“Gelijke monniken, gelijke kappen”, zo luidt het spreekwoord eigenlijk. Dat klinkt logisch. Bijna net zo logisch als een supermarkt die op zaterdagmiddag precies genoeg kassa’s open heeft. We weten allemaal dat het moet, maar in de praktijk blijkt het soms verrassend ingewikkeld.
Mary Ann Sieghart beschrijft in haar boek The Authority Gap een nogal ongemakkelijk verschijnsel: 70% van de mannen beoordeelt een andere man hoger dan een vrouw, terwijl beiden exact dezelfde doelen hebben behaald.
Exact dezelfde doelen. Hetzelfde resultaat. Dezelfde prestatie. En tóch krijgt de één blijkbaar een extra schepje vertrouwen mee. Hoe komt dat nou? Het korte antwoord: niet omdat mannen bewust vinden dat vrouwen slechter presteren, maar vooral door een combinatie van onbewuste vooroordelen, stereotypen en verwachtingen over autoriteit.
Bij het onderzoek waar Sieghart naar verwijst, spelen grofweg vijf mechanismen:
Juist voor leidinggevenden in de retail is dit interessant. Stel: een man en een vrouw halen allebei hun omzetdoel, verbeteren de brutowinst en hebben dezelfde personeelsproductiviteit.
Maar als je vervolgens vraagt wie van de twee ‘meer leiderschap uitstraalt’, kan het beeld ineens veranderen. Dan beoordelen we niet meer alleen het resultaat, maar ook hoe iemand overkomt. En daar zit de crux in dit onderzoek: we denken dat we prestaties beoordelen, terwijl we soms óók beoordelen wie we verwachten dat bij die prestatie hoort.
Dat maakt die 70% juist zo ongemakkelijk. Niet omdat 70% van de mannen bewust vrouwen lager waardeert, maar omdat zelfs mensen die oprecht geloven dat ze objectief zijn, beïnvloed kunnen worden door automatische aannames.
Dus hoe objectief ben jij nou echt? Dat is misschien een ongemakkelijke vraag. Maar ongemakkelijke vragen zijn vaak de beste vragen. Zeker als je denkt dat je heel objectief bent…
Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.