Snoek Jonna_12 Jonna Snoek: “Ik zou willen adviseren om vaker diepvriesvis te kopen.”

Vis is niet automatisch duurzaam: ‘Sommige soorten zijn klimaatvriendelijker dan vlees, andere juist niet’

WAGENINGEN – Vis heeft bij veel consumenten een groen imago. Wie minder vlees wil eten, kiest vaak voor zalm, tonijn of garnalen in de veronderstelling dat dit automatisch beter is voor het klimaat. Maar volgens onderzoekers ligt dat veel genuanceerder. Sommige vissoorten behoren inderdaad tot de meest klimaatvriendelijke dierlijke eiwitten, terwijl andere juist een hogere impact hebben dan bijvoorbeeld kip. Drs. Jonna Snoek, onderzoeker Life Cycle Assessment aan de Wageningen University & Research (WUR), legt dit uit. Zij heeft onderzoek gedaan naar de klimaatimpact en voedingswaarde van voedsel uit zee.

Kim Schoonman |

Volgens Snoek is het beeld dat vis automatisch een duurzaam alternatief voor vlees is, te simplistisch gedacht. “Klimaat is maar één onderdeel van duurzaamheid. Ik vind de triple P-benadering nog steeds een mooie samenvatting: people, planet, profit. Iets is pas echt duurzaam als het houdbaar is voor mens, milieu én economie”, benadrukt de onderzoeker. Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen klimaat en andere milieueffecten. “Dit onderzoek gaat puur over klimaatimpact en voedingswaarde. Zaken als overbevissing of effecten van bodemberoering zitten hier niet in. Dus een vis kan klimaatvriendelijk zijn, maar alsnog druk zetten op ecosystemen.”

Niet alle vis is klimaatvriendelijk
Volgens de onderzoeker bestaat er binnen visproducten net als binnen vlees een groot verschil in klimaatimpact. “Je hebt relatief klimaatvriendelijke vleesproducten en minder klimaatvriendelijke. Dat zie je bij vis ook. Er is een enorme range. Vooral kleine pelagische vissoorten, dat zijn vissen die in grote scholen boven of in het midden van de waterkolom zwemmen, scoren goed, zoals haring, makreel en sardines. Die kun je efficiënt vangen met relatief weinig brandstofverbruik. Je gooit één keer een net om zo’n school heen en hebt meteen veel kilo’s vis. Dat maakt ze klimaatvriendelijk.” Toch zit daar meteen een nuance bij. “Als je in één keer grote hoeveelheden schoolvis vangt, haal je veel uit het ecosysteem. Daar moet een balans in blijven.”

Aan de andere kant van het spectrum staan platvissen, zoals tong en schol. “Daarvoor worden zware netten over de bodem gesleept. Dat geeft veel weerstand, kost veel brandstof en levert relatief minder kilo’s vis op. En brandstofverbruik heeft direct invloed op de klimaatimpact”, legt Snoek uit. Volgens de onderzoeker komen deze soorten qua uitstoot dichter in de buurt van een biefstuk dan van een klimaatvriendelijke haring (zie bijgevoegde tabel).

Grote verschillen
Tussen wilde vis, kweekvis en schaal- en schelpdieren bestaan eveneens grote verschillen. Bij wilde vis draait het vooral om de vangstmethode. “Haring is wilde vis en relatief klimaatvriendelijk, terwijl tong ook wilde vis is maar juist een hoge klimaatimpact heeft.”

Bij kweekvis ligt de nadruk vooral op het voer. “Kweekvis is eigenlijk een soort boerderijsysteem. De zalm in Noorwegen krijgt voer om te groeien en dat voer heeft een behoorlijk grote klimaatimpact. Vooral de samenstelling en herkomst van dat voer speelt een rol. Als soja afkomstig is uit gebieden waarvoor ontbossing heeft plaatsgevonden, dan stijgt de klimaatimpact fors.”
Schelpdieren zoals mosselen en oesters vormen een aparte categorie. Zij hebben geen traditioneel voer nodig, maar de impact zit vooral in het brandstofverbruik van de kweek en de oogst. Daarnaast speelt mee dat een groot deel van het gewicht uit schelp bestaat, legt Snoek uit: “Bij mosselen eet je ongeveer een kwart van het totale gewicht, bij oesters nog minder. Dat beïnvloedt de uiteindelijke footprint per kilo eetbaar product.” Garnalen en gamba’s zitten qua klimaatimpact meer in de middenmoot. Daarvan wordt de schaal natuurlijk niet gegeten.

De Schijf van Vijf
De onderzoeker geeft aan dat vis niet alleen vanuit klimaat bekeken moet worden. Voedingswaarde speelt eveneens een belangrijke rol. “Vis is een belangrijke bron van selenium en omega 3-vetzuren. Daarom adviseert het Voedingscentrum om minimaal één keer per week vis van een vette vissoort te eten, iets wat in Nederland juist relatief weinig wordt gedaan. Eigenlijk opvallend voor een land met zo’n rijke vishistorie”, vult ze aan. “Variatie blijft natuurlijk belangrijk. Haring komt nu weliswaar klimaatvriendelijk uit onderzoeken, maar je wilt variëren voor voedingsstoffen en ook om risico’s zoals zware metalen te spreiden.”

Van ver of dicht bij huis
Veel consumenten denken dat geïmporteerde vis automatisch slechter is voor het klimaat. Maar dat beeld klopt niet altijd, corrigeert Snoek. “Transport over zee is eigenlijk behoorlijk efficiënt. Koolvis uit Alaska legt bijvoorbeeld een enorme afstand af, maar wordt in grote hoeveelheden per schip vervoerd. De grootste klimaatbelasting zit vaak niet in transport, maar in brandstofverbruik tijdens de vangst, ook dichter bij huis. Vooral bij sleepnetten over de bodem zie je een hoog brandstofverbruik.”

Innovaties en bijvangst
Volgens de onderzoeker ligt er potentieel bij innovatie van vangsttechnieken, scheepsmotoren en schepen. “Klassieke boomkorren met zware sleepnetten vragen veel brandstof. Lichtere materialen en efficiëntere technieken kunnen helpen om die impact te verlagen.” Modernere motoren en lichtere schepen kunnen eveneens bijdragen. Ook het type netten maakt uit. “Je wil ondermaatse vis vermijden. Hoe beter je netten kunt afstemmen op wat je wilt vangen, hoe duurzamer het wordt.”

Een andere kans ligt volgens haar bij het consumeren van bijvangst. “In Nederland eten we vooral bekende soorten zoals zalm. Maar soorten als schar en wijting bijvoorbeeld, zijn vissoorten die ook in de netten belanden, maar weinig opleveren. We exporteren ze nu vooral.”

Schermafbeelding beter Vergelijkingstabel klimaatimpact verschillende productgroepen.

Supermarkten aan het roer
Keurmerken zoals MSC voor wilde vis en ASC voor kweekvis spelen volgens haar wel degelijk een belangrijke rol. “Dat zijn topkeurmerken die allerlei duurzaamheidseisen stellen. Supermarkten lopen hierin voorop, want meer dan 80% van de verkochte vis in supermarkten is MSC- of ASC-gecertificeerd.” Volgens de onderzoeker ligt er sowieso een belangrijke rol voor retailers. “Als je nu naar de supermarkt gaat, ligt het schap vol zalm. Maar soorten zoals rode poon zie je nauwelijks. Supermarkten zouden consumenten meer kunnen stimuleren om andere soorten te proberen, bijvoorbeeld via recepten, aanbiedingen en zichtbaarheid in het schap. Verbreding van het assortiment kan echt helpen”, benadrukt ze.

Werken klimaatlabels?
Over eco-labels en CO2-scores is de onderzoeker voorzichtig positief, maar ze ziet uitdagingen. “Transparantie is goed, maar het moet wel simpel blijven voor consumenten en het is ingewikkeld om duurzaamheid terug te brengen tot één score. Moet alleen klimaat worden meegewogen? Of eveneens watergebruik en landgebruik? En hoe weeg je die factoren tegen elkaar af ?” Daarom lopen er in Europa en ook in Nederland verschillende projecten om te onderzoeken hoe een uniforme eco-score eruit zou kunnen zien. “Uitdaging is wel hoe de consument overzicht houdt als er straks een verpakking is met veel verschillende labels en niemand meer weet waar hij naar kijkt.”

Groot misverstand
Een van de grootste misverstanden vindt de onderzoeker het idee dat geïmporteerde vis per definitie klimaatonvriendelijk is. “Haring uit Noorwegen of Denemarken is juist een van de meest klimaatvriendelijke producten uit ons onderzoek.” Over verse vis bestaan net zo goed misverstanden, vertelt Snoek: “Veel mensen denken dat de vis uit het koelschap gisteren nog in zee zwom. Maar vaak is die direct na de vangst ingevroren en later ontdooid om als gekoelde vis verkocht te worden. Ik zou willen adviseren om vaker diepvriesvis te kopen. Dat voorkomt verspilling. En voedselverspilling is misschien wel de belangrijkste duurzaamheidstip van allemaal. Alles wat je weggooit, is voor niets geproduceerd.”

Politieke keuzes
Op de vraag of de overheid meer zou kunnen doen, antwoordt ze: “Als uit onderzoek blijkt dat bepaalde vistechnieken duurzamer zijn dan andere, zou je daar beleid op kunnen richten. Kijk naar de discussie rond pulsvisserij. Die techniek bleek klimaatvriendelijker dan traditionele methoden, maar werd in 2021 verboden in Europa. Dat is een politiek gevoelig dossier, maar puur vanuit klimaat bekeken was het een betere optie.” Daarnaast pleit ze voor meer langetermijnvisie, omdat de sector behoefte heeft aan stabiel beleid en duidelijkheid.
De toekomst van vis verandert mee met klimaat. De visserij heeft invloed op het klimaat, maar tegelijk heeft het klimaat invloed op de visserij. Door klimaatverandering warmt de zee op, waardoor vispopulaties verschuiven: kabeljauw trekt nu al verder naar het noorden en zuidelijke soorten komen juist naar de Noordzee. Dat vraagt volgens haar om aanpassingsvermogen en een bredere blik. “Misschien moeten we in de toekomst meer vissen op soorten die beter passen bij warmer water.” Ook combinaties met andere ontwikkelingen op zee bieden kansen. “Er wordt bijvoorbeeld onderzocht of mosselkweek gecombineerd kan worden met windmolenparken. Klimaat is belangrijk, maar het is maar één onderdeel van duurzaamheid. Uiteindelijk gaat het erom hoe we ons aanpassen aan een veranderende wereld én tegelijkertijd verstandige keuzes maken.”

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.