot de markt. De derde partij die te maken heeft met wetgeving omtrent biociden is het European Chemicals Agency (ECHA). Dit agentschap voor chemische stoffen zet zich in voor veilig gebruik van chemische stoffen en het concurrentievermogen in Europa. Daarnaast coördineert het op Europees niveau de beoordeling en ontwikkeling van methoden voor de risicobeoordeling voor de volksgezondheid, het milieu en innovatie.

Vrijstelling
Tijdens de coronacrisis is door het Ctgb extra vrijstelling verleend aan desinfectiemiddelen voor professionele gebruikers. Dit werd gedaan omdat er een dreigend tekort aan desinfectiemiddelen was. Hierdoor kwam er een ruimer aanbod aan middelen om het coronavirus te bestrijden.

Bron: Levensmiddelenkrant