‘Het is een wijdverbreid misverstand dat duurzaamheid veel geld kost’

Interview: Boni maakt inhaalslag met verduurzaming

NIJKERK - Geen gasverbruik, een warmteterugwinsysteem en een geautomatiseerd bestelsysteem. Dat is hoe Boni de verduurzaming van haar winkels gaat aanpakken. In 2024 moeten alle locaties zijn verbouwd. Het was even zoeken naar de juiste formule, maar Boni heeft de koers gevonden. “Duurzaamheid is een integraal onderdeel van ons beleid, maar we zijn niet specifiek een ‘groene ridder’.”

Dat vertelt Frank Klören, financieel directeur bij Boni. De formule heeft de koers te pakken en zet zich maximaal in om alle winkels om te bouwen. Op het gebied van de producten wordt Boni bij verduurzaming gesteund door inkoopvereniging Superunie die ook beleid heeft omtrent duurzaamheid, milieu en fairtrade.

Boni is uitgeroepen tot de nummer 2 in het mvo-onderzoek van GfK. Wat zijn de duurzaamheidsdoelstellingen van Boni?
“Duurzaamheid zien wij als een integraal onderdeel van ons beleid. We hebben in ons meerjarenplan nadrukkelijk dit hoofdstuk opgenomen. We willen bijvoorbeeld stappen zetten op het gebied van energie-efficiency, beperking van derving door een goed shop-replenishment en verkoop via Too Good To Go, beperking van afval en/of recycling van afval. Om de medewerkers en het hele bedrijfsleven om ons heen te motiveren, houden we ze op de hoogte van deze ontwikkelingen. Verder kent onze inkoopvereniging Superunie ook beleid met betrekking tot duurzaamheid in relatie tot fairtrade en milieu. Als lid van Superunie ondersteunen wij dit. Als laatste is er ook onze maatschappelijke rol in de plaatsen waar wij filialen hebben. Daar steunen wij soms lokale initiatieven.”

Welke stappen hebben jullie al gezet in de afgelopen jaren?
“Het gaat wel heel ver om al deze punten te benoemen. Op dit moment zetten wij grote stappen op het gebied van energie-efficiency. Een heel aantal filialen verbruikt geen gas meer en we werken met warmteterugwinning. Het elektriciteitsverbruik neemt in de filialen die wij verbouwen met 20 tot 30 procent af. We zijn sinds vorig jaar ook ISO 50001-gecertificeerd. Dat heeft er vooral voor gezorgd dat wij meer gestructureerd nadenken over duurzaamheid en energie-efficiency in het bijzonder. Het feit dat retourbrood wordt gebruikt als grondstof voor varkensvoer dat vervolgens als voer dient voor varkens die ten behoeve van Boni worden gemest, vind ik heel mooi. Trots ben ik ook op het feit dat wij CO2-uitstoot kunnen beperken door het aantal transportbewegingen van ons distributiecentrum naar de filialen te optimaliseren. Hierin zijn grote stappen gemaakt.”

In een persbericht zegt u dat er nog veel meer ruimte is voor verbetering. Welke stappen kunnen nog worden genomen?
“We gaan de komende periode nog tweederde van de filialen verbouwen. Daarnaast kunnen de papierstromen nog kleiner en ik hoop dat we daar dit jaar verdere stappen mee maken. Ofschoon de attitude rond duurzaamheid in ons bedrijf fors ten goede is verschoven de afgelopen tijd, is hier nog winst te boeken. De grote stappen zijn dan wel gezet. Vervolgens komen wij op zaken die meer experimenteel van aard zijn of slechts beperkt door ons beïnvloedbaar. Ik denk hierbij aan elektrische vrachtauto’s en het verduurzamen van de productie door onze leveranciers. Dat is de primaire verantwoordelijkheid van de leveranciers. Wij als afnemers, verenigd in inkoopvereniging Superunie, hebben mijns inziens ook een zekere verantwoordelijkheid daarin.”

De winkels van Boni gaan allemaal 20 tot 30 procent minder energie gebruiken. Hoe wordt dit gerealiseerd?
“Dat is voornamelijk door de combinatie van ledverlichting, betere koelingen en warmteterugwinning. Daar waar redelijkerwijs mogelijk uiteraard ook isolatie van de gebouwen.”

Meerdere formules zijn al jaren over op ledverlichting en een warmteterugwinsysteem. Waarom zijn al jullie winkels pas in 2024 omgebouwd?
“Ik kan alleen maar spreken over ons bedrijf. Een aantal winkels was bij ons ook al over. Wij zijn wat zoekende geweest met de formule en daarom is het tempo van verbouwingen vertraagd. Nu hebben wij de juiste koers te pakken en maken we een inhaalslag.”

Duurzaamheid is een essentieel thema en wordt ook belangrijker voor de consument. Wat is de reden dat jullie de verbouwingen van de winkels niet versnellen?
“Wij versnellen nu na een zekere vertraging. In vier jaar alles verbouwen is sneller dan gemiddeld. Nog sneller is voor ons operationeel niet haalbaar. Wij werken met vaste bouwteams. Deze mensen zijn 100 procent op elkaar ingespeeld. Opschalen brengt meer nadelen dan voordelen met zich mee.”

Jullie scoren in het GfK-rapport goed op het gebied van voedselverspilling voorkomen. Wat doen jullie daarvoor?
“Wij hebben enkele jaren terug een geautomatiseerd bestelsysteem voor de filialen geïntroduceerd. Dat heeft tot ongeveer 20 procent minder derving geleid en tegelijkertijd tot een betere schapbeschikbaarheid. Door finetuning is er in mijn optiek nog wel wat te winnen. Verder verkopen wij producten die de THT–datum naderen in Too Good To Go-pakketten. Wat dan nog overblijft, schenken wij aan de Voedselbank. Brood dat over is wordt tot veevoer verwerkt ten behoeve van ‘onze’ varkens. Wat dan nog over is, wordt voor biomassa gebruikt. Ik denk dat dit op zichzelf allemaal geen enorme innovatieve zaken zijn. Het gaat om de integrale benadering en het consequent toepassen.”

In 2024 moeten alle filialen zijn omgebouwd tot de nieuwe winkelformule. Onderdeel daarvan is ook prijsverlaging. Kunt u dat toelichten?
“Met de nieuwe winkelformule verschuift Boni meer richting discount met bijbehorend prijspeil. Het blijkt dat lage prijzen heel goed samen kunnen gaan met goede kwaliteit, zorg voor de omgeving, gemakkelijk winkelen, beperking van de voedselverspilling en het nemen van milieumaatregelen.”

Kunt u het verband tussen de lage prijzen en de genoemde onderwerpen uitleggen?
“Het is een wijdverbreid misverstand dat duurzaamheid veel geld kost. Ik wil hiermee zeggen dat veel zaken die met duurzaamheid te maken hebben, economisch verantwoord uit te voeren zijn of zelfs bijdragen. Duurzaamheid hoeft dus niet samen te gaan met hoge consumentenprijzen.

Wat verwachten jullie op het gebied van mvo van fabrikanten?
“Persoonlijk denk ik dat iedereen, en daarmee ieder bedrijf, verantwoordelijkheid draagt voor een duurzame samenleving. Dat vergt aandacht, inventiviteit en lef om soms een flinke stap te zetten. Mvo staat nadrukkelijk op de agenda van onze inkooporganisatie Superunie, zij bespreken dit met fabrikanten. Ook voor onze eigen merken worden goede stappen gezet. Op eigen merken hebben wij binnen Superunie meer invloed op het tempo dan bij merken. Meer vooruitstrevendheid vanuit fabrikanten zou bijvoorbeeld wel helpen. Ik denk hierbij ook aan de maatschappelijke discussies over gezond voedsel. Dit kan de branche alleen als geheel aanpakken en daarbij hebben de producenten een hoofdrol.”

Hoe belangrijk is het voor Boni dat een leverancier investeert in verduurzaming?
“Boni is niet nadrukkelijk een groene formule. Wij hebben als kleine speler ook niet de positie hier heel veel van te vinden. Wij denken binnen de directie en het management van Boni dat ieder bedrijf stappen op het gebied van duurzaamheid moet zetten. Dat is onze verantwoordelijkheid binnen Boni en een ander bedrijf draagt haar eigen verantwoordelijkheid. Met betrekking tot leveranciers en dienstverleners, zoals de elektriciens, zijn afspraken gemaakt dat zij altijd moeten voldoen aan de Erkende Maatregelenlijst (EML) energiebesparing.”

Wat is in één zin de ambitie van Boni voor de komende jaren?
“Wij willen klanten de voordeligste boodschappen laten doen met oog voor mens en omgeving.”

Bron: Levensmiddelenkrant