Wetsvoorstel Wet franchise ter behandeling naar de Tweede Kamer

'Deze wet moet zo snel mogelijk ingaan'

WOERDEN - Het voorstel voor de Wet franchise is naar Tweede Kamer gestuurd. De wet moet een concrete invulling gaan geven aan de rechten en plichten van franchisegevers en -nemers, niet alleen voordat ze een samenwerking aangaan, maar ook na dat moment. Patricia Hoogstraaten van het Vakcentrum had een belangrijk aandeel in voorloper ‘Nederlandse Franchise Code’ en de invulling van de aankomende wet. Ze vertelt Levensmiddelenkrant over het resultaat.

“Er zijn al discussies over franchise sinds ik hier ben begonnen. Maar over Nederlandse wetgeving spreken we nu acht jaar”, zegt Patricia Hoogstraaten, directeur van het Vakcentrum. “Sindsdien is er in Nederland steeds meer franchise gekomen en dus ook meer knelpunten.” De nieuwe wet moet de verhoudingen tussen twee partijen duidelijker maken. Zo staat er dat een ondernemer goed moet worden geïnformeerd en voldoende bedenktijd moet krijgen voor hij een samenwerking aangaat. Binnen de nieuwe wet moet de franchisegever een faciliterende rol aannemen en moeten beide partijen in overleg vóór ingrijpende besluiten worden doorgevoerd. Voor wijzigingen die in de formule plaatsvinden en invloed hebben op financiën bijvoorbeeld, moeten beide partijen toestemming geven. Franchisenemers kunnen zich laten vertegenwoordigen door een vereniging. Het karakter van de wet dwingt franchisepartijen tot een ‘goede’ samenwerking.

Goede franchise

Hoogstraaten wil niet ingaan op bestaande conflicten uit het verleden of heden, maar geeft Levensmiddelenkrant inzage in een conceptcontract van een kleine franchiseketen. De formule vraagt de ondernemer akkoord te gaan met de vrijblijvendheid van vooraf verstrekte informatie. Binnen de Wet franchise zou deze afspraak in het contract niet langer rechtsgeldig zijn. Volgens Hoogstraaten past een dergelijke afspraak niet bij ‘goed franchisegeverschap’. Tegelijkertijd noemt Hoogstraaten de wet een minimumpakket. “Niet alles is geregeld. Zo hoeft een franchisegever geen marktprognoses voor te leggen in de precontractuele fase. Aan de andere kant wordt hij wel verplicht relevante informatie van tevoren te delen.” Heeft de branche genoeg aan een minimumpakket? Wat betreft Hoogstraaten wel. “Al met al betekent het heel wat dat er een hele wet met 12 artikelen aan het Burgerlijk Wetboek wordt toegevoegd. De wet regelt veel, door middel van dwingend recht; een belangrijk aspect dat ervoor zorgt dat partijen zich eraan moeten houden. Het is bovendien op alle franchiseformules van toepassing, ook afgeleide formules.”

Steun

Ondanks dat er ook tegengeluiden uit de branche zijn geweest, rekent Hoogstraaten op ruim voldoende steun voor de wet. “De verschillende voorstellen hebben drie consultatierondes doorlopen. In de laatste ronde waren de reacties duidelijk. Van de 572 reacties uit zeer uiteenlopende branches - van retail, autodealers, financiële dienstverleners tot horeca - waren er 400 positief, waaronder 220 van supermarktondernemers.” Het argument dat de wet slecht zou zijn voor de innovatie van franchiseformules, schuift ze van tafel. “Als je als franchisegever de financiële drempel niet overschrijdt, hoef je geen instemming te vragen. Een franchisegever die niet wil overleggen over belangrijke beslissingen, moet maar filialen openen. Overleg hoort er nu eenmaal bij. Ondernemers staan daarbij vaak juist open voor goede innovaties. Genoeg innovaties komen juist bij de ondernemers vandaan, voordat ze landelijk worden uitgerold”, stelt de Vakcentrum-directeur. Ook zou een wet zonder dwingend karakter volgens Hoogstraaten niet helpen. “Dan zou het te makkelijk zijn om in een contract af te wijken van de wet.”

Januari 2021

Hoe de Wet franchise in de praktijk gaat uitpakken en of er nog aanpassingen komen, moet ook Hoogstraaten nog zien. “Maar we zijn blij dat het voorstel nu bij de Tweede Kamer ligt. De wet moet zo snel mogelijk ingaan. Als ik optimistisch ben, hoop ik dat hij voor het zomerreces aan de Eerste Kamer wordt voorgelegd en in januari 2021 van kracht kan gaan.”

Knelpunten
Knelpunten in de praktijk zijn de afgelopen jaren veelvoudig behandeld in landelijke media. Zo hadden franchisenemers van Albert Heijn een conflict met het hoofdkantoor over de verdeling van kosten en baten, waarna ze in 2013 15 procent van hun rekeningen weigerden te betalen. De ondernemers stapten in 2014 naar de rechter. Deze rechtsgang is nog steeds niet ten einde, want de Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers (VAHFR) zou van plan zijn nog naar de Hoge Raad te stappen, na de zaak tot twee keer toe te hebben verloren. Een ander recent voorbeeld is Hema, die in 1958 als eerste winkelketen franchisenemers in de arm nam. Ondernemers stapten in 2018 naar de rechter met klachten over inkoopkortingen. Sinds de overname van Lion Capital in 2007 profiteerden franchisewinkels hier niet meer van mee. Ook vochten franchisenemers de kosten-en-batenverdeling van onlineverkoop aan. Het conflict was een van de redenen dat de overname door het Belgische Core Equity niet doorging. Na de overname door Marcel Boekhoorn heeft Hema nieuwe afspraken gemaakt met de franchisenemers.

Cijfers
Uit onderzoek van de NFV komt naar voren dat er zo’n 800 verschillende franchiseformules actief zijn, met ruim 30.000 vestigingen. Hiervan waren in 2018 97 franchisegevers actief in de foodretail en 7.456 vestigingen van franchisenemers. Er werken zo’n 154.000 mensen voor de franchise detailhandel food en franchisevestigingen in de foodsector zijn goed voor een omzet van 15,7 miljard euro, volgens cijfers uit 2018. “In het algemeen wordt goed samengewerkt en versterken partijen elkaar. Soms is sprake van een conflict, wat kan leiden tot rechtszaken”, zegt directeur NFV Jos Burgers.

Bron: Levensmiddelenkrant