Monitor bevestigt economisch belang levensmiddelenindustrie

DEN HAAG – De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) heeft zijn jaarlijkse Monitor Levensmiddelenindustrie gepubliceerd. Het betreft de ontwikkelingen van vóór de COVID-19-pandemie. Over het geheel genomen tonen de cijfers van 2019 een beeld van continuïteit en groei.

Met een productieaandeel van 21 procent in de totale industriële productie, is de voedings- en drankensector de grootste industriële sector in Nederland. De productiewaarde bedroeg 70,6 miljard euro in 2019; een stijging van 3,5 procent ten opzichte van 2018. Ter vergelijking: de groei in de afgelopen vijf jaar bedroeg jaarlijks gemiddeld 2,5 procent. De bruto toegevoegde waarde steeg met 5 procent naar 14,2 miljard euro. De totale werkgelegenheid is in 2019 gestegen naar 149.000 banen. Dit geeft aan dat de industrie een sterke en stabiele factor is voor de Nederlandse economie.

Onder andere met de toenemende export heeft de levensmiddelenindustrie haar grote bijdrage aan de Nederlandse economie verder versterkt. In 2019 bedroeg de uitvoerwaarde 40,8 miljard euro; een toename van 4,4 procent ten opzichte van 2018, met een duidelijke opmars van de uitvoer naar niet-Europese landen. Daarnaast is het totaal aantal bedrijven in de Nederlandse levensmiddelenindustrie in 2019 verder toegenomen tot 6.930, waarbij de trend van het groeiend aantal kleine bedrijven zich doorzette.

De eerste cijfers van 2020 – op basis van een enquête onder leden van de FNLI – bevestigen al dat een deel van de bedrijven in de levensmiddelenindustrie stevig is geraakt door de coronacrisis. Vooral bedrijven die aan horeca of andere out of home-kanalen leveren, hebben het eerste halfjaar van 2020 te maken gehad met een sterke daling van de omzet, productie, export en winst.

Bron: Levensmiddelenkrant