‘Wij willen de grootste producent van plantaardige voedingsmiddelen ter wereld zijn’

Upfield gaat voor veganistische kaas

ROTTERDAM - Sinds 2018 staat Upfield los van Unilever. Het heeft als doel om de grootste producent van plantaardige voedingsproducten te worden. Het bedrijf wil verder dan spreads als Becel, Blue Band en Croma. Levensmiddelenkrant sprak met de in juni aangestelde commercieel directeur Sander Leenders.

Waarom heeft u ervoor gekozen om bij Upfield aan de slag te gaan?

“Wat mij aansprak hier is dat er een heel duidelijk doel is: positieve maatschappelijke impact maken. Om op deze manier bezig te zijn met plantaardige voeding, daar kan ik me goed mee verbinden. Omdat het minder CO2-uitstoot veroorzaakt is het beter voor mens en natuur. Bovendien zijn onze kernwaarden: performance , passion en caring . Upfield is een bedrijf dat vol gaat voor het maken van impact, maar wel degelijk ook resultaatgedreven is. In het DNA van het bedrijf is verankerd om mogelijkheden snel te herkennen en daarop ook te anticiperen. Ik vind het geweldig om onderdeel van een team te zijn met zo’n eigen identiteit.”

Spreekt het plantaardige streven van Upfield ook consumenten aan?
“Wij zien dit jaar absoluut een trend in plantaardige voeding. Consumenten gaan er echt naar op zoek. De groep wordt ook steeds breder, want het gaat niet meer uitsluitend om veganisten. Het betreft ook consumenten die simpelweg producten willen gebruiken die beter zijn voor het milieu. Daardoor groeien wij mee in de categorie. Dat doen we aan de ene kant door de enorm belangrijke samenwerking met retailers. Via hen gaan de producten uiteindelijk naar de consument. Aan de andere kant zijn we erg gericht op innovatie. Dit jaar hebben we bijvoorbeeld Flora Plant geïntroduceerd. Dat smaakt hetzelfde als echte roomboter, maar is volledig plantaardig.”

Innovatie is voor Upfield dus van groot belang. Kunnen we binnenkort nog iets verwachten?
“Vanaf begin volgend jaar hebben we het bedrijf Violife onder onze hoede. Daarin willen we grote stappen zetten met veganistische kaas. Het product is ontstaan in Griekenland en de smaak is identiek aan echte kaas. Sommigen vinden het zelfs nog lekkerder.
Sinds begin september is Violife al te verkrijgen in Duitsland. Ook in Nederland ligt het product al in de schappen en samen met retailpartners willen we verdere groei realiseren. Maar ons streven is om nog breder te gaan. Daarom oriënteren we ons op manieren om ook koffieroom op plantbasis te maken. Uiteindelijk willen we de grootste producent van plantaardige voedingsmiddelen ter wereld zijn.”

Hoe willen jullie dat gaan bereiken?
“We zijn een private equity en dat is naar mijn idee echt een voordeel. We maken niet alleen plannen op papier, maar we voeren ze ook uit. Het is een reis, en daarbij lopen we tegen verschillende puzzels aan. Dat is niet erg. Een deel van de uitdaging zit in de techniek en daarom verhuizen we binnenkort naar Wageningen. We zijn nu in gesprek met Wageningen University en onderzoeken mogelijkheden voor samenwerking in lijn met onze businessstrategie. Dus gericht op het produceren van lekkere, duurzame producten op plantaardige basis, in duurzame verpakkingen. Zo zijn we ook aan het kijken of we de plastic margarinekuipjes de komende jaren kunnen vervangen door papieren verpakkingen.”

Dat zal vast een flinke hervorming in de schappen teweeg kunnen brengen. Is daarom de samenwerking met retailers ook zo belangrijk voor Upfield?
“Consumenten moeten niet schrikken van verandering, maar er juist nieuwsgierig naar zijn. Dat ze begrijpen welk gedachtegoed er zit achter zo’n transitie naar papieren kuipjes. Om dat over te brengen, is de samenwerking met retailpartners cruciaal. Of dat nou op lokaal niveau is met supermarktmanagers, waarbij we kunnen ondersteunen met de buitendienst, of op hoofdkantoorniveau.”

Hoe kunnen ondernemers Upfields producten het beste laten renderen?
“Dat zijn heel uiteenlopende elementen. Een optie is om Flora Plant bij de roomboters te leggen, in plaats van bij de margarines. Dat is hoe wij onze producten willen positioneren. Daarnaast zien we ook in landen om ons heen dat consumenten op zoek gaan naar producten die niet van dierlijke herkomst zijn. We moeten met elkaar, dus samen met de retail, consumenten begeleiden en informeren. Hoe gaan we consumenten uitleggen wat voor type producten dit zijn en nog belangrijker, hoe ze smaken? We kunnen op de verpakking zetten dat onze producten rijk zijn aan vezels, vitaminen en mineralen. Maar er is nog veel meer mogelijk. Met elkaar kunnen we nieuwe merken en innovaties uitbouwen.”

Dit artikel verscheen eerder in de printeditie van Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.