Directeur Marc Jansen over de crisis, samenwerking en het nieuwe normaal

CBL: ‘Hoge omzet staat niet in verhouding tot extra kosten’

LEIDSCHENDAM - Als één organisatie snel heeft moeten schakelen tijdens de coronacrisis, dan is het wel het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Directeur Marc Jansen blikt terug op een ‘bizar drukke’ tijd. Jansen: “Ik hoop dat sociaal boodschappen doen het nieuwe normaal wordt.”

Hoe zijn de afgelopen maanden voor het CBL geweest?
“Eigenlijk bizar druk, vooral in het begin. Corona bleek vrij snel erger dan we hadden kunnen denken. Begin maart, nog voor de crisis begon, zijn we met het ministerie van Landbouw en het ministerie van Economische Zaken in gesprek gegaan over de voedselvoorziening van Nederland. We hebben allemaal meegemaakt hoe het daarna is gegaan. Week 11 was - voor zover ik me herinner - het begin van de grote crisis, inclusief het begin van het hamsteren door mensen.”

Gebeurde dat in lijn der verwachting?
“Wc-papier hamsteren gebeurde eerst in Australië, maar de conclusie in Nederlandse media was dat er werd gehamsterd in het algemeen. Ik wil de media niet de schuld geven, maar berichtgeving heeft wel invloed gehad op het vervolg in eigen land. We hebben zelf geleerd dat iedere keer dat je zegt ‘doe het niet’, mensen het juist doen. Dat is een soort psychologie van mensen in een nieuwe werkelijkheid. Heel bijzonder.”

Hoe is daar achter de schermen over nagedacht?
“We hebben het dilemma besproken. Er niks over zeggen vinden we ook niet goed. We moeten blijven zeggen dat er voldoende voedsel is in Nederland. De overheid wilde op een gegeven moment een limitering op het aantal producten instellen. Dat hebben we gelukkig kunnen voorkomen, want dan was de drukte nog erger geweest. Het enige wat je dan kunt doen is wachten tot mensen zien dat het er de volgende dag weer ligt. Dus dat hebben we gedaan.”

Wat heeft het CBL nog meer gedaan?
“We hebben heel veel inspanning geleverd om personeel in distributiecentra opgenomen te krijgen in de groep van vitale sectoren. De winkels moesten worden bevoorraad. We hebben laten zien als levensmiddelensector - supermarkten, fabrikanten, boeren en tuinders - wat we waard zijn. De spanning om de schappen iedere dag te vullen was enorm. Het openstellen van groothandels wilden we ook zien gebeuren om de druk van supermarkten af te halen. Enkele tientallen groothandels zijn opengegaan en dat heeft zeker effect gehad. Wij als CBL hebben de rol naar onze achterban toe de zaak zo goed mogelijk te coördineren, maar ook ceo’s van supermarkten waren het er snel over eens dat deze situatie zo groot was dat we min of meer overschakelden: ongeacht de naam op de pui of de kleur van de folder waren we samen één supermarkt. Zo voelt dat nog steeds.”

Verwacht u dat die saamhorigheid standhoudt in de toekomst?
“Het is een harde concurrentieslag, maar op persoonlijk niveau kunnen mensen het heel goed vinden. Als het nodig is bellen ze elkaar om zaken door te spreken. We profiteren als branche enorm van dat vertrouwen.”

Hoe kijkt u naar de verhouding retail - horeca in de crisis en hoe de sectoren elkaar helpen?
“We hebben onze foodserviceachterban geholpen met het openen voor consumenten. De rest konden we zelf niet helpen. We hebben contact gezocht, maar de horeca is als sector heel erg gefocust geweest op zijn eigen problematiek. Op zich snap ik dat wel, want ze hebben het loodzwaar. Zeker als je naar de gevolgen voor de toekomst kijkt, hopen we uit de grond van ons hart dat de horeca zo snel mogelijk weer helemaal open kan. Wij pakken nu de omzet erbij, maar het liefst hadden we gehad dat de omzet gewoon bij de horeca was gebleven en we met de normale concurrentieverhoudingen het van elkaar proberen af te snoepen. De pijn van de horecaondernemers voel je, ook al heb je het zelf drukker dan ooit, maar als de horeca denkt van onze expertise gebruik te kunnen maken, zijn we altijd bereikbaar en bereid hulp te geven.”

Hoe kijkt u naar de status van de retailsector na de omzetstijging?
“Met name de gemakswinkels en to-goformules zijn zwaar in de rode cijfers gedoken. Reguliere supermarkten draaiden in week 11 zo’n 30 procent extra omzet, blijkt uit cijfers van IRI. Dat was het effect van het hamsteren. Die omzetstijging stabiliseert naar 10 procent. Het staat niet in verhouding tot de extra kosten die we hebben gemaakt, van distributie tot extra personeel. Voor de vuist weg heb je denk ik als branche ruim 10 miljoen per week aan extra kosten gehad. Dat is een keiharde cash-out. Met een marge van 2 à 3 procent moet je ter compensatie wekelijks 300-400 miljoen aan extra omzet draaien. Dat halen we bij lange na niet. Kortom: ik vermoed dat, wanneer de echte cijfers boven water komen, retailers met meer omzet onder aan de streep meer kosten hebben gehad.”

De horeca is heropend op een nieuwe manier. Wat is voor de supermarkt de nieuwe manier?
“Wij vinden het belangrijk dat alle Nederlanders de komende tijd de maatregelen gaan naleven. Vooral die anderhalve meter. Daarom blijft één klant per 10 vierkante meter de komende maanden de standaard. Hoe winkels dat doen is aan henzelf. Supermarkten gaan dat per locatie specifiek regelen. Uiteindelijk moet iedereen op een veilige manier boodschappen kunnen doen. Ik hoop dat sociaal boodschappen doen en rekening houden met elkaar het nieuwe normaal wordt.”

Dit artikel verscheen eerder in de Levensmiddelenkrant en Out.of.Home Shops special ‘SamenSterk’. Abonneren? Klik hier voor Levensmiddelenkrant en klik hier voor Out.of.Home Shops.

Bron: Levensmiddelenkrant / Out.of.Home Shops