DEN HAAG – De vleessector is boos op het kabinet. Dat wil vanaf 1 maart 2028 de sector verbieden om nog met uitzendkrachten te werken. Dit naar aanleiding van een rapport van de Arbeidsinspectie over misstanden in de vleessector in de periode 2023 tot en met het eerste kwartaal 2026.
In die periode ontving de Arbeidsinspectie bijna vierhonderd meldingen. De helft daarvan betrof arbeidsongevallen, de andere helft klachten over mogelijke overtredingen van andere arbeidswetten. De inspectie zelf voerde daarnaast nog honderden onderzoeken uit en legde voor meer dan een miljoen euro aan boetes op. De helft van de boetes werd opgelegd aan uitzendbureaus in de vleessector.
Verdienmodel
De misstanden die de inspectie aantreft zijn onder andere onderbetaling, illegale tewerkstelling, intimidatie en ontslag op staande voet van arbeidsmigranten. Marijke Kaptein, directeur toezicht uitzendwerk: "We zien al jarenlang dezelfde patronen terug. Intensief toezicht en opsporing zijn noodzakelijk, maar lossen de onderliggende oorzaken niet op. Uitzendbureaus en vleesbedrijven hebben hun verdienmodel rondom arbeidsmigranten gebouwd; belangrijke handelingen bij de slacht en vleesverwerking zijn niet machinaal en worden nog altijd handmatig gedaan. Risicovol werk vereist zorgvuldigheid en een robuuste werkgevers–werknemersrelatie om de zorgplicht voor veilig en gezond werk waar te maken. Zonder veranderingen blijven de risico's bestaan."
Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet besloten in te grijpen. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt na de ministerraad van vrijdag 3 juli bekend dat er in 2028 een verbod komt voor de vleessector om nog met uitzendkrachten te werken. “We zien te veel misstanden die in de negentiende eeuw thuishoren. De vleessector heeft alle kansen gekregen zichzelf te verbeteren, maar zij blijkt ontzettend hardleers. Met het uitzendverbod pakken we het probleem aan bij de bron. Alleen de eigenaar van het vleesbedrijf is straks nog verantwoordelijk voor gezonde, veilige en eerlijke werkomstandigheden. Het is afgelopen met jezelf verschuilen achter een uitzendbureau. Het is tijd dat er ook in de vleesindustrie eerlijk werk is voor iedereen”, aldus de minister.
Onvoldoende eigenaarschap
De vleessector had tot 15 juni de tijd om de misstanden flink terug te brengen. Volgens het kabinet heeft de sector hier niet serieus genoeg werk van gemaakt. Zo moest per juli 2026 minimaal 80% van de arbeidskrachten direct in dienst zijn. In zowel de roodvleessector, varkens en runderen, als de witvleessector, onder andere kippen, is dat nu de helft, terwijl de werkzaamheden structureel zijn. “De vleesketen heeft daarmee onvoldoende eigenaarschap gepakt en besteedt nog steeds het overgrote deel van het structurele werk uit aan uitzendbureaus”, staat te lezen in het bericht van de ministerraad.
Het verbod gaat gelden voor de hele vleesketen en specifiek voor de volgende activiteiten: slachten, verwerken, koelen en invriezen van vlees. Het verbod geldt niet voor functies als verkoopmedewerkers en administratief personeel. Bedrijven met minder dan twintig medewerkers vallen niet onder het verbod.
Draconisch
De vleessector is zacht gezegd niet blij met de aangekondigde maatregel van het kabinet. Volgens brancheorganisatie VleesNL is de maatregel “draconisch” en maskeert die het eigen onvermogen van de overheid om malafide praktijken gericht aan te pakken. De organisatie geeft aan dat je goed moet zorgen voor je mensen en dat misbruik en misstanden nooit acceptabel zijn. “Samen met onze leden hebben we de afgelopen periode keihard gewerkt en aantoonbaar verantwoordelijkheid genomen om misstanden rond de inzet van uitzendkrachten aan te pakken en de positie van medewerkers in onze sector te versterken. Dit heeft geleid tot strengere eisen aan uitzendbureaus, extra onafhankelijke controles, meer medewerkers in eigen dienst, het terugdringen van ontslagen op staande voet en minder ongevallen op de werkplek”, schrijft VleesNL.
Dagelijkse praktijk
De branchevereniging is van mening dat de maatregel van de minister ondanks de bereikte doelstellingen uit het actieprogramma “ontluisterend en ongehoord” is. De incidenten rond de uitzendkrachten zijn volgens de organisatie niet illustratief voor de dagelijkse praktijk in de vleessector, maar de minister wil dat niet inzien. “De maatregel draagt ook op geen enkele wijze bij aan het oplossen van de problemen rond werving, begeleiding en huisvesting van internationale medewerkers. Ook de uitzendkrachten zelf gaan er niet op vooruit. De beloning van uitzendkrachten is in Nederland al gelijkwaardig aan die van medewerkers in eigen dienst. Bedrijven zullen extra mensen in dienst moeten nemen om fluctuaties als gevolg van ‘piek en ziek’ op te vangen. Dit zal leiden tot hogere productiekosten, hogere vleesprijzen, verlies aan concurrentiekracht met mogelijk gevolgen voor de werkgelegenheid. Bij grote of onverwachte schommelingen moet een groter beroep worden gedaan op de medewerkers en zijn leveringsproblemen en mogelijk lege schappen niet uit te sluiten”, meent VleesNL.
Symboolpolitiek
Ook de branchevereniging voor de pluimveesector Nepluvi is verbaasd en teleurgesteld over het voornemen van het kabinet. De complete sector wordt hiermee over één kam geschoren, zonder oog te hebben voor de grote verschillen tussen de deelsectoren en zonder erkenning voor de forse stappen die onder meer door de pluimveesector de afgelopen jaren zijn gezet”, meldt de organisatie. "Dit is symboolpolitiek in plaats van goed beleid”, zegt Nepluvi-voorzitter Gert-Jan Oplaat. "Het kabinet kiest voor een generieke maatregel die bedrijven raakt die hun verantwoordelijkheid juist wél nemen. Wij hebben steeds aangegeven dat maatwerk noodzakelijk is. Problemen moeten worden aangepakt waar ze zich voordoen. Het is onbegrijpelijk dat een sector die aantoonbaar verbetert, nu op dezelfde manier wordt behandeld als bedrijven waar structurele problemen zijn geconstateerd."
De pluimveevleessector heeft volgens de branchevereniging de afgelopen jaren juist stevig geïnvesteerd in het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het terugdringen van de afhankelijkheid van uitzendkrachten. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de vakbonden. "Wij hebben niet afgewacht, maar gehandeld. Je mag verwachten dat het kabinet oog heeft voor de resultaten die geboekt zijn en begrijpt dat een cultuurverandering niet in twee jaar geregeld is. Dat gebeurt nu niet”, aldus Oplaat.
Wegjagen
Volgens Nepluvi wordt de Nederlandse vleessector steeds verder onder druk gezet. Gert-Jan Oplaat: "De consument eet steeds meer pluimveevlees, maar de slachterijen lijken we liever niet meer in Nederland te willen hebben. Daarmee wordt productie stap voor stap richting Oost-Europa of zelfs verder buiten Europa geduwd. Dat is slecht voor de Nederlandse werkgelegenheid. Wie productie uit Nederland wegjaagt, verplaatst die niet naar een land met hogere standaarden, maar vaak juist naar landen waar de eisen lager liggen. De Nederlandse overheid is dit momenteel op vele dossiers aan het doen, zo ook op dit dossier." Juist in Nederland wordt geproduceerd volgens de hoogste standaarden op het gebied van dierenwelzijn, voedselveiligheid, duurzaamheid en arbeidsomstandigheden, schrijft de organisatie.
Nepluvi heeft de hoop gericht op een motie van de Tweede Kamer waarin het kabinet wordt verzocht om het uitzendverbod zo doelgericht mogelijk toe te passen op die sectoren waarin daadwerkelijk sprake is van verhoogde risico’s op structurele misstanden.
Op dit moment loopt de internetconsultatie die acht weken duurt. Daarna gaat de maatregel naar de Tweede Kamer.
Bron: Levensmiddelenkrant / Out.of.Home Shops