ENSPIJK - In het voedselbos dat drie jaar geleden is aangelegd samen met Albert Heijn, laat Vogelaar Vredehof de natuur zoveel mogelijk haar werk doen. Er worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, er wordt geen kunstmest gebruikt, de bodem wordt niet bewerkt. En maximale productie is niet het uitgangspunt.
“De focus ligt op biodiversiteit, bodemgezondheid en natuurlijke balans. Daarnaast is het voedselbos een aanvullende leeromgeving waarin we onderzoeken welke inzichten mogelijk toepasbaar zijn in de reguliere fruitteelt”, aldus Martijn Versteegh, program director duurzaamheid bij Albert Heijn, en Eileen Morée, duurzaamheidsspecialist bij Vogelaar Vredehof.
In hoeverre is Albert Heijn nog betrokken bij het project?
Versteegh: “Het Albert Heijn Voedselbos is een gezamenlijk langetermijnproject van Vogelaar Vredehof en Albert Heijn. Vogelaar Vredehof coördineert en zorgt voor het beheer van het voedselbos.
Gedurende het jaar zijn er voortgangsoverleggen tussen Albert Heijn en Vogelaar Vredehof met betrekking tot het voedselbos en ook in reguliere overleggen is het regelmatig onderwerp van gesprek. Samen wordt nagedacht over het bekendmaken van het voedselbos en bijvoorbeeld het vieren van belangrijke momenten, zoals het tweejarig bestaan vorig jaar. Binnenkort is er ter afsluiting van de Week van Ons Eten een markt in Leerdam, waar Albert Heijn en Vogelaar Vredehof het voedselbos onder de aandacht zullen brengen. Daarnaast maken door het jaar heen Albert Heijnteams gebruik van de vergadermogelijkheden bij het bewuste bos, krijgen zij er rondleidingen of helpen zij mee bij een klus.”
Terugkijkend na drie jaar: wat heeft jullie het meest verrast?
Morée: “Het voedselbos staat er na drie jaar heel goed bij, ondanks de extreme weersomstandigheden in de afgelopen jaren, waaronder de droogte van deze zomer. Dat laat zien hoe goed het systeem vocht kan vasthouden en hoe sterk de beplanting zich ontwikkelt. In eerste instantie waren we verrast door de hoeveelheid distels die zich vestigde. Inmiddels hebben we begrepen dat in deze beginfase zulke pioniersplanten heel normaal zijn. Ze laten zien dat de bodem nog volop in ontwikkeling is. Voorlopig grijpen we beperkt in en maaien we de distels af en toe weg.
Daarnaast zijn er fruitsoorten die het boven verwachting goed doen. Abrikozen, perziken en pruimen gaven al in het tweede en derde jaar volop fruit. We hebben bewust gekozen voor ongeveer vijf verschillende rassen per soort. Daardoor vallen de oogstmomenten niet samen en kunnen we gedurende een langere periode genieten van de vruchten uit het voedselbos.
Een mooi voorbeeld van hoe een voedselbos zich blijft ontwikkelen, is de kruisbes. In eerste instantie leek die het zwaar te hebben doordat rupsen de bladeren opaten. Toch stonden dezelfde struiken een jaar later goed in het blad en hingen ze vol bessen. Dat laat zien hoe belangrijk geduld kan zijn. Wat er het ene seizoen kwetsbaar uitziet, kan zich later alsnog sterk ontwikkelen.
Deze eerste jaren laten zien dat er geen standaardrecept voor een voedselbos bestaat. Welke soorten goed groeien hangt sterk af van factoren zoals bodem en het lokale (micro)klimaat. De principes achter een voedselbos zijn hetzelfde, maar de keuze van soorten en de manier waarop deze principes worden toegepast, vragen altijd om maatwerk voor de specifieke locatie.”
Welke rol kan agroforestry volgens jullie spelen in de Nederlandse fruitteelt?
Morée: “Het voedselbos is niet bedoeld als vervanging van gangbare teelt. Het is juist bedoeld als aanvullende leeromgeving waarin we onderzoeken hoe elementen uit een natuurinclusieve benadering kunnen bijdragen aan een weerbare teelt. In ons voedselbos wordt de link gelegd naar de moderne fruitteelt door middel van agroforestry. In een deel van het voedselbos waar agroforestry is toegepast, staan combinaties van fruitbomen en struiken die afwisselend in rijen in een golvend patroon zijn geplant. De voedselbomen, -struiken en planten versterken elkaar en dragen zo bij aan onder andere biodiversiteit, waterhuishouding, bodemvruchtbaarheid en klimaat. Het doel is met deze verschillende teeltvormen te ervaren hoe de fruitteelt nog meer in balans met de natuur kan worden gebracht en om positieve inzichten breder toe te passen. Daarnaast kijken we welke soorten het goed doen in het veranderende klimaat.
In het Voedselbos staan bodembedekkers. Die helpen onder andere bij het vasthouden van vocht. In de professionele fruitteelt worden zulke bodembedekkers bijna niet gebruikt. Zwarte grond neemt namelijk makkelijker warmte op als de bodem niet bedekt is. De grond geeft dan warmte af tijdens de nachtvorstperiode, wat de boomknoppen kan beschermen tegen bevriezing. Maar wanneer er vanwege klimaatverandering meer kans komt op verdroging dan bevriezing, zouden de bodembedekkers wel een rol kunnen gaan spelen.”
Waar liggen volgens jullie de grootste kansen, en waar zitten juist de praktische bezwaren?
Morée: “Door veel verschillende soorten te combineren, kan een veerkrachtig systeem ontstaan dat voedsel produceert, leefruimte biedt aan insecten en vogels en beter bestand is tegen weersextremen zoals droogte. Die diversiteit brengt tegelijkertijd ook uitdagingen met zich mee. Een voedselbos bestaat uit tal van soorten, die elk hun eigen behoeften hebben op het gebied van beheer, snoei, oogst en de omgang met ziekten en plagen. Dat zorgt ervoor dat er een groot verschil zit in efficiëntie vergeleken met de reguliere, professionele teelt. Dat vraagt om brede kennis, voortdurende observatie en een lerende aanpak.”
Kun je al iets zeggen over de economische haalbaarheid van dergelijke teeltsystemen?
Versteegh: “De huidige opzet van voedselbossen in Nederland zal niet de manier zijn om de schappen van supermarkten te kunnen vullen. Ons Albert Heijn Voedselbos heeft dan ook geen commercieel doel om producten in AH-winkels te verkopen. Vanuit Albert Heijn zetten we met onze strategische partners en telers met Beter voor Natuur & Boer vooral stappen op het gebied van verduurzaming, klimaat en biodiversiteit. Met de lessen uit het voedselbos onderzoeken we welke inzichten toepasbaar zijn in de appel- en perenteelt.
We zien echter dat bepaalde vruchten het hier goed doen, dus mogelijk zijn er in de toekomst kansen voor de teelt van perziken of abrikozen in Nederland. Wellicht zouden die dan ook hun weg vinden naar de Nederlandse supermarkt.
Vrijwilligers die helpen in het voedselbos delen mee in de oogst. Zij maken er bijvoorbeeld ook jams van. Daarnaast kunnen we de medewerkers van Vogelaar Vredehof regelmatig blij maken met fruit in de kantines. Ook Albert Heijn-groepen die komen vergaderen op de locatie, kunnen genieten van de oogst. Dit jaar hebben we voor het eerst oogst kunnen delen met de medewerkers in het AH-distributiecentrum vlak bij onze locatie.”
Wat is op dit moment nog de grootste onzekerheid rond het project?
Morée: “Door de snelle groei van het Albert Heijn Voedselbos en de grotere oogst, nemen alle werkzaamheden ook toe. Als gevolg zijn er ieder jaar iets meer handen nodig die alles kunnen uitvoeren. Daarnaast zijn we benieuwd hoe bepaalde soorten en rassen zich de komende jaren zullen ontwikkelen. Ook hebben we al te maken gehad met rupsen en de krulziekte, dus is het afwachten hoe ziekten en plagen zich gedragen. Het kan zijn dat dergelijke problemen afnemen naarmate het ecosysteem zich verder ontwikkelt, maar het is ook mogelijk dat er nieuwe uitdagingen ontstaan.
Veel van onze aandacht gaat uit naar het deel van het voedselbos dat is ingericht als agroforestry-systeem. Daar zien we deels een snelle ontwikkeling, maar het andere deel, waar de bodem niet is bewerkt, ontwikkelt zich juist veel geleidelijker. Daar staan ook soorten die van nature langzamer groeien. De grote vraag is hoe dit gedeelte zich de komende jaren zal ontwikkelen.”
Is er een plan om de kennis uit dit project daadwerkelijk met telers buiten Vogelaar Vredehof te delen?
Versteegh: “Als we zien dat bepaalde oplossingen structureel werken en toepasbaar zijn in de reguliere fruitteelt, delen we die kennis in eerste instantie met telers die aan Vogelaar Vredehof en Albert Heijn leveren. Daarna kunnen we relevante inzichten ook breder delen.”
Wat heeft het voedselbos jullie geleerd waarvan een Nederlandse fruitteler vandaag zou kunnen zeggen: daar kan ik morgen iets mee?
Morée: “We zien dat perziken en abrikozen het goed zouden kunnen doen in Nederland. Dat kan interessant zijn. Ook doen we positieve ervaringen op met mulchen (het bedekt houden van de bodem met organisch materiaal), het minder bewerken van de bodem en het gebruik van bodembedekkers. Deze stappen kunnen onder meer helpen om verdamping tijdens droge periodes te verminderen en vocht beter vast te houden. Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten. Bodembedekkers kunnen bijvoorbeeld een schuilplaats bieden aan muizen, wat in een boomgaard juist ongewenst is. De komende jaren blijven we deze ontwikkelingen volgen om te zien welke inzichten ook in de reguliere fruitteelt toepasbaar zijn.”
Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.