‘Dit is niet de plek voor een toekomstbestendige supermarkt’ | Levensmiddelenkrant

Paul Vreeswijk over hoe hij de consument in Ouderkerk aan de Amstel houdt

‘Dit is niet de plek voor een toekomstbestendige supermarkt’

OUDERKERK AAN DE AMSTEL - Paul Vreeswijk heeft zijn winkel deze zomer uitgebreid met een slijterij, sinds die uit het dorp is verdwenen. De eigenzinnige Amsterdammer wil Ouderkerk leefbaar houden door de consument zo veel mogelijk te bieden, maar dat gaat niet zonder slag of stoot.

Plus Vreeswijk is gevestigd op een hightrafficlocatie, in de dorpskern van Ouderkerk aan de Amstel. een pittoreske plek langs het water, met 1000 m2 bvo nog aardig ruim aan de binnenkant. Op het nog een ideale plek voor een supermarkt die de bewoners in het dorp van dagelijkse boodschappen wil voorzien. Als het op klandizie aankomt, heeft Paul Vreeswijk dan ook niets te klagen, zegt hij.

De ondernemer nam ruim twee jaar geleden het Plus-filiaal in het dorp over, nadat hij zijn winkel in Amsterdam had verkocht aan Plus. Nu runt hij een Plus in Oosthuizen, ten noorden van Amsterdam en in Ouderkerk, ten zuiden van de stad. Naar eigen zeggen werkt het personeel efficiënt en met een goede teamspirit. Wat kan er dan nog misgaan? “Ouderkerk zit in feite tegen Amstelveen aangeplakt”, zegt Vreeswijk. “Acht minuten rijden en je bent bij andere supermarkten, waar je wél parkeergelegenheid hebt.” Die uitstroom wil Vreeswijk voorkomen.

Slijterij
Het was een van de redenen dat Vreeswijk, samen met zijn vrouw en dochters die ook in de winkel werken, een slijterij opende in zijn supermarkt. “De slijter verdween anderhalf jaar geleden uit het dorp. Daar kwam een delicatessewinkel voor in de plaats, met veel luxeproducten als kaas, wijn en olijven”, aldus Vreeswijk. “Niemand kon meer in het dorp terecht voor gedistilleerde drank, dus dorpsbewoners moesten wel naar de stad. Daarom hebben we zelf een slijterij geopend. De eerste reacties zijn louter positief.”

‘We leggen de lat hoog en nieuwe medewerkers worden opgeleid dat ook te doen’

De glazen wanden van het drankwinkeltje blinken, want de familie Vreeswijk houdt haar winkels zo schoon mogelijk. “Een hoge verzorgingsnorm”, noemt Vreeswijk het. Het is een van de punten waarop Vreeswijk zich wil onderscheiden van concurrent in het dorp Jumbo en de winkels in Amstelveen. “Als je op de juiste momenten de juiste werkzaamheden doet, krijg je meer voor elkaar. We leggen de lat hoog en nieuwe medewerkers worden opgeleid dat ook te doen”, stelt Vreeswijk. “Iedere afdeling heeft een werkplanning. Neem bijvoorbeeld het schoonmaken van de bodembakken in de koeling. Dat doen we op vaste momenten, zodat we erbij zijn vóór iets vies is, anders ben je te laat. Met deze werkwijze hebben we 3 procent minder loonkosten ten opzichte van het filiaal dat hiervoor op deze locatie zat en ook nog eens een veel nettere winkel.”

Vrolijke mensen
Volgens Vreeswijk gaat het ‘ouderwets’ afstrepen van checklists niet ten koste van de werksfeer, die hij verbetert door een persoonlijke aanpak. “Of dat een bos bloemen is voor een oudere medewerkster of een bioscoopbon voor een jongere: bij ons krijgt iedere medewerker altijd een cadeautje op zijn of haar verjaardag”, vertelt Vreeswijk. “Iedereen kan altijd binnenlopen als er wat is. We tonen interesse in elkaar. Verder staan er regelmatig uitjes op het programma. Het is ontzettend leuk om een keer met z’n allen op het veld te staan bij een voetbaltoernooi, waarbij alle drempels weg zijn. Zo bouw je wat op met elkaar. Je levert in op rendement, maar je krijgt er veel voor terug, want werknemers voelen zich betrokken. Je werkt vrijwel altijd met vrolijke mensen om je heen.”

‘Als het te lang duurt, wie weet vertrek ik dan wel’

Samenwerken doet Vreeswijk het liefst zo breed mogelijk. Zo verkoopt hij lokale producten als Amstelboerenmelk en biologische Ouderkerkse wodka, sponsort hij activiteiten bij handbal-, voetbal- en hockeyclubs in de buurt en onderhoudt hij de AED bij het Amstelbad.

Vreeswijk hoopt er voor het nieuwe centrumplan evengoed samen uit te komen, ook al bevindt hij zich in een spagaat. “Sommige ondernemers in het dorp zien elkaar als concurrent, anderen zien elkaar als meerwaarde voor het dorp. Ik ben meer van dat laatste. De meningen van inwoners, raadsleden en ondernemers lopen uiteen. Misschien ligt er dit najaar een plan op tafel, misschien volgend jaar pas. Als het te lang duurt, wie weet vertrek ik dan wel, ook al doe ik dat liever niet. De enige punten die voor mij van belang zijn, zijn bereikbaarheid, oppervlakte, parkeergelegenheid en de mogelijkheid tot veilig laden en lossen.

“Daarnaast moet de winkel in de oude dorpskern blijven, zodat er met lokale ondernemers een win-winsituatie kan worden gerealiseerd. De huidige locatie voldoet daarin niet. Vandaag de dag zijn klanten tevreden over de winkelgrootte en indeling, maar dit is niet de plek voor een toekomstbestendige supermarkt. Je moet vijf, tien, misschien wel vijfentwintig jaar vooruit kijken. Uiteindelijk zullen mijn dochters de winkels overnemen. Zij zijn de toekomst. Er gaat nog zoveel veranderen en van een groot deel hebben we helemaal geen weet, maar we moeten wel zo goed mogelijk zijn voorbereid.”

Bron: Levensmiddelenkrant