Retaildeskundige Erik Hemmes: ‘Groei maakt ook kwetsbaarder’

NIEUWVEEN - Het is niet makkelijk om een flinke supermarktketen te zijn. Concurrenten komen uit alle hoeken en liggen constant op de loer, klaar om te schieten. Met nóg snellere bezorging, een nóg breder assortiment of nóg lagere prijzen. Nog eens fuseren dan maar? Een winkel in België overnemen? Of extra investeren in een volledig geautomatiseerd distributiecentrum? Stilstand is achteruitgang, dat blijkt wel uit de woorden van retaildeskundige Erik Hemmes. Voor Levensmiddelenkrant deelt hij zijn visie op het huidige supermarktlandschap en zijn voorspellingen voor de toekomst.

In elke stad en ieder dorp in ons land kleuren de straten blauw en geel, afgewisseld met een enkel toefje groen of rood. De slag om de consument lijkt in zijn laatste fase te zijn beland. Maar wacht, daar trappelen de nieuwkomers al aan de poort… Bestudering van deze arena is als het kijken naar een spannende serie vol plotwendingen. Erik Hemmes gidst ons erdoorheen.

Door overnames en fusies is het supermarktlandschap enorm veranderd. Welke ontwikkelingen van de laatste jaren springen wat jou betreft het meest in het oog?
“Dat er formules worden overgenomen is helemaal niet anders of bijzonder. Er is altijd al afkalving van het aantal formules geweest. Sinds 1988 houd ik een lijstje bij met alle namen van supermarkten die zijn opgehouden te bestaan. De winkels zijn er vaak nog wel, maar ze zijn onder een andere naam verdergegaan. In totaal gaat het om zo’n tachtig namen. Dus je ziet: dit is al heel lang gaande. Intrigerend is echter dat juist de kleine levensmiddelenwinkels weer terugkomen. Je ziet ze vooral in de Randstad overal oppoppen. De aandacht voor eten buiten de deur groeit en de citysupers spelen daar handig op in. Tegelijkertijd zien we het vloeroppervlak van de winkels toenemen. Had de ideale supermarkt in 1990 een ideale oppervlakte van 1000 m , tegenwoordig is dat 1600 m , om voldoende ruimte te hebben om het uitdijende assortiment kwijt te kunnen. De omzet neemt overigens niet evenredig toe; die groeit eerder met de inflatie mee.”

Wat valt jou op aan de groei van Albert Heijn en Jumbo, de twee omvangrijkste ketens van dit moment? Zit er een grens aan de mogelijkheden?
“Rond 1980 had Albert Heijn 12,5 procent marktaandeel, nu 36. Jumbo is begonnen in 1996 en heeft nu een marktaandeel van 22 procent. Dat komt onder meer door een overnamebeleid dat zijn weerga niet kent. Als ik mij niet vergis, ligt de grens op een marktaandeel van 40 procent. Vanaf die omvang gaat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) tegensputteren (zie kader). Albert Heijn had wellicht heel Deen kunnen overnemen, maar groei maakt ook kwetsbaarder. Daarom doet het bedrijf, net als de andere supers, aan risicospreiding. Het werken met verschillende formaten is daar een voorbeeld van, net als de overname van bol.com enkele jaren geleden en het openen van vestigingen in België. Ik snap het wel: het is ook veel handiger om twee of drie vrouwen te hebben…”

Wat verwacht je van de aanstaande fusie tussen Plus en Coop? Zag je deze aankomen?
“Ik zag het inderdaad aankomen, maar het was dan ook logica van de bovenste plank. Welke organisaties bestaan voornamelijk uit zelfstandigen? Deze twee. Maar je moet het wel voor elkaar krijgen, en dat hebben ze heel goed gedaan.
Overigens: als ik Plus was zou ik Spar erbij proberen te krijgen. En dan een goede verdeling maken. Spar heeft veel city-winkels, dat geldt niet voor Plus. In combinatie met Spar zouden meer formules kunnen worden uitgebouwd. Maar ook op het vlak van distributie is veel winst te behalen bij deze samenwerking. Plus heeft een gloednieuw, volledig geautomatiseerd distributiecentrum. Een gemeenschappelijk distributiecentrum van Superunie is nog niet zover, als het er ook gaat komen. Vooralsnog is er geen reden om Spar elders onder te brengen, de keten is goed bezig. Maar ik vind het geen onlogische gedachte, want Plus bezit al 45 procent van de aandelen van Spar.”

Verwacht je dat kleinere supermarkten nog samengaan en zo een sterker front vormen tegen de reuzen in de branche?
“Er zijn niet veel mogelijkheden meer. Boni heeft een half jaar met Nettorama gevreeën, maar die liefde is inmiddels over. Interessanter is wellicht de opkomst van retailers met een specifieke oriëntatie, zoals Amazing Oriental en Poolse en Russische zaken. Het zou mij niet verbazen als daar nog meer groei in komt. Ik heb geen idee of zij aan ketenvorming gaan doen, maar ik weet wel dat supermarkten met een overwegend Nederlands aanbod heel goed kijken naar wat deze winkels op het schap hebben. Ook natuurvoedingswinkels blijven interessant om in de gaten te houden.”

Wie zijn momenteel de voornaamste concurrenten van de formules?
“Iedereen zit te kijken naar de flitsbezorgers. Op welke manier gaan ze de omzet van de grootgrutters laten dalen? Onlangs berekende bijzonder hoogleraar Ondernemerschap in de detailhandel aan de RuG Laurens Sloot hoe winstgevend flitsbezorging is. Hij heeft in Groningen voor de deur van een distributiecentrum gestaan en becijferde dat er wel degelijk winst te maken is. Ook Action is een concurrent, want de winkel verkoopt steeds meer levensmiddelen. Vanaf de jaren vijftig waren het de supermarkten die de slager, bakker en groenteman de das om deden. Men sprak er schande van toen ze melk gingen verkopen. Daarmee zouden ze de melkboer om zeep helpen. Wat je nu ziet is dat er juist weer meer speciaalzaken komen. En vlak de markt niet uit: waar supermarkten hun visafdeling nauwelijks draaiende kunnen krijgen staan er dikke rijen voor de viskraam op de markt. Men lijkt nog steeds te geloven dat op de markt je gulden een daalder waard is.”

Wat zie je als je in je glazen bol kijkt?
“We zullen meer buitenshuis gaan eten, voor het gemak en voor de gezelligheid. Retailers spelen daarop in door hun aanbod nog meer kant-en-klaar te maken. Ik zie nu nauwelijks dat Nederlandse supermarkten maaltijden aanbieden om ter plekke te nuttigen. Het gebeurt wel, maar het mislukt ook weleens, kijk maar naar Albert Heijn in Eindhoven jaren geleden. In de Verenigde Staten is het veel gebruikelijker. De vraag is of de ketens dit verder oppakken. De retailomzet per vierkante meter vloeroppervlak is vrij hoog, een horeca-initiatief zal een veel lagere omzet genereren.
Dus mijn inschatting is dat veel formules het zullen afhouden. Een andere ontwikkeling die al gaande is maar ongetwijfeld in omvang gaat toenemen, is een technische. Albert Heijn is daar heel vooruitstrevend in. Ceo Marit van Egmond heeft gezegd dat ze steeds meer gebruik maken van data, ze noemt het zelfs een techbedrijf. Albert Heijn gebruikt de data voor aanscherping van het aanbod. De Zaanse keten is ook heel goed in online delivery. Halverwege de jaren negentig nam het bedrijf boodschappenbezorgdienst James over – het werd omgedoopt in Albert – en op dit moment heeft het een aandeel van 10 procent in de online boodschappenmarkt, die totaal 7 procent van de boodschappenmarkt uitmaakt. De vraag is hoeveel groei er nog in zit voor Albert Heijn, nu er serieuze kapers op de kust zijn. Er zijn al honderden miljoenen in Picnic geïnvesteerd en ook achter Crisp zitten investeerders met diepe zakken. Deze winkels beginnen online, maar blijven ze dat ook? Kijk naar Amazon, dat legde ook de omgekeerde weg af. Online kan een opstapje zijn naar stenen winkels, om van daaruit de ketens verder te beconcurreren. Steen én online leveren, dat is op dit moment een gouden combinatie.”

Goedkeuring van de overheid
Wanneer supermarkten (net als alle andere ondernemingen in Nederland) voornemens zijn te fuseren of een overname in gang zetten waarbij de samengaande bedrijven bij elkaar wereldwijd een jaaromzet van 150 miljoen euro of meer hebben en minstens twee van de samengaande bedrijven iedere een jaaromzet van 30 miljoen euro of meer realiseren, dient toestemming te worden verleend door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Deze beoordeelt dan of er voldoende concurrentie overblijft na de overname. Anders gezegd: of consumenten voldoende mogelijkheid hebben om te kiezen bij wie ze de boodschappen doen. Dat was bijvoorbeeld niet het geval in het Noord-Hollandse Tuitjenhorn, waarin Albert Heijn een winkel van Deen wilde overnemen. Omdat er al een vestiging onder de blauwe vlag opereerde op een steenworp afstand van de eerdergenoemde Deen-winkel, besloot de ACM dat deze overname geen doorgang kon vinden. Het is dat er meerdere overnamepartijen waren en Vomar deze vestiging aan zijn bestand kon toevoegen, maar anders had AH een winkel moeten afstoten, zo laat een woordvoerder van de Autoriteit desgevraagd weten.
De ACM doet uitgebreid onderzoek naar de mogelijkheden die consumenten hebben om hun dagelijkse consumptiegoederen bij verschillende winkels te kunnen kopen, zodat er voldoende concurrentie blijft. De autoriteit onderzoekt bijvoorbeeld hoeveel de consument bereid is te reizen voor de dagelijkse boodschappen. In het geval van de eerdergenoemde Deen-overname werd dat gesteld op maximaal tien minuten.

 

Bron: Levensmiddelenkrant