‘Complete huisdiervoeding is een uitgebalanceerd dieet, net als babyvoeding’

NVG: Aandacht voor duurzaamheid groeit

TILBURG - Het zijn toch je familieleden, hè, die huisdieren? Het is een cliché, maar uiteindelijk wil je het beste voor ze. De categorie diervoeding is ontzettend divers en speelt in op trends die ook terugkomen bij humane voeding. De Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren (NVG) ziet als brancheorganisatie voor fabrikanten van diervoeding dat er alles aan wordt gedaan om op de verpakking van producten de juiste informatie te geven. Toch liggen er ook kansen voor supermarkten, zodat consumenten op de winkelvloer beter worden geïnformeerd over diervoeding. “Mensen zijn al gauw geneigd om te veel eten te geven”, aldus Benita Beekhof, verenigingsmanager bij de NVG.

Welk voer moet ik hebben voor mijn hond, kat of cavia? Het aanbod in de supermarkt is zo groot, dat het soms moeilijk is om een keuze te maken. Voeding voor een actief dier of juist voor een junior? Ga ik voor een A-merk of voor een huismerk? Wat kies je als je het beste wilt voor je huisdier? Hoe speciaal je het ook wilt maken en op mensenvoer wilt laten lijken, alle producten moeten aan strenge wet- en regelgeving voldoen. In Nederland zijn inmiddels 1,8 miljoen honden, 3,2 miljoen katten, 5,8 miljoen aquariumvissen en 0,3 miljoen knaagdieren als huisgenootjes te vinden (Bron: I&O Research). Beekhof vertelt over de uitdagingen en ontwikkelingen in de wereld van diervoeding.

Wat doet de NVG?
“De NVG is een brancheorganisatie voor fabrikanten van huisdiervoeding. We zijn een sectororganisatie die 80 procent van de huisdiervoeding op de Nederlandse markt vertegenwoordigt. Niet alle fabrikanten zijn lid, maar de grootste wel. Kortom, we zijn de stem van de Nederlandse huisdiervoedingsfabrikanten en spreekbuis van de industrie naar de overheid. We zijn aangesloten bij de Europese koepel FEDIAF EuropeanPetFood. Dat heeft alles te maken met de diervoederwetgeving, waar huisdiervoeding onder valt. Wij doen het Nederlandse stuk hiervan.”

Is die wetgeving streng?
“Ja, het is een vrij uitgebreide wetgeving, dus we hebben vaak te maken met veranderingen. Zelfs als het om minuscule wijzigingen gaat, kunnen die veel impact hebben. Als voorbeeld: de etikettering van producten. Daar zitten grote uitdagingen, of je nu een label moet aanpassen voor veevoer, bulk, of voor huisdiervoeding. De verpakkingen van onze leden liggen vaak al een jaar op de rol te wachten tot ze gevuld worden. We zorgen ervoor dat onze leden direct op de hoogte zijn als er iets wordt gewijzigd. De verpakkingen worden namelijk gemaakt voor meerdere landen, maar de symbolen voor afvalscheiding zijn binnen Europa bijvoorbeeld niet gelijk. Dat maakt het lastig om één verpakking te ontwikkelen. We lobbyen bij de Europese Commissie om duidelijkheid te creëren.”

Kun je iets meer vertellen over het assortiment diervoeding?
“Als je kijkt naar wat er in het schap ligt, dan zie je dat er een ongelooflijk breed productassortiment is. Geschikt voor een kleine én grote beurs, maar ook op productniveau zie je verschillen. Denk aan voeding specifiek voor jonge of oudere dieren. En wat steeds meer voorkomt is dat baasjes een keuze maken op basis van hun eigen overtuigingen. Als je zelf vegetarisch eet, dan heb je sneller de neiging om dat eetpatroon ook bij je huisdier door te voeren. Dat is een feit. Consumenten zijn geneigd hun eigen gedrag te projecteren op hun huisdier.”

Zie je dan ook de trends uit humane voeding terug bij diervoeding?
“Ja, je kunt stellen dat dit parallel loopt aan elkaar. Uiteindelijk zie je de trends terugkomen bij diervoeding. Kanttekening hierbij is wel dat de gezondheid van het huisdier en de kwaliteit van de voeding altijd voorop moet staan, ongeacht het gedrag van het baasje. Zo zien we dat er steeds meer aandacht komt voor duurzaamheid. Als het gaat om eiwitten en grondstoffen, dan worden er steeds vaker alternatieven gebruikt zoals zeewier en insecten. Dat begint nu bij humane voeding ook in opkomst te komen. Eigenlijk gebruikt de diervoedingsindustrie dezelfde grondstofstromen, maar krijgt zij de reststromen. Als mensen bijvoorbeeld minder vlees gaan eten, dan zijn er ook minder bijproducten over voor diervoeding en zal het gebruik van alternatieven toenemen.”

Je zegt dat de gezondheid van het huisdier en de kwaliteit van voeding voorop moeten staan. Hoe kunnen jullie dat garanderen?
“We hebben mazzel dat die strikte regelgeving er is en wij als sector een strenge zelfregulering hanteren. Hoe speciaal je het ook wil maken en hoe erg het op mensenvoer moet lijken, alles moet aan minimale eisen voldoen. Dat betekent dat er alleen op de verpakking ‘complete huisdiervoeding’ mag staan als het een volledige mix is met daarin alle voedingsstoffen. Een dier heeft verder niets nodig om gezond oud te worden, dus geen snoepjes of koekjes. Het is een uitgebalanceerd dieet, net als babyvoeding. Aan de andere kant heb je de term ‘aanvullende huisdiervoeding’, en dat is niet compleet. Dieren moeten worden bijgevoerd om alle belangrijke stoffen binnen te krijgen. Ik vraag me weleens af of consumenten zich dat wel realiseren.”

Helft van de consumenten leest de verpakking. Wat kunnen supermarkten en fabrikanten doen om de communicatie naar consumenten te verbeteren?
“Fabrikanten zijn natuurlijk deels verantwoordelijk, maar het staat al op de verpakking. Daarnaast hebben wij een kennisbank en dragen we de boodschap ook uit naar de consument via professionals als dierenartsen. Het is goed als supermarktondernemers met hun leverancier om tafel gaan zitten, want dan komen er ongetwijfeld ideeën om dit aan te pakken. Denk aan informatieborden in het gangpad van diervoeding. Gelukkig zien we dat de informatiebehoefte van consumenten groeit, maar uit eigen onderzoek blijkt dat maar de helft van de consumenten de informatie op de verpakkingen leest. Dat kan beter.”

Het is ontzettend actueel nu: de prijsstijgingen. Hoe zit dat bij diervoeding?
“Zoals vele branches wordt diervoeding helaas ook geconfronteerd met sterk stijgende kosten. Denk aan vlees, granen, energie, transport et cetera. We hebben een onderzoek laten uitvoeren door I&O Research in opdracht van NVG en Dibevo onder 1974 huisdierbezitters in de eerste helft van juni 2022. Daaruit blijkt dat 78 procent van de ondervraagden geen gevolgen ervaart van de stijgende prijzen op de uitgaven aan het huisdier. 8 procent geeft aan hetzelfde voer te kopen, maar als het kan, goedkoper. Dat kan in een ander kanaal of in de aanbieding. Er moet echt iets heel geks gebeuren, willen consumenten concessies doen op huisdiervoeding. Ze eten liever zelf minder, dan dat ze het dieet van hun huisdier aanpassen. Desondanks heeft dit sterk onze aandacht daar diervoeding betaalbaar moet blijven voor consumenten.”

Bron: Levensmiddelenkrant

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.