DEN HAAG – Van de Nederlandse frisdrinkers koopt 41% wel eens frisdranken over de grens. In twee derde van de gevallen is de reden hiervoor dat de prijzen daar lager zijn dan in Nederland. Dat blijkt uit het Frisse Dranken Onderzoek 2026, uitgevoerd in opdracht van FWS, de branchevereniging voor frisdranken, waters en sappen.
Deze toenemende grenseffecten raken volgens FWS niet alleen de sector, maar ook ondernemers en de leefbaarheid van grensregio’s. “Deze cijfers laten zien dat grensaankopen allang geen uitzondering meer zijn”, zegt Robert Seegers, directeur van FWS. “Het is een duidelijk signaal dat steeds hogere belastingen en accijnzen ervoor zorgen dat consumenten uitwijken naar onze buurlanden, net als bij de bierverkoop. Dat heeft gevolgen voor Nederlandse ondernemers én voor de schatkist.”
Volgens FWS raken de oplopende prijsverschillen niet alleen producenten van frisdranken, waters en sappen, maar de gehele retailketen in grensregio’s. Consumenten die voor frisdranken de grens oversteken, nemen vaak ook andere boodschappen mee. Hierdoor lopen Nederlandse winkels omzet mis en verdwijnen belastinginkomsten naar het buitenland.
FWS is daarom ook onderdeel van ‘Steun onze Grensregio’s’, een brede coalitie van ondernemers en brancheorganisaties, waaronder MKB-Nederland, ONL en CBL. De coalitie maakt zich sterk voor een belastingbeleid met een bijzondere positie van grensregio's, en dat moet voorkomen dat Nederlandse consumenten steeds vaker over de grens hun aankopen doen.
Seegers: “We hopen dat dit werkbezoek bijdraagt aan beleid dat oog heeft voor de gevolgen van oplopende prijsverschillen met onze buurlanden.”
Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.