Toekomst melkveehouders hangt af van verschillende factoren

Kunnen zuivelvervangers de strijd aan met zuivel?

NIEUWVEEN - Concurrentie, wet- en regelgeving en exportmogelijkheden: de toekomst van de zuivelsector hangt af van verschillende belangrijke factoren. Kan de zuivelvervangerssector uitgroeien tot een serieuze concurrent of hebben andere factoren meer invloed op de toekomst van de Hollandse koeien in de wei? Levensmiddelenkrant bespreekt de ontwikkelingen in de zuivel- en zuivelvervangerssector met Thijs Geijer, sector-econoom food bij ING.

Volgens Geijer is de standaard nog steeds melk, maar ziet hij wel heel duidelijk dat het marktaandeel daarvan wat afgekalfd is in de afgelopen jaren. “Ik verwacht dat de melkconsumptie van de Europese consument ook nog verder zal dalen in de komende jaren. De markt van kaas groeit bijvoorbeeld nog wel licht in Europa, dus er zijn wel andere afzetmogelijkheden vanuit de melkveehouderij in Europa en de rest van de wereld. Kijk bijvoorbeeld naar Afrika en Azië, waar de consumptie van melk en zuivel toeneemt. Op die manier kunnen de twee ook hand in hand gaan. In Europa kan er een groei in de consumptie van zuivelvervangers zijn, en tegelijkertijd een groei in zuivelproductie”, aldus Geijer.

Volgens hem komen zuivelvervangers van een kleine basis, waardoor het vrij makkelijk is om hard te groeien als categorie: “Helemaal als de categorie omarmd wordt door de consument. Ten opzichte van de zuivelmarkt heeft het echter wel nog maar een klein aandeel.” Geijer geeft aan dat plantaardige melk het goed doet; het is in veel landen, waaronder Nederland, al goed voor meer dan 10 procent van de totale marktwaarde.

Scenario’s
In een recent onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) zijn verschillende scenario’s geschetst met betrekking tot de toekomst van de zuivelsector. In het basisscenario kwam naar voren dat de komende tien jaar het aantal melkveebedrijven in Nederland naar verwachting met 33 procent zal afnemen, van bijna 15.987 in het basisjaar 2018, naar 14.852 in 2020 tot ongeveer 10.600 in 2030. De totale hoeveelheid geproduceerde melk zal tot 2024 gelijk blijven om vervolgens richting 2030 licht stijgen met ongeveer 4 procent. Terwijl het aantal melkkoeien in de aankomende tien jaar zal dalen, neemt de melkproductie per koe volgens WUR autonoom toe. Dit is in lijn met de trend van de afgelopen decennia. Ook zal de gemiddelde bedrijfsgrootte van een Nederlandse melkveehouderij in het basisscenario stijgen van 101 naar 139 melkkoeien.

Geijer denkt niet dat de groei van zuivelvervangers de grootste dreiging is voor de melkveehouderij. Op het gebied van regelgeving en beleid zijn er beperkende factoren, zoals het fosfor- en stikstofplafond, het klimaatakkoord en het ammoniakvraagstuk. “Deze factoren zijn de afgelopen jaren urgenter en directer gevoeld door de zuivelsector. De trend aan de consumptiekant gaat wat dat betreft iets meer geleidelijk”, vervolgt Geijer.

Zelfs als de zuivelvervangersmarkt een lange periode van groei ondergaat, duurt het volgens hem nog decennia voordat het op hetzelfde niveau qua omvang zit als zuivel. “Het is geen vanzelfsprekendheid dat dit gaat gebeuren, maar we proberen in ons recente sectorrapport een inzicht te geven in hoe lang er nodig is voordat deze markten even groot zijn.” Wat dit voor de Nederlandse economie zal betekenen als de markt daadwerkelijk gelijk zou zijn, ligt ook aan de rol die Nederlandse bedrijven hierin spelen. “Als het compleet langs de Nederlandse bedrijven heengaat, zal de impact heel anders zijn dan wanneer zij zowel zuivel als zuivelvervangers weten te doen. Het risico bestaat voor zuivelbedrijven dat ze voorbij worden gestreefd door een alternatief. Eén van de strategieën om daarmee om te gaan is dat zij zelf ook dat alternatief bieden. Verschillende zuivelbedrijven doen dat ook actief.”

Plantaardige kaas
Mocht de zuivelvervangersmarkt ooit groter worden dan zuivel, dan zou dat volgens Geijer alleen mogelijk zijn als ook plantaardige kaas dominant zou worden. “Daar zijn we voorlopig nog lang niet”, zegt hij. “Sojamelk is bijvoorbeeld al decennialang op de markt en nu pas echt aan een opmars bezig. Dat laat ook zien dat de consumptiepatronen van een grote groep consumenten ook niet van de ene op de andere dag zal veranderen.” De alternatieven voor melk kunnen volgens Geijer misschien wel tippen aan de smaak, maar er zit ook een cultureel aspect aan vast. “In Nederland zijn koeien in de wei kenmerkend, maar in Azië zijn plantaardige dranken zoals soja juist heel groot. Er zijn veel factoren die hier een rol in spelen. Culturele factoren, maar ook beleidsvorming. Het is dus heel lastig om daar nu concreet iets over te zeggen”, besluit de sectoreconoom food.

Dit artikel verscheen eerder in de papieren editie van Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.