Sector banker food Rob Morren over reductie

‘Herformulering van producten biedt naast uitdagingen óók kansen’

[SPECIAL REDUCTIE] NIEUWVEEN - Het gaat de goede kant op met de reductie van zout, suiker en vet, vindt sector banker food Rob Morren van ABN Amro. Al is er ook nog veel werk aan de winkel. Kosten, het bewaken van de houdbaarheid van producten én smaakgewenning zijn daarbij beperkende factoren. Maar wie het beter aanpakt dan concurrenten en zich richt op vergrijzing, kan ook voordeel halen uit de herformulering van zijn product.

Verantwoorde voeding is terecht een groot maatschappelijk thema geworden de laatste vijf tot tien jaar, stelt Morren: “Zowel op nationaal als internationaal niveau. De Sustainable Development Goals bijvoorbeeld, raken bijna alle actuele kwesties die spelen in food; van overbevissing tot onderbetaling en van CO2 -uitstoot tot gezondheid.”
In Nederland staat gezonde(re) voeding – en herformulering als onderdeel daarvan – hoog op de agenda van de politiek, maatschappelijke organisaties en fabrikanten, ziet hij. “Dat er een tandje bij moet, zal niemand ontkennen. Maar de stappen die hier gezet worden, zijn best uniek.” Aan Levensmiddelenkrant vertelt Morren over de uitdagingen én kansen die herformulering met zich meebrengt.

Welke inspanningen zie je bij fabrikanten met betrekking tot reductie?
“Herformulering van producten heeft de afgelopen jaren geleid tot zo’n vijf tot vijftien procent reductie van suiker, zout en verzadigd vet. Dat is mede te danken aan het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. Het nadeel van het akkoord was dat niet voor alle productgroepen afspraken zijn gemaakt. Maar dat betekent niet per se dat producten die buiten het akkoord vallen, niet ook herzien zijn. Immers; als retailers aan de slag gaan om hun assortiment te herformuleren, richten zij hun pijlen niet alleen op producten die binnen zo’n akkoord vallen. Van huismerken drop is bijvoorbeeld bekend dat de hoeveelheid suiker is gereduceerd. Dus veel fabrikanten zijn op de goede weg; het is te makkelijk om te zeggen dat er te weinig aandacht is voor reductie. Al zijn er natuurlijk echt nog grote stappen te zetten, obesitas is een epidemie en ons voedselpatroon speelt daarbij een belangrijke rol.”

Wat vraagt herformulering van fabrikanten?
“Er zijn financiële middelen voor nodig om de samenstelling van producten aan te passen. Dat vergt namelijk innovatie en vaak flink sleutelen met alternatieve grondstoffen. Grote fabrikanten hebben vanzelfsprekend meer voedingsmiddelentechnologen in dienst en beschikken vaak over meer kennis. Zij werken soms ook samen met universiteiten en grote grondstofleveranciers, bijvoorbeeld op het gebied van zoetstoffen. Kleine fabrikanten zullen meer zelf moeten experimenteren. Het is ook voor hen niet onmogelijk om te reduceren, maar het is geen kwestie van even aan de knoppen met zout of suiker draaien. Ik ken een fabrikant uit de convenience-vershoek die zout had gereduceerd. Het consumentenpanel van de retailer dat de geherformuleerde producten beoordeelde, was kritisch over de smaak. Mensen moeten echt wennen aan anders samengestelde producten. Daarom is het belangrijk om afspraken voor iedereen te laten gelden. Liefst ook op internationaal niveau. Er wordt veel geëxporteerd; producten en verpakkingen voor verschillende markten aanpassen, maakt het complexer en duurder.”

Biedt herformulering ook kansen voor fabrikanten?
“Zeker, bijvoorbeeld met het oog op de vergrijzing. Dat thema is niet echt top-of-mind bij fabrikanten, terwijl het de komende tien tot twintig jaar ook op de foodsector een enorme impact heeft. Ouderen eten namelijk vijf tot tien procent minder calorieën, hun kauwvermogen gaat achteruit en de inname van onder andere vitamine D en eiwitten moet omhoog. Door een verhoogde kans op diabetes en hart- en vaatziekten doen ze er bovendien verstandig aan om de inname van zout, suiker en verzadigd vet te verminderen. Wij onderzoeken momenteel welke bedreigingen en mogelijkheden vergrijzing biedt voor fabrikanten. Zo zou je bepaalde producten kunnen aanvullen met eiwitten of vitamines. Dat gebeurt al, maar vooral de jongere generatie lijkt open te staan voor dit soort producten. Dus je kunt een onderscheid maken tussen producten die veel door ouderen geconsumeerd worden – koekjes bijvoorbeeld – en producten die meer in trek zijn bij de jongere generatie, denk aan pizza en vleesvervangers. Het is alleen niet raadzaam om producten te positioneren als ‘voor ouderen’. Al zijn onder de radar grote voedingsmiddelenbedrijven er ongetwijfeld mee bezig.”

Behoeft de jongere generatie een andere aanpak als het gaat om het stimuleren van gezond eten?
“Die generatie consumeert anders dan de oudere. Zij stellen ook andere eisen aan waaraan producten moeten voldoen. Zo geeft 55 procent van de twintigers aan het belangrijk te vinden dat een product gezond is, tegenover 70 procent van de 55-plussers. Verder kiest de jongere generatie meer voor gemaksvoeding en online bestellen, een ontwikkeling die door corona verder is aangewakkerd.
Met betrekking tot gezondheid wordt er vanuit de wetenschap op gehamerd dat we ons niet alleen richten op de herformulering van producten. Het gaat om het totale voedingspatroon. De oudere generatie zal baat hebben bij de herformulering van producten, omdat die nu eenmaal gehecht is aan bepaalde merken en niet snel van voedingspatroon verandert. Bij de jongere generatie is er weer veel te winnen door ze aan te moedigen te kiezen voor andere producten en vooral de groente- en fruitconsumptie fors te verhogen.”

Uit een rapport van Unicef blijkt dat een op de drie kinderen wereldwijd kampt met overgewicht. Wat moet er gebeuren om dat terug te dringen?
“Klopt – in Nederland betreft het circa een op de vijf kinderen. Dus we doen het hier beter dan gemiddeld, maar 15 tot 20 procent is natuurlijk nog steeds ongekend veel. It’s easier to build strong children, than to repair broken men ; een uitspraak van Frederick Douglass waar ik me achter schaar. Bij kinderen en jongeren is het gedrag makkelijker te sturen dan bij volwassenen. Onder andere educatie, bewustwording en toegang tot gezond voedsel zijn manieren om dat te bewerkstelligen. De voedselomgeving is heel belangrijk. In dat kader is het goed een discussie te voeren over de aanwezigheid van snoepautomaten in openbare ruimtes en fastfood rondom scholen.”

Terug naar herformulering – vind je wettelijke normen een gewenst middel om reductie te realiseren?
“Dat is lastig om te beoordelen. In de nieuwe aanpak, Productverbetering en voedselkeuzelogo genaamd, zal er minder beslisruimte zijn voor de markt. Het bieden van transparantie is een belangrijk element waar staatssecretaris Blokhuis op inzet. Bijvoorbeeld door consumenten toegang te geven tot een onlinedatabase waarin staat hoeveel procent producten in zout, suiker en vet gereduceerd zijn. Maar ook door het bekendmaken van koplopers en achterblijvers. Op die manier kan de overheid de maatschappelijke druk opvoeren. Dat is naar mijn mening een krachtiger middel dan het invoeren van wettelijke normen. Zolang het maar eerlijk gebeurt: koplopers die de afgelopen jaren grote stappen hebben gezet in het reduceren van suiker en zout mogen nu niet als achterblijvers worden neergezet.”

Een van de andere voortvloeisels uit het Nationale Preventieakkoord is Nutri-Score. Denk je dat die ook een aanjager kan zijn voor herformulering?
“Absoluut, dat gebeurt nu al door de toenemende aandacht ervoor. Stel; jouw directe concurrent scoort net een stap beter, dan kan dat een stimulans zijn voor herformulering. Ik geloof dat Nutri-Score een hele categorie naar een bepaald niveau kan brengen en net zo veel effect kan hebben als het nieuwe voorstel tot productverbetering. Het grote voordeel ervan voor consumenten is dat Nutri-Score intuïtief te gebruiken is: je ziet in één oogopslag welke producten gezond en minder gezond zijn. Consumenten zijn gevoelig voor dergelijke visuele uitingen. Het nadeel is dat er bij de scores geen rekening gehouden wordt met de hoeveelheden waarin producten worden genuttigd. Zo kunnen ontbijtgranen beter scoren dan tomatenketchup, terwijl je veel meer ontbijtgranen eet per portie dan ketchup. Per saldo krijg je dus meer suiker binnen. En er moet goed nagedacht worden over hoe we straks de communicatie naar consumenten inrichten. Staatssecretaris Blokhuis opperde om behalve Nutri-Score ook de reductiescores op de verpakking te zetten. Dat kan het erg complex maken voor consumenten, terwijl zij graag willen dat gezond eten zo makkelijk mogelijk gemaakt wordt. Ook voor fabrikanten lijkt het me lastig, zeker als de normen en rekenmethodes verschillen. Het wordt al een uitdaging voor ze om alle aanpassingen enigszins betaalbaar door te voeren.”


Rob Morren
Als sector banker food bij ABN Amro volgt Rob Morren de ontwikkelingen in de voedingsbranche. Hij ondersteunt de bank bij het maken van risico-inschattingen en het adviseren van klanten. Zijn kennis deelt Morren tevens in presentaties, publicaties en columns.

Bron: Levensmiddelenkrant