Column: ‘Mag het ietsje minder zijn?’

Maatschappelijke veranderingen. Ik heb er in mijn leven al heel wat meegemaakt. Opgegroeid als kruidenierszoon, heb ik onze ‘winkel op de hoek’ zich zien ontwikkelen naar achtereenvolgens zelfbedieningszaak en supermarkt. De papieren verpakkingszakken, die we zelf moesten rijgen, werden rollen plastic zakken. De glazen emballage van zuivel en frisdrank werd vervangen door kunststof flessen. De bekende winkeliersvraag, ‘Mag het ietsje meer zijn’, hoor je nog maar zelden door het grote aanbod van versproducten in allerlei soorten verpakkingen.
De ontwikkelingen gingen snel in het naoorlogse Nederland. Naar voorbeeld van Amerika werd alles groter en efficiënter aangepakt. Het assortiment werd ruimer en ruimer en omdat mensen steeds meer gingen reizen naar het buitenland, bleef de vraag naar nieuwe exotische producten toenemen.
Het enorme aanbod van binnen- en buitenlandse producten in een hedendaagse supermarkt is iets waarvan mijn ouders niet eens hadden kunnen dromen. De naoorlogse vooruitgang heeft ons veel gebracht, maar kent helaas ook een keerzijde. De wereldwijde afvalberg is aan het groeien. Maar liefst ruim een derde daarvan wordt geproduceerd door 16 procent van de wereldbevolking, namelijk het welvarende Westen.
Ik vind het logisch dat er ook naar onze branche wordt gekeken om een bijdrage te leveren aan de oplossing. Bijvoorbeeld door het gebruik van plastic en andere kunststof voorverpakkingen zoveel mogelijk te beperken. Dat afvalscheiding en recycling nodig zijn voor een duurzaam afvalbeheer is niet nieuw. In 1995 opende ik als een van de eersten een aparte Retourette bij de nieuwbouw van mijn Albert Heijn-supermarkt in Nijkerk. Het was een dubbelslag op het gebied van maatschappelijk ondernemen, want de combinatie van de inzameling van statiegeld met glas, papier, plastic, kleding en batterijen, leverde goede banen op voor een aantal werknemers met een beperking.
De westerse welvaart heeft helaas ook nog andere problemen met zich meegebracht: door het veranderde leefpatroon neemt het aantal mensen met problematisch overgewicht toe. Omdat voedsel, naast meer bewegen en sporten, bijdraagt aan een gezonde levensstijl, wordt ook hiervoor door de overheid (mede) een beroep gedaan op de foodsector. Zo zijn er onder meer afspraken gemaakt met producenten om de hoeveelheid suiker in frisdrank stapsgewijs te verminderen. Ook in onze winkels zien we de vraag naar gezonde voeding toenemen.
Mijn ondernemershart gaat altijd sneller kloppen als maatschappelijke veranderingen voor belangrijke verschuivingen in onze branche gaan zorgen. Elke verandering zorgt namelijk voor nieuwe kansen. Zo ben ik er altijd nog trots op dat ik in 1996 samen met een lokale melkveehouder in Drachten de eerste ecologische zuivelfabriek van Nederland uit de grond heb getrokken; een bedrijf dat inmiddels trouwens is overgenomen door het bekende FrieslandCampina-concern. Biologische producten waren destijds nog een nichemarkt, maar zijn inmiddels in de winkelschappen een steeds prominentere plek gaan innemen. Datzelfde zie je gebeuren met de verkoop van producten uit de streek en het toevoegen van aanbod van vers bereid en gezond voedsel in de vorm van traiteurschotels of een sushistand. Milieubewust en maatschappelijk ondernemen hoeft voor een ondernemer niet per se een beperking te zijn. Integendeel. Meegaan in de bewegingen van de markt en liefst daarin vooroplopen, kan voor een ondernemer heel profijtelijk uitpakken. Zelfs als het gaat om de vraag ‘Mag het iets minder zijn?’.

Gerard van den Tweel is AH-multifranchiser