Het bloed kruipt waar het niet gaan kan bij ondernemer Jan Verbeeten

Plus Verbeeten: ‘We zien er goed uit voor onze leeftijd’

VIERLINGSBEEK - Jan Verbeeten is mede-eigenaar van Plus Verbeeten in Overloon, Vierlingsbeek en Tegelen. Samen met zus Jolien en neef Koen sturen zij de drie supermarkten aan. De Verbeeten familielijn zit echter al 175 jaar in de levensmiddelenbranche, of was het 100 jaar? Jan Verbeeten vertelt over het supermarktlandschap en wat het familiebedrijf zo bijzonder maakt.

Van jongs af aan zijn Jan Verbeeten, zijn zus en neef al op de werkvloer te vinden, geeft hij aan: “We zijn alle drie opgegroeid met en in het bedrijf. We hebben nooit de druk gevoeld om de winkel over te nemen. Als 11-jarigen stonden we er al folders te vouwen en later ging ik ook werken in de vulploeg. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.”

Historie
Het familiebedrijf begint 175 jaar geleden in het Noord-Brabantse Vierlingsbeek als marskramer en dat blijft het decennialang. Tussen 1950 en 1980 raakt de wereld in een stroomversnelling die ook van invloed is op de familie Verbeeten. Zo wordt het bedrijf een zelfbedieningswinkel, gaat deze onder de Plus-vlag verder en breidt de familie uit naar Overloon en Tegelen. Onder de Verbeetennaam opereren momenteel dus drie Plussupermarkten. Volgens Verbeeten zijn alle winkels opgebouwd uit hetzelfde DNA: “In onze winkels en ondernemingen willen we dezelfde boodschap uitdragen en dat uit zich in een hoge betrokkenheid bij het volledige reilen en zeilen van de winkel. Dit doen we niet alleen om de gunfactor van de inwoners te krijgen, wij vinden het ook belangrijk als bedrijf,” vertelt de ondernemer.

Lokale leveranciers
Betrokkenheid wordt op verschillende manieren uitgedragen door het trio; door bijvoorbeeld met lokale leveranciers te werken. Streekproducten voeren de hoofdtoon in de ‘Verbeetenformule’. Verbeeten: “Wij komen lokale en regionale producenten op verschillende manieren tegen; we houden zelf onze oren en ogen open, maar worden ook benaderd door mensen wanneer ze een mooi product hebben. Het maakt niet uit of het grote of kleine bedrijven zijn, het totaalplaatje telt.”
De ondernemer vertelt dat klanten omrijden voor taart van ut Bruêdje en dat het eigen Heldro-ijs een unique selling point is voor de winkel. Het ondernemerstrio heeft Heldro vijf jaar geleden overgenomen, dat al bestaat sinds 1938. Heldro-ijs wordt gepositioneerd tussen de twee hoofdstromen ijs, het is geen Italiaans en geen softijs, maar een eigen soort. Het belangrijkste hieraan is dat het altijd vers is. “Deze kans kwam op ons pad en we konden die niet aan ons voorbij laten gaan. Het is leuke manier om het ondernemerschap uit te breiden,” aldus Verbeeten.

Verenigingen
“Goed zorgen voor de buurt is sympathiek en leuk, maar ook nodig. Het is prettig dat we bij Plus de mogelijkheid hebben om dit op deze manier te doen, dat is zeker niet de standaard,” zegt Verbeeten. Voor de familie is maatschappelijk samenwerken in de breedste zin van het woord belangrijk. Zo gaat er veel aandacht naar lokale verenigingen.
“Alle clubs in onze marktgebieden willen wij graag ondersteunen waar nodig, met bijvoorbeeld geld of goederen. Dit om de leefbaarheid en het leefgenot van onze klanten te vergroten. Daarnaast steunen we ook graag regionale bedrijven. Wanneer we een schilderklus hebben of iets dergelijks, geven we zo’n opdracht het liefst aan een ondernemer uit de buurt. Zo wast de ene hand de andere,” legt de ondernemer uit.

Lering
Verbeeten: “Het belangrijkste dat we hebben geleerd van onze voorouders, die ook actief waren in deze branche, is het aanpassingsvermogen. Door jezelf constant opnieuw uit te blijven vinden en aan te passen aan de omstandigheden is het mogelijk om succesvol te blijven. In de geschiedenis van de winkel zijn keuzes gemaakt die ertoe hebben geleid dat we nu hier staan. Aan dit idee houden we vast.” Over de veranderingen in het supermarktlandschap zegt Verbeeten het volgende: “Voornamelijk in dorpen met veel boerengezinnen was het bezorgen van boodschappen een oud fenomeen. We doen nu alsof e-commerce iets heel nieuws is. Het was vroeger niet anders dan dat er boodschappen werden bezorgd. Over het algemeen waren de mannen aan het werk en vrouwen waren thuis met de kinderen; die konden ook niet weg. Dan kwam er de ene dag iemand langs om de boodschappenlijst noteren en de andere dag werd het gevraagde bezorgd. Het verschil is uiteraard dat het nu mogelijk is om dit via een druk op de knop razendsnel te doen, maar het principe is al jaren oud. Zo ook met flitsbezorgers: vroeger ging de Verbeeten-familie met de handkar langs de deuren om goederen te verkopen. Andere snelheid, zelfde principe.”

Hofleverancier
Sinds begin deze maand mag Plus Verbeeten zich ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ noemen en het koninklijke wapen voeren. Om de titel ‘hofleverancier’ te mogen dragen moeten bedrijven zelf input leveren.
Zij moeten aantonen dat ze financieel gezond zijn, dat de bestuurders van goed gedrag zijn, dat er een veilige werkomgeving is én dat het bedrijf een zeker jubileum viert. “Twee tantes en een oom hebben hier enorm veel tijd en moeite ingestopt en al deze informatie verzameld en aangeleverd. Het vroegste bewijs van de winkel dat werd gevonden kwam uit 1921. Dat zou betekenen dat we de titel uitgereikt zouden krijgen op ons 100-jarige jubileum, ook al wisten we dat de familie Verbeeten al langer levensmiddelen verkocht. Na nog meer graven werd er ook een bewijs gevonden uit 1846, dit zou betekenen dat we al 175 jaar bestaan. Hoewel wij in de veronderstelling waren dat we het predicaat kregen voor ons 100-jarig bestaan (zoals eerder aangetoond), hebben we dit uiteindelijk voor ons 175-jarige bestaan te gekregen. Om verwarring te voorkomen zeg ik: we zien er goed uit voor onze leeftijd,” grapt Verbeeten.

Toekomst
Over de ambities voor de toekomst zegt de ondernemer dat het belangrijkste is om de continuïteit van het bedrijf te waarborgen. Volgens hem is het doel niet om zo groot mogelijk te worden of om zoveel mogelijk winkels te openen, maar om voort te bestaan en een bestaansrecht te hebben in de samenleving. “Het is van belang om het aanpassingsvermogen te blijven toepassen om mee te gaan met de branche.” Of zijn kinderen later ook in het bedrijf belanden? “Ze zijn vrij om te doen en laten wat ze willen. Voor nu willen ze nog vooral profvoetballer of brandweerman worden,” eindigt Verbeeten met een lach.

Bron: Levensmiddelenkrant