Column: Verduurzamen met tegenwind

Slechts 12 procent van de Nederlandse consumenten geeft aan onvoldoende keuze te hebben uit duurzame producten in de supermarkt. Dit blijkt uit consumentenonderzoek dat ABN AMRO begin 2022 heeft laten uitvoeren. Daarnaast geeft 55 procent aan tevreden of neutraal te zijn over de keuzemogelijkheden en 33 procent weet het niet of let er niet op.

Op het eerste gezicht lijken dit mooie resultaten waaruit in ieder geval blijkt dat een meerderheid van de Nederlandse consumenten erop vertrouwt dat supermarkten, leveranciers en boeren het juiste doen om duurzame producten in de supermarkt te krijgen. Toch is het maar de vraag wat consumenten onder duurzaam verstaan en of ze voldoende kennis hebben van de hoge maatschappelijke kosten van ons voedselsysteem. Het kopen van verpakkingsloos fruit of een product met keurmerk mag als duurzaam worden gezien, maar is slechts de ondergrens. Écht verduurzamen van de hele voedselketen kost meer.

Dan heb ik het niet zozeer over verduurzaming die zich voorspelbaar terugverdient en die bijvoorbeeld ligt op het vlak van vervoer, verwerking en verpakking. Overstappen op elektrische en zuinigere productie- en vervoersmiddelen of lichtere plastic verpakkingen levert de producent meestal snel financieel voordeel op. Maar andere belangrijke verduurzamingsinitiatieven leveren niet zozeer financiële maar vooral maatschappelijke winst op en vinden vaak eerder in onze voedselketen plaats. Dit betreft bijvoorbeeld het herstel van biodiversiteit, het tegengaan van ontbossing en het betalen van een leefbaar loon aan Afrikaanse boeren

De laatste categorie vraagt om veel meer inspanning en coördinatie en heeft een hoger prijskaartje, omdat het gaat om het voldoen van ‘onzichtbare’ kosten die nu op de mondiale samenleving worden afgewenteld. Dat maakt tegelijk duidelijk dat de echte prijs van ons voedsel gewoon hoger ligt dan de winkelprijs, want zelfs het beste – en duurste – keurmerk kan niet garanderen dat al deze maatschappelijke kosten worden voldaan. Hier hebben dus producent en supermarkt de verantwoordelijkheid om aan de consument duidelijk te maken dat echt duurzaam voedsel duurder is, maar óók toegevoegde waarde heeft voor de wereld .

Dit is echter geen gemakkelijke boodschap voor mensen die weinig te besteden hebben. Zeker niet bij de huidige tegenwind waarbij de prijs in de supermarkt binnen een jaar met 14 procent is gestegen en loongroei daarop achterblijft. Wanneer de prijzen van energie, verpakkingen en grondstoffen ooit weer substantieel dalen en er ruimte ontstaat om de consument wat korting te geven en de winstgevendheid van bedrijven te herstellen, is het te hopen dat de kans vooral wordt aangegrepen om  de maatschappelijke kosten voor een duurzaam voedselsysteem te dekken.

Want laten we bij dalende energie- en grondstofprijzen niet opnieuw in de valkuil van een ‘race to the bottom’ stappen om alles zo goedkoop mogelijk te maken. Op lange termijn is een gezond en weerbaar voedselsysteem onder aan de streep namelijk het goedkoopst. Ook voor levensmiddelenproducenten, supermarkten en consumenten, die daarmee de grote financiële risico’s mitigeren die  samenhangen met onder andere klimaatverandering. Want als we daar niets aan doen, gaan we het pas echt voelen in onze portemonnee.