Duurzaamheid belangrijke motivator om minder vlees te eten

Vegetarisch aanbod: groei, verbreding en verbetering

NIEUWVEEN – Naast dierenwelzijn is duurzaamheid de laatste jaren een grote aanjager geworden van de groeiende interesse in vleesvervangers en vegetarische producten. De versnelling komt vanuit de fabrikanten, meent Nadia Menkveld, sector econoom bij ABN Amro. Bij die bedrijven wordt volop geëxperimenteerd met smaak, structuur en ingrediënten.

“Als je een lijstje tegenkomt in de media waarin staat wat je als consument kunt doen op het gebied van duurzaamheid, dan staat ‘minder vlees eten’ steevast hoog genoteerd. Duurzaamheid is de laatste jaren een heel belangrijke motivator geworden om minder vlees te eten. Het heeft vegetarisme weer op de kaart gezet. Dierenwelzijn was al langer een reden voor consumenten om minder of geen vlees te eten; duurzaamheid is daaraan toegevoegd en maakt vegetarisme ook meer mainstream”, zegt Nadia Menkveld, als sector econoom ABN Amro verantwoordelijk voor de sectoren food en agrarisch. Ze deed vorig jaar onderzoek naar de markt van vleesvervangers.

Enorme vlucht
Hoewel de vleesconsumptie volgens de laatst bekende cijfers van de WUR de afgelopen jaren niet tot nauwelijks daalt en soms zelfs stijgt, heeft de categorie vleesvervangers/ vegetarische producten een enorme vlucht genomen in dezelfde periode. Menkveld: “Consumenten vragen erom. Voor fabrikanten is dat natuurlijk een belangrijke motivator om meer in te zetten op vegetarische producten.”

Vegasaté
Behalve de stijgende vraag van consumenten is er volgens Menkveld een versnelling zichtbaar in de ontwikkeling van vegetarische producten doordat naast kleine nichespelers ook grote voedings- en vleesproducenten zich nu toeleggen op de productie van vleesvervangers. Sommige, relatief nieuwe, spelers gingen de afgelopen jaren zelfs naar de beurs. Door die ontwikkelingen in de sector ligt er tegenwoordig een veel groter aanbod in de schappen dan voorheen.

Bovendien zijn veel fabrikanten aan het innoveren geslagen, wat leidt tot een verbreding van het assortiment, zo vertelt Menkveld: “Voor innovaties wordt veel geld vrijgemaakt. De R&D-afdelingen doen onderzoek naar structuur, ingrediënten, smaakbeleving en voedingswaarden. Die aspecten zijn enorm verbeterd. Zo wordt er naast soja – nog steeds de belangrijkste bron voor vleesvervangende producten – geëxperimenteerd met schimmels, tarwe en erwten. Vooral die laatste is erg in opkomst. Ook de structuur van vlees kan steeds meer worden nagebootst in vegetarische producten. Dit is een aanvulling op het vega-assortiment dat vooral van groenten is gemaakt. Naast burgers zijn ook andere type vleesvervangers ontwikkeld, zoals vegetarische saté of vega- pulled pork. Ook visvervangers zijn in opkomst. En vegetarische producten worden ook steeds meer ontwikkeld met het oog op convenience, bijvoorbeeld in kant-en-klaarmaaltijden.”

Herhaalaankopen
Dankzij de innovaties stijgt dus ook de kwaliteit van het aanbod. Dat is belangrijk voor consumenten die voor het eerst in aanraking komen met een vleesvervanger, aldus Menkveld: “Veel mensen pakken het een keer mee in de supermarkt of eten toevallig een vegetarische burger in de horeca. Zo worden ze over de streep getrokken. Het feit dat de kwaliteit van deze producten de laatste jaren zo is verbeterd, leidt tot herhaalaankopen.” Ook de komende jaren zullen supermarkten meer schapruimte vrijmaken voor vleesvervangers en vegetarische producten, getuige onder andere de ambities van Albert Heijn (zie pagina 6 - 7). Menkveld: “Ik verwacht dat in de nabije toekomst absoluut een grotere groei, verbreding en verbetering van het assortiment te zien zal zijn.”

Dit artikel verscheen eerder in de papieren editie van Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.