Plus Verbeeten breidt schap uit met duurzame worst | Levensmiddelenkrant

Eigezwijns Goeie Worst komt van boeren uit de streek die varkens duurzaam voeren

Plus Verbeeten breidt schap uit met duurzame worst

VIERLINGSBEEK - Plus Verbeeten is een samenwerking aangegaan met varkenshouders uit Landhorst, oost Brabant. Zij produceren Eigezwijns Goeie Worst. Het is niet de eerste ‘streeksamenwerking’ van het familiebedrijf, dat de ketens graag kort houdt. Jan Verbeeten: “De consument hoeft minder te betalen, de boer krijgt meer eer voor zijn product.”

Wat maakt de Eigezwijnse worst bijzonder?
“De boeren voeren de varkens voor een groot deel met reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie. Dat maakt het product duurzamer. De CO2-uitstoot wordt per kilo gehalveerd. Het is niet de heilige graal waarmee we het milieuprobleem gaan oplossen, maar wel een goed begin. Daarnaast bestaan de worsten niet helemaal uit vlees, wat ze ook duurzamer maakt. We bieden twee smaken: één met kidneybonen, één met oesterzwam. Lekker als braadworst, maar ook heerlijk op de barbecue.”

Hoe ben je op dat idee van deels plantaardige worsten gekomen?
Het was niet ons idee. We werken samen met Z-LTO, die ons in contact heeft gebracht met de boeren. Zij hebben het product ontwikkeld. Met dit soort samenwerkingen kunnen we iets betekenen voor de omgeving, bijvoorbeeld tegen voedselverspilling. Een voorbeeld diende zich deze zomer aan. De hitte was slecht voor veel boeren. Een venkelteler in de buurt kreeg zijn gewassen niet geteeld volgens de eisen van supermarkten. We hebben daarom zijn oogst opgekocht. Normaal gesproken verkopen we zo’n 25 venkels per winkel, per week. Dankzij de extra aandacht waren dat er nu zo’n 300.”

Reageren consumenten altijd zo positief?
“Mensen waarderen dit soort initiatieven. We helpen niet alleen een teler, maar bieden ook eens iets anders. Voor boerenbedrijven zijn streeksamenwerkingen een kans om meer consumenten te bereiken, los van de verkoop op boerenmarkten.”

Hoe doen de worsten het?
“Het is te vroeg daar nu al op in te gaan. Het eerste weekend ging de verkoop boven verwachting, maar hierna moet het zichzelf verkopen. De boeren kunnen niet dagelijks langskomen om ze in de winkel te komen bereiden en zo onder de aandacht te brengen. Hij valt wel op dankzij ons ‘Streek + Verbeeten’-label, dat we in 2017 hebben ontwikkeld met een reclamebureau. We zagen dat streekproducten een beetje kunnen wegvallen en hebben daarom iets bedacht waarmee ze opvallen.”

Vanwaar de brede interesse in streekproducten?
“Het past bij onze identiteit. We maken graag gebruik van korte ketens. Als het goed is krijgt de consument er een betere prijs voor en de boer meer eer voor zijn product. Een product van dichter bij huis betekent ook vaak een verser product. Zo hebben we in het zomerseizoen aardbeien, asperges en blauwe bessen van lokale telers. Plus staat voor goede producten. Ik denk dat hoe sneller je die in je winkel kunt krijgen, hoe beter dat is. We kunnen zo het verschil maken ten opzichte van de concurrent.”

Bron: Levensmiddelenkrant