Milou Driesse nieuw2 Milou Driesse is bedrijfsadviseur.

Column: Wat moeten we zonder Jan en Henk?

Ik ben op vakantie in het prachtige Zeeland. Zon, strand, kinderen die eindeloos rondscheuren over de camping op hun stepjes – het perfecte plaatje. Totdat een van mijn kinderen met een noodgang van een helling afrijdt en het voorwiel spontaan besluit om zijn eigen vakantie te vieren. Afgebroken. Einde step. Kleine ramp.

Zoals iedere ouder weet: op een grote, autovrije camping is een step geen speelgoed, maar primaire infrastructuur. Dus schakel je direct over naar de oplossingsmodus. Gelukkig bleek er in het dorp nog een fietsenmaker te zitten. Een echte. Zo eentje met olie aan zijn handen, een bril half op zijn neus en een werkplaats waar de tijd lijkt stil te staan. “Laat maar even staan”, zei Jan terwijl hij de schade bekeek. “Doe jij maar boodschappen, dan maak ik hem ondertussen.”

Nog geen uur later stond daar weer een step, alsof hij net uit de fabriek kwam rollen. Geen formulier. Geen wachttijd van drie weken. Geen klantenservice-chatbot. Alleen vakmanschap, ervaring en oplossend vermogen. Jan was de eerste, maar zeker niet de laatste held van mijn vakantie.

Aan het einde van diezelfde vakantie was ik de auto aan het inladen om terug naar huis te rijden. Alles zat erin, kinderen klaar, humeur nog redelijk intact. Auto starten… niets. Auto dood. Dus bel je de pechdienst. Daar verscheen Henk. Gepensioneerd automonteur, maar “voor de leuk” reed hij nog storingsdiensten. Binnen nog geen vijf minuten hoorde hij meer aan die motor dan een gemiddelde computerdiagnose in een uur. Op een plek waar de auto onmogelijk weggesleept kon worden, wist Henk het probleem direct op te lossen. Niet met dure apparatuur, maar met kennis, ervaring en rust. Henk was de tweede held van mijn vakantie.

En ergens tussen Jan en Henk bekroop me een ongemakkelijk gevoel. Want dit soort mensen verdwijnt langzaam. Jan en Henk waren beide al ruim de 60 gepasseerd. Onderzoeken van ROVC laten al jaren zien dat bijna acht op de tien technische bedrijven vrezen voor een tekort aan vakmensen. Tegelijkertijd kiezen steeds minder jongeren voor een ambachtelijk beroep. We hebben jarenlang gedaan alsof succes alleen achter een laptop plaatsvindt.

Ironisch genoeg gebeurt dat precies op het moment dat AI steeds meer kantoorwerk kan overnemen. Rapporten schrijven, analyses maken, klantenservice verzorgen – kunstmatige intelligentie wordt daar razendsnel beter in. Maar een afgebroken step op een camping? Een gestrande auto op een onmogelijk plekje? Daar heb je nog altijd een mens voor nodig. Een vakman. Iemand die hoort, voelt, ruikt en begrijpt.

Zoals ik een paar jaar geleden al schreef in mijn column ‘Hoger of lager', moeten we daarom stoppen met praten over laag- en hoogopgeleid . Want de komende jaren worden mensen zoals Jan en Henk waardevoller dan ooit. Hetzelfde geldt voor de mensen in de winkels. In de retail worden de schappen ook niet vanzelf gevuld. Daar vindt sociale controle plaats wanneer meneer Jansen al heel lang niet gezien is, en toch moet echt iemand het brood uit de oven halen. Kortom: volle schappen, goede service en betrokkenheid zijn onmisbaar op een plek als een supermarkt waar velen van ons dagelijks komen.

En eerlijk gezegd? Als je als moeder alleen met twee hongerige kinderen en een kapotte step op een camping staat, voelt een goede supermarkt met een volle versafdeling, een fietsenmaker of een automonteur al snel als een Nobelprijswinnaar. Het zou zomaar kunnen dat ambachtsmensen in de toekomst de nieuwe miljonairs worden... De hypotheekadviseurs, de bankmedewerkers, de administratieverwerkers, de data-analisten et cetera worden als eerste vervangen, maar ambacht, dat is voor een groot deel onvervangbaar.

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.