IMG_0804.jpg Ondernemer Gertjan Nijhuis samen met zijn oudste zoon Joeri in de Albert Heijn-vestiging.

AH-ondernemer Gert-Jan Nijhuis werkt samen met zijn drie kinderen

UTRECHT – De Albert Heijn-winkel aan het Willem van Noortplein in Utrecht is een echt familiebedrijf. Gertjan Nijhuis staat aan het roer, maar zijn kinderen zijn inmiddels bij de zaak betrokken. “We hebben ons uiterste best gedaan om ze allerlei richtingen op te sturen, maar ze bleven tot mijn verbazing telkens weer interesse tonen in de supermarkt.”

Rosanne Wormgoor |

Nijhuis is al zijn hele leven verbonden met het fenomeen supermarkt. “Mijn vader was ondernemer, hij had een kleine buurtwinkel iets verderop. Ik lag in de kinderwagen achter in de winkel, zo ging dat toen. En ja, in een middenstandsgezin is het al gauw: wie flessen kan uitzoeken, mag aan de slag. Mijn vader overleed relatief jong en mijn drie broers hebben niets met de branche; vandaar dat ik het bedrijf heb overgenomen”, vertelt de ondernemer.

Van één naar drie en weer terug naar één
Na verloop van tijd groeide het bedrijf flink. Wat begon met één buurtwinkel breidde zich uit naar drie vestigingen. Uiteindelijk bleek die situatie niet houdbaar. Nijhuis verkocht de winkels en maakte de overstap naar Albert Heijn met een winkel aan het Willem van Noortplein. Die stap nam hij rond zijn vijftigste. “Toen ik thuis vertelde dat ik een nieuw bedrijf wilde starten, heb ik de afspraak met mijn vrouw gemaakt dat we er vol voor zouden gaan, maar niet eindeloos. Mijn idee was: we bouwen het goed op en tegen de tijd dat ik vijfenzestig ben, verkopen we de zaak weer.” Toch blijft het werk hem trekken. “Misschien doe ik het al te lang, maar zolang het leuk blijft, ga ik gewoon door”, lacht Nijhuis.
De overstap naar Albert Heijn heeft hem goed gedaan. “Eerder had ik een buurtwinkel met een eigen formule. Daarvoor moest ik zelf reclame verzinnen, zorgen dat de foldergebieden geregeld werden, de raambiljetten schilderen en de producten inkopen. Ik was zeven dagen in de week bezig. Hoe ik ooit verkering heb gekregen, dat vraagt iedereen zich nog steeds af. Het was vreselijk hard werken. Nu wordt een gedeelte daarvan uit handen genomen door Albert Heijn. Dat geeft ruimte om je winkel beter in te richten. Daarentegen was het wel even wennen. Eerst was ik heel vrij en nu zit ik bij een formule waar bepaalde dingen toch wel strak geregeld worden”, meent Nijhuis.

Drie kinderen in het bedrijf
De ondernemer heeft drie kinderen, die inmiddels in het bedrijf werkzaam zijn. “We hebben ons uiterste best gedaan om ze allerlei richtingen op te sturen, maar ze bleven tot mijn verbazing telkens weer interesse tonen in de supermarkt. Op een gegeven moment gaven ze aan er serieus mee verder te willen en vroegen wat ze moesten doen om dat voor elkaar te krijgen. Op die manier groeide hun deelname aan het bedrijf. Zij zijn alle drie medeaandeelhouder. Zo hebben zij alvast een financiële basis. Als ik straks denk: het is mooi geweest, of als zij er klaar voor zijn, dan hebben ze in elk geval een steuntje in de rug”, meent Nijhuis.
Nu alle drie zijn kinderen in de Albert Heijn werken, is een goede taakverdeling vereist. “Mijn dochter doet de bakkerij. De oudste is de frontman en de middelste is meer teruggetrokken en doet onder andere de boekhouding. Soms merk ik dat ze anders denken dan hun vader, maar dat is waarschijnlijk goed. Al zorgt het af en toe voor wat frictie en dat houdt niet op als de winkel dicht is! Maar uiteindelijk ben en blijf je natuurlijk gewoon familie”, zegt Nijhuis.

"Het bedrijf voelt als het verlengde van mijn gezin"

Voordelen familiebedrijf
Wat zijn de voordelen van een familiebedrijf ? “Je bent met iets bezig en het is niet voor even”, begint Nijhuis. “Ik investeer echt in het bedrijf. Iedere cent die overblijft, wordt geïnvesteerd in de winkel. Daardoor blijft het voor iedereen spannend. Je hebt ondernemingen waarbij de eigenaar denkt: het zal mijn tijd wel duren en dan zie je het allemaal een beetje wegglijden. De vloer is dan bijvoorbeeld nog van twee generaties terug en dat soort dingen. Ik blijf op mijn leeftijd nog steeds bezig met ontwikkelingen in de winkel.”
Daarnaast vindt hij het familieaspect heel bijzonder. Eens in de twee weken komt de familie samen om te eten en bij te praten. Eerst over persoonlijke zaken die hen bezighouden, waarna het als vanzelf overgaat op het bespreken van het bedrijf en de ontwikkelingen daar. Volgens Nijhuis draagt die hechte band ook bij aan de sfeer binnen de supermarkt. Meerdere familieleden wonen in de buurt en werken dagelijks in de winkel, waardoor het contact met medewerkers en klanten persoonlijk en betrokken is. “Mensen merken dat het hier anders is. We zijn echt onderdeel van de buurt”, zegt Nijhuis.

Geen ad hoc-beslissingen
Nijhuis zou zichzelf als ondernemer omschrijven als iemand die graag vooruitdenkt en goed voorbereid te werk gaat. “In plaats van ad-hoc-beslissingen te nemen, plan ik liever vooruit en denk ik al na over wat er de komende week op mijn pad komt. Op het gebied van personeel probeer ik eerst te begrijpen wat er achter iemands gedrag schuilt voordat ik harde conclusies trek. Mijn ervaring helpt daarbij, ook in gesprekken met klanten. Daarnaast ben ik praktisch en kostenbewust: als iets door onszelf opgelost kan worden, doe ik dat liever dan het uit te besteden, omdat elke uitgave het bedrijf en dus ook jezelf geld kost. Tegelijkertijd zie ik het bedrijf ook als het verlengde van mijn gezin, waarbij loyaliteit, betrokkenheid en samen verantwoordelijkheid dragen belangrijke waarden zijn.”

Blijven investeren
Hoelang de ondernemer nog in het vak blijft, weet niemand, ook hijzelf niet. Maar zolang hij nog werkt, blijft hij investeren in zijn winkel. “Drie verbouwingen terug beloofde ik al aan mijn vrouw dat het de laatste was”, lacht Nijhuis. “Binnenkort komt er een verspleinaanpassing aan. Volgens de jongens moeten we ook nog iets verzinnen voor handscanners in de winkel, dus dat komt er allemaal nog aan. We werken naar de fase toe waarin zij roepen dat het moet gebeuren en dat ik ze daarbij ondersteun. Ik probeer me daarin een beetje terug te trekken.”

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.