WIJNJEWOUDE – Momenteel is Buurtsuper Wijnjewoude nog in handen van Wout van der Wal en John van der Veen, die de supermarkt overnamen uit noodzaak. Maar binnenkort komt Heidie Talsma aan het roer te staan. Zij heeft een passie voor het werken met mensen met een beperking en combineert dit met het runnen van een supermarkt.
Buurtsuper Wijnjewoude kent een lange geschiedenis. Momenteel is Van der Wal nog eigenaar samen met Van der Veen. “Een paar jaar geleden ben ik bij het project betrokken geraakt”, vertelt Van der Wal. “Toen was ik voorzitter van een werkgroep die ondernemers helpt die in zwaar weer verkeren. We moesten een projectplan opstellen voor Buurtsuper Wijnjewoude, maar tijdens dat traject brandde de winkel voor een derde af. De toenmalige ondernemer zag het daarna, mede vanwege zijn leeftijd, niet meer zitten. Hij had de winkel op dat moment al zo’n tien jaar gerund. Om die reden ben ik bij het project betrokken gebleven. Na de brand hebben we de schade hersteld, een nieuwe ondernemer en organisatie gezocht en de winkel opnieuw ingericht en schoongemaakt. Vier jaar geleden heeft de commissaris van de Koning de winkel heropend.”
Actie bewoners
Alsof dat nog niet genoeg was, kreeg de nieuwe ondernemer anderhalf jaar later problemen met de leverancier, waarna zij uit elkaar zijn gegaan. Dit betekende dat de supermarkt opnieuw dreigde te sluiten. De werkgroep waar Van der Wal en Van der Veen deel van uitmaakten, wilde de winkel echter behouden. Samen met elf dorpsbewoners werden het pand en het omliggende terrein gekocht. “Dat deden we om de winkel te behouden. De bewoners zetten vervolgens een actie op om de voorraad te financieren, wat zestigduizend euro opleverde. Formeel ben ik nu samen met Van der Veen eigenaar. Ik heb zelf 25 jaar een C1000-supermarkt gehad, dus aan winkelervaring geen gebrek. Twee keer per week ben ik in de winkel te vinden”, zegt Van der Wal die zelf in de buurt van Dordrecht woont, terwijl de supermarkt in Friesland ligt.
Na de brand is gekozen voor het concept Buurtsuper, dat onder Boon valt. “We hebben gesprekken gevoerd met verschillende organisaties, zoals Spar, Boon en Van Tol Retail. Voor de toenmalige ondernemer kwam Buurtsuper daar uiteindelijk als beste optie uit. Bovendien zijn er niet veel formules die zich richten op zulke kleine winkels, waardoor de keuze beperkt was”, meent Van der Wal.
Ontmoetingsplek
Hoe belangrijk is een supermarkt voor een dorp? “Heel belangrijk”, stelt Van der Wal. “De winkel ligt centraal in het dorp en is een ontmoetingsplek voor zowel ouderen als jongeren. Mensen kunnen er terecht voor boodschappen, bloemen en het postkantoor, waardoor ze niet telkens naar een grotere plaats in de omgeving hoeven. De plaatselijke bakker is hier een paar jaar geleden al gestopt. Uiteindelijk draait het om de leefbaarheid van een kleine kern. Je kunt qua assortiment niet op tegen de grote ketens, maar je onderscheidt je met de kwaliteit van vers én de service. Begin januari hadden we bijvoorbeeld te maken met gladheid en kreeg ik telefoontjes van mensen die niet konden komen. Dan brengen wij de boodschappen gewoon.”
Twee certificaten nodig
Van der Wal zou aanblijven tot er een nieuwe ondernemer was gevonden en die is er inmiddels: Heidie Talsma. Ze begon haar loopbaan ooit in de kledingwinkel van haar ouders, maar dat bleek uiteindelijk niet goed bij haar te passen. Daarom liet ze zich omscholen tot onderwijsassistent in het speciaal onderwijs, iets wat ze met veel plezier deed. Toch bleef het ondernemerschap trekken. Om die reden besloot ze de supermarkt in Wijnjewoude over te nemen, gecombineerd met dagbesteding. “Het enige punt was dat ik daarvoor nog twee certificaten Maatschappelijke Zorg moest behalen. Dat traject heb ik inmiddels afgerond”, vertelt Talsma enthousiast.
Idee
Ze heeft zelf nog geen directe ervaring als ondernemer, maar komt wel uit een echte ondernemersfamilie. Daarnaast heeft haar man een eigen bouwbedrijf. “Het ondernemerschap moet ik nog leren, maar het zit al heel lang in mijn hoofd. Ik durfde het alleen nooit. Nu kwam het op mijn pad en dacht ik: hier moet ik iets mee doen. Een supermarkt is natuurlijk heel iets anders dan een kledingwinkel, maar ik vind het enorm interessant. Ik moet nog veel leren, maar gelukkig heb ik collega’s met veel kennis en natuurlijk Wout, die ontzettend veel weet. De eerste keer bestellen was bijvoorbeeld hartstikke spannend en dat ging niet helemaal goed, maar daar leer je van. Het zorgen en begeleiden binnen de dagbesteding zit in mijn bloed en het ondernemerschap ook, maar een supermarkt is wel weer een andere tak. Met de mensen om mij heen komt dat echter helemaal goed”, denkt Talsma.
Het idee voor een supermarkt met dagbesteding speelde dus al langer. “De winkel kampt al jaren met problemen en het is een paar keer misgegaan. Zes jaar geleden heb ik al eens iemand met een dagbesteding gemaild met de vraag of dit niet iets voor hen was. Ook heb ik destijds aangegeven dat ik wilde helpen. Daar is toen niets uitgekomen, maar het plan zat al die tijd in mijn hoofd. Ik weet niet of de winkel nog had bestaan als ik me niet had aangeboden. Dan was er weer een supermarkt verdwenen, terwijl het juist zo belangrijk is dat die blijft. Ik vind het heel mooi om dit in samenwerking met dagbesteding te doen”, aldus Talsma. Het idee werd concreet toen zij hierover in gesprek raakte met Van der Veen.
Artikel gaat verder onder de foto ↓
Stapje voor stapje
Hoewel Talsma de supermarkt nog niet officieel heeft overgenomen, werkt ze al geruime tijd in de winkel. “Ik draai sinds juni mee. Sinds september ben ik hier gemiddeld drie dagen per week. Daarnaast liep ik stage en ging ik naar school. Ik was dus vijf dagen per week bezig, waarvan drie hier. Dat wordt binnenkort wel meer, maar we doen het stapje voor stapje. Ik kom bij hen in de bv en langzaam stappen zij eruit, totdat ik het volledig overneem. Wout heeft zoveel kennis dat ik hem nu nog niet kan missen. Hij wil het netjes en zorgvuldig achterlaten. Wanneer ik het precies overneem, weet ik nog niet, maar waarschijnlijk wel binnen het jaar”, vertelt Talsma.
De dagbesteding is in februari begonnen. Er zijn nu twee mensen bij Buurtsuper Wijnjewoude met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Zij kunnen niet zomaar in een reguliere baan werken, maar met goede en nabije begeleiding lukt dat wel. Ze werken vaak iets kortere dagen en het tempo ligt wat lager. Vanuit de dagbesteding is er nu één begeleider en dat ben ikzelf; in de toekomst zou het mooi zijn als er nog één bijkomt. En daarnaast is er altijd een begeleider vanuit de supermarkt”, legt Talsma uit.
Win-winsituatie
De samenwerking met de gemeente en andere instanties verloopt via Maatwurk, de organisatie die de dagbesteding verzorgt. “Zij zitten in Gorredijk en ondersteunen mij bij alles rondom de gesprekken met de gemeente en de financiën. Ik had al een half jaar bij het bedrijf stagegelopen voor mijn certificaten. Het is mooi dat zij mij deze kans bieden en helpen met zowel de financiële zaken als het papierwerk. Hoewel ik zelf al enige kennis had, is het enorm fijn dat zij dit doen, zeker gezien hun ruime ervaring. Het klikte meteen en zij waren erg enthousiast over deze supermarkt, waardoor het uiteindelijk een echte win-winsituatie is geworden”, zegt Talsma.
De reacties vanuit het dorp zijn volgens Talsma zeer positief. “De bewoners zijn ontzettend blij dat de supermarkt blijft bestaan. In de omgeving verdwijnen er veel en deze is zelf ook een tijd dicht geweest na de brand, dus men weet hoe het is zonder winkel. Ik kom zelf uit het dorp en iedereen kent mij, dus ze vinden het prettig dat er een bekend gezicht instapt als ondernemer. Ook de dagbesteding wordt heel enthousiast ontvangen. De deelnemers zijn mensen met veel kwaliteiten; er bestaan soms vooroordelen, maar ze kunnen prima achter de kassa staan en andere werkzaamheden doen met de juiste begeleiding.”
Iedereen kan meedoen
De nieuwe ondernemer vindt het werken met mensen met een beperking vooral zo waardevol omdat iedereen op deze manier mee kan doen in de maatschappij. “Daar word ik echt blij en gelukkig van en het geeft me veel voldoening om anderen blij te zien. Ik geniet daarnaast van het werken met mijn andere collega’s. Bijvoorbeeld met de jonge bijbaners, daar is mijn zoon er een van. Het werken in de supermarkt zelf vind ik fantastisch: je hebt de hele dag mensen over de vloer en de contacten zijn vaak kort en laagdrempelig, anders dan de lange gesprekken die ik eerder had in de kledingwinkel. Mijn zoon zegt wel eens dat ik de hele dag sta te praten, maar juist dat sociale aspect en het constant bezig zijn, maken dit werk zo fijn. Er is geen moment dat je niets te doen hebt en dat past precies bij mij”, sluit Talsma af.
Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.