BALLUM – In een kleine dorpssupermarkt op een Waddeneiland komt veel samen: historie, familie, toerisme, logistiek en een flinke dosis improvisatievermogen. In Ballum op Ameland staat een winkel die al een eeuw onderdeel is van het dorpsleven.
Wat in 1926 begon als een eenvoudig kruidenierswinkeltje van de familie Manje, groeide uit tot een Spar. Inmiddels staat de vijfde generatie klaar om het familiebedrijf voort te zetten. Levensmiddelenkrant sprak vader Benjamin Manje en zoon Brandon.
De winkel bestaat in 2026 honderd jaar. Het is een mijlpaal die op het eiland misschien minder groots werd gevierd dan elders, maar die wel symbool staat voor een bijzondere ondernemersgeschiedenis.
Van toen tot nu
Het verhaal van de winkel begint in 1926. Weduwe Augusta Manje startte dat jaar een klein kruidenierswinkeltje in Ballum, op de plek waar nu de huidige supermarkt staat. Haar man Hans was een jaar eerder overleden en de winkel moest in eerste instantie simpelweg voorzien in de levensbehoeften van het gezin. Het assortiment bestond destijds uitsluitend uit kruidenierswaren. De winkel was klein en eenvoudig, maar in een tijd waarin vervoer naar het vasteland minder vanzelfsprekend was dan nu, waren lokale winkels essentieel.
In 1943 nam de volgende generatie het bedrijf over: Benjamin en Betje Manje. Onder hun leiding sloot de winkel zich aan bij de formule Vivo, een vroege samenwerking van zelfstandige kruideniers. De winkel groeide mee met de tijd en in 1953 werd het pand verbouwd tot een nieuwe winkel, passend bij de veranderende manier van boodschappen doen. In 1970 kwam de volgende generatie Manje aan het roer: Barend en Metty. Zij stapten over naar de formule VéGé. Vijf jaar later werd de oude winkel volledig gesloopt, opnieuw opgebouwd en heropend in 1976. In 1988 werd de winkel weer verbouwd en ging deze verder als Service Super, gevolgd door de aansluiting bij de Sparformule in 1998.
De meest recente generatie nam het bedrijf over in 2011. Dat zijn Benjamin en Jessica Manje. Zij hebben de winkel verder gemoderniseerd en maakten in 2017 de overstap naar het winkelconcept Spar 3.0. In 2024 kwam daar de FoodClub bij, wat op het eiland een belangrijke uitbreiding van het foodserviceaanbod is. Inmiddels staat de volgende generatie alweer te trappelen. “Als klein kind liep ik al in de winkel en riep ik: ‘Later word ik de baas’”, vertelt Brandon, de zoon van Benjamin en Jessica. “’Papa luistert straks naar mij,’ zei ik destijds, maar dat gaat niet gebeuren, denk ik”, lacht hij.
Bescheiden jubileumfeest
Een eeuw ondernemerschap is een bijzondere mijlpaal. Toch werd het jubileum op Ameland relatief bescheiden gevierd. “Het was in een rustige periode op het eiland. Daarom hebben we het vooral in de winkel gevierd met extra aanbiedingen en proeverijen”, legt Manje uit.
Een speciaal jubileumproduct mocht daarbij niet ontbreken: een eigen bier, ontwikkeld samen met een lokale brouwerij. Het bier – een blond speciaalbier – draagt de naam Supermarkt Manje Blond en vertelt op het etiket het verhaal van de winkel, die ‘sinds 1926’ bestaat. Het bier blijft voorlopig verkrijgbaar. “We hebben er bewust geen ‘100 jaar’-vermelding op gezet”, zegt de ondernemer lachend. “Dus als het goed loopt, kunnen we het gewoon blijven verkopen.”
Een echte Amelandse familie
De familie Manje is al generaties verbonden met het eiland. De huidige ondernemer is er geboren en getogen, maar zijn vrouw komt uit Brabant. Ook zijn moeder was niet van het eiland, zij kwam voor een stage naar Ameland en leerde hier zijn vader kennen. Manje grapt over zijn zoon: “Zijn vriendin heeft geen keuze: het is hier wonen of een ander zoeken.” Toch betekent een ‘Amelandse familie’ zijn volgens vader en zoon niet per se iets romantisch of folkloristisch. “Het zijn gewoon oude families op het eiland”, is zijn nuchtere mening.
Artikel gaat verder onder de foto ↓
Leven op een eiland
Het leven op een eiland heeft wel praktische gevolgen. Wie na de middelbare school verder wil studeren, moet naar het vasteland. Ook familiebezoek vraagt meer planning dan elders. “Je kunt niet zomaar zeggen: we gaan nog even langs voor een kop koffie. Je moet altijd rekening houden met de boot”, legt Manje uit. Die verbondenheid met het eiland blijkt uit de manier waarop ondernemers en inwoners met elkaar omgaan. Alles op een eiland is afhankelijk van de veerboot en vraagt om een andere manier van werken. Als een levering te laat aankomt bij het distributiecentrum en letterlijk de boot mist, kan het zomaar een dag duren voordat de producten alsnog arriveren. “Met versproducten moet je daar goed rekening mee houden. Daarom is er onderling tussen de supermarkten een goede samenwerking. Als een product onverwacht ontbreekt, lenen we het soms van een collega-supermarkt in een ander dorp op het eiland. Dat is het eilandgevoel”, zegt hij. “We helpen elkaar gewoon.”
Spar 3.0 en FoodClub
De winkel werd in 2017 omgebouwd naar het Spar 3.0-concept. Daarmee kwam er meer nadruk op gemak, verse producten en een moderne winkelpresentatie. De grootste verandering volgde echter in 2024, met de introductie van FoodClub. Daarmee kreeg het foodserviceaanbod in de winkel een duidelijke plek. “Belegde broodjes en salades verkochten we al langer”, vertelt Manje junior. “Maar het stond verspreid door de winkel. Met de FoodClub hebben we alles bij elkaar gebracht en meer uitstraling gegeven.”
Daarnaast kwam er een zogeheten speedoven, waarmee mensen versbereide pizza’s uit de oven kunnen kopen.
Alternatief voor restaurants
De FoodClub vervult op het eiland een duidelijke functie. Ballum is een klein dorp met slechts een beperkt aantal horecagelegenheden. Manje: “Als toeristen op vrijdag aankomen, hebben ze vaak geen zin om meteen te koken, maar ze willen niet altijd patat halen.” De supermarkt biedt dan een laagdrempelig alternatief. Pizza’s, broodjes, salades en maaltijden worden veel gekocht door vakantiegangers die net zijn gearriveerd. Het prijsverschil met restaurants speelt daarbij ook een rol. “Voor de prijs van één pizza bij een pizzeria haal je bij ons soms drie pizza’s”, vult junior aan. Binnen in de winkel is een kleine zitgelegenheid en buiten staan al jaren picknicktafels. Daar maken klanten volop gebruik van.
Sterk afhankelijk van toerisme
Het economische ritme van de winkel volgt het ritme van het eiland. In de zomer is het druk, in de winter rustig. “Wij weten niet beter”, zegt Manje. “In het toeristenseizoen verdien je het geld voor de winter.” Die afhankelijkheid geldt voor vrijwel alle bedrijven op Ameland: van fietsverhuur tot horeca en detailhandel. Tijdens de rustigste winterweken zijn er aanzienlijk minder bezoekers. “In die periode is de supermarkt op zondag gesloten, terwijl in het hoogseizoen we juist extra openingsuren hebben. Het inwonertal van het eiland ligt rond de 3.600 mensen. Zonder toeristen zou een supermarkt van deze omvang niet kunnen bestaan. Vanaf Pasen zijn we op zondag weer open.”
Een puzzel met seizoenswerk
Personeel is een van de grootste uitdagingen voor ondernemers op het eiland. In de zomer is logischerwijs aanzienlijk meer personeel nodig dan in de winter. De supermarkt werkt daarom met een mix van vaste medewerkers en seizoenskrachten. Scholieren en studenten komen vaak speciaal naar het eiland om in de zomer te werken. Om dat mogelijk te maken, beschikt het bedrijf over een eigen personeelsaccommodatie. In een personeelswoning en een appartement kunnen meerdere medewerkers verblijven.
“Als je geen overnachtingsplek hebt, krijg je geen personeel”, is de eenvoudige rekensom volgens Manje junior. “Veel seizoensmedewerkers blijven meerdere jaren terugkomen. Soms begint het zelfs met vakantiegangers die tijdens hun verblijf een paar weken komen helpen. Het gebeurt weleens dat ouders tegen ons zeggen: ‘Vroeger werkte ik hier bij je opa, en nu komt mijn zoon of dochter hier werken.’”
Lokale producten
Hoewel de meeste producten via de Spar-organisatie worden ingekocht, speelt lokaal assortiment een belangrijke rol. “We verkopen onder andere bier, mosterd, kaas en worst van lokale leveranciers. Ook brood komt van een bakker op het eiland”, legt Manje uit. Die keuze is deels praktisch. Leveringen vanaf het vasteland kunnen vertraging oplopen. Daarom werkt de supermarkt vaak met plaatselijke bedrijven naast de reguliere distributie.
Assortiment in de zomer
Het koopgedrag van toeristen verschilt sterk van dat van eilandbewoners. Daar past de supermarkt het assortiment op aan. In de zomer staan er bijvoorbeeld extra koelingen met barbecuevlees. Producten voor snelle maaltijden doen het eveneens goed. “Mensen liggen een dag op het strand en willen daarna snel iets eten. Dan is een pizza of pastasaus met pasta ideaal”, geeft junior aan.
Daarnaast verkoopt de winkel producten die je in een doorsneesupermarkt op het vasteland niet snel tegenkomt: strandspeelgoed, voetballen, handdoeken en schepjes. “Als iemand zijn handdoek vergeten is, kan hij die hier gewoon kopen”, vult hij nog aan.
De vijfde generatie
De toekomst van de winkel lijkt voorlopig verzekerd. De volgende generatie staat al klaar om het familiebedrijf voort te zetten. Voor Manje junior was dat eigenlijk nooit een vraag: “Ik ben opgegroeid tussen de schappen, de geur van vers brood en het harde werken dat ondernemerschap met zich meebrengt. Het draait nog steeds om dezelfde kernwaarden als vijf generaties geleden: betrokkenheid, kwaliteit en er zijn voor onze klanten, elke dag opnieuw.”
Het werken en wonen op een eiland vraagt wel om keuzes, ook voor partners die van het vasteland komen. Maar voor de familie Manje is het inmiddels vanzelfsprekend. Na honderd jaar blijft de supermarkt een vaste waarde in Ballum. Een dorpswinkel waar geschiedenis, gemeenschap en ondernemerschap samenkomen en waar waarschijnlijk nog lang generaties klanten en toeristen hun boodschappen zullen doen. Manje junior besluit: “We zijn dankbaar voor iedereen die de afgelopen honderd jaar onderdeel is geweest van ons verhaal: familie, collega’s, klanten en lokale partners. Zonder jullie geen supermarkt Manje.”
Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.