‘Met alleen aanpassingen komen we er niet’

Kan de Nationale Suiker Challenge een gedragsverandering teweegbrengen?

[SPECIAL: WEEK ZONDER SUIKER] WAGENINGEN - Taartjes, chocola, frisdrank en het schepje suiker in de koffie, tijdens de Nationale Suiker Challenge zijn ze even taboe. Maar heeft het echt zin om de natie zijn lekkernijen te onthouden? Wat zijn de effecten van de suikervrije week – en wat zouden ze moeten zijn? Levensmiddelenkrant vroeg het aan dr. Hans Dagevos, consumptiesocioloog van Wageningen University & Research (WUR). “De huidige kleine stapjes, hoe goed ook, brengen echt nog geen gedragsverandering bij de consument teweeg.”

Waarom is het eigenlijk zo moeilijk om suiker te laten staan? Daar hoeft Dagevos, die dit jaar zijn 25-jarig jubileum bij WUR viert, geen seconde over na te denken: “Het heeft alles met de smaak te maken. We zijn erg gehecht aan de zoete smaak van suiker. Over de smaak van zoet hoeven we dus niet te twisten.”

Onbekende suikerbommen
Omdat we allemaal zo van suiker houden, is het in heel veel producten terug te vinden. Mensen die willen of moeten letten op hun suikergebruik hebben het dan ook niet makkelijk, erkent Dagevos: “Het vereist veel kennis en ervaring om suikergebruik terug te dringen, je moet bijvoorbeeld heel goed etiketten bestuderen, om zo precies te achterhalen wat er in een verpakking zit. En dan kun je beslist voor verrassingen komen te staan.” Voor Dagevos zelf is de hoeveelheid suiker die in één plak cake zit een echte eyeopener geweest. “Van fris- en energiedranken is wel bekend dat er veel suiker in zit, maar cake? Natuurlijk verwacht je dat er suiker in zit, dat verbaast niemand. Nee, het gaat om de hoeveelheid. Er zitten wel 8 tot 10 klontjes suiker in één plak cake. Daar is zo’n Suiker Challenge goed voor. Om ook die onbekendere suikerbommen te identificeren. Een aantal producten wordt al als zodanig gezien, maar er is een veel breder gebied waarvoor we beducht zouden moeten zijn. Daar kan de suikervrije week een bijdrage aan leveren”, meent Dagevos. De grote vraag is nog wel of de Suiker Challenge voldoende bereik blijkt te hebben. “Er is altijd een groep die minder geïnformeerd en moeilijker te bereiken is. Dit zijn mensen die minder bewust met eten bezig zijn en vaak een relatief ongezonde leefstijl hebben – en dus die week het hardst nodig hebben. Het zou een hele goede zaak zijn als ook deze groep kan worden bereikt, bijvoorbeeld via huisartsen en buurthuizen”, aldus Dagevos.

Groots gebaar
Wat zou de overheid nog kunnen doen om een gedragsverandering op het gebied van suiker te bewerkstelligen? Gaat bijvoorbeeld de suikertaks, als die er ooit komt, het gewenste effect hebben? “Toen de suikertaks in het Verenigd Koninkrijk werd ingevoerd, was dat primair bedoeld voor meer bewustwording bij de consument. Maar wat bleek? Producenten gingen hun producten aanpassen. De suikertaks bracht dus beide kanten van de macht in beweging. Ik zie de suikertaks als een middel dat stapsgewijs verzwaard kan worden. Na de frisdranken kunnen dan andere categorieën worden aangepakt. Let wel: er is alle reden om actie te ondernemen; diabetes en overgewicht kosten de maatschappij miljarden, maar net zo erg is het verlies aan levenskwaliteit van de mensen die er aan lijden”, legt Dagevos uit. Wat hem betreft gaat de overheid dus verder dan de vriendelijke verzoeken en convenanten waar het nu bij blijft, en waarbij steevast gehamerd wordt op eigen verantwoordelijkheden. De fabrikanten hebben veel ruimte gekregen, vindt Dagevos, maar hij erkent dat zij wel degelijk stappen zetten naar minder suikerrijke producten. “Ze doen hun best, maar het gaat heel langzaam. Nog steeds valt 80 procent van alle producten in de supermarkt niet binnen de Schijf van Vijf. Ook supermarktformules dragen heus hun steentje bij, maar we blijven een zeer zorgwekkende toename van diabetes en overgewicht zien”, zegt de consumptiesocioloog. Hij pleit dan ook voor verdergaande veranderingen. Want de huidige kleine stapjes, hoe goed ook, brengen echt nog geen gedragsverandering bij de consument teweeg. Om écht iets te veranderen, zullen producenten met een groots gebaar moeten komen.

Onorthodoxe oplossingen
Dagevos: “De thematiek is dermate urgent en zorgwekkend dat we ook naar onorthodoxe oplossingen moeten kijken. Fabrikanten en supermarkten zullen moeten nadenken over het assortiment zoals ze dat nu voeren. Met alleen aanpassingen komen we er niet; ze moeten durven snijden. Dus niet alleen een bijdrage leveren door suikervrije varianten te bieden, maar de suikerrijke varianten restricties opleggen. Het is belangrijk te erkennen dat niet alles altijd en overal verkocht kan worden. Ik ben niet naïef, maar we moeten zoeken naar beperkingen.” Zelfs klassieker Coca-Cola is niet heilig voor Dagevos.
“Als frisdrankautomaten op scholen suikervrij zijn te maken, moet dat ook op andere plekken kunnen. Misschien gaat het dan uiteindelijk zoals met de legbatterij-eieren, die ook niet meer te koop zijn in de supermarkten.” Evenmin heilig is de keuzevrijheid. Dat ‘de consument om de suikerrijke variant vraagt’ of dat ‘de originele frisdrank nu eenmaal al tijden zo wordt gemaakt’ zijn wat Dagevos betreft oneigenlijke argumenten voor het blijven produceren en aanbieden van levensmiddelen die de volksgezondheid schaden. Sterker: het is volgens de consumptiesocioloog helemaal niet zo dat de vraag het aanbod bepaalt, integendeel: aanbod creëert vraag. Tegelijkertijd erkent hij dat het een ingewikkeld speelveld is, waarin iedereen zijn verantwoordelijkheid zal moeten nemen: de consument, de overheid én de producent van al dat lekkers. Want dat suiker lekker is, daar is iedereen het wel over eens.

Bron: Levensmiddelenkrant

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.