ZOETERMEER - Nederlandse supermarkten hebben de Atlantische makreel definitief uit de schappen gehaald. Aanleiding is de jarenlange overbevissing en het uitblijven van internationale vangstafspraken. Hierdoor kreeg makreel in 2025 een rood label op de VISwijzer. Naar aanleiding hiervan stelt Levensmiddelenkrant Tim Heddema, voorzitter van de Redersvereniging voor de Zeevisserij (RVZ) en Lisa Koopman, interim-directeur bij het Nederlands Visbureau, vragen over het gezond houden van de visbestanden en de impact daarvan op het assortiment in de supermarkt.
Makreel is een pelagische vissoort, ofwel een vis die in grote scholen in het midden van een waterkolom zwemt, bijvoorbeeld in open zee. Hoe gaat het over het algemeen met de pelagische visbestanden?
Heddema: “De pelagische bestanden staan er over het algemeen goed voor. Het zijn veerkrachtige visbestanden die in grote hoeveelheden voorkomen, zoals blauwe wijting en haring. De Noordzeeharing is al sinds 2006 MSC-gecertificeerd. Jaarlijkse vangstadviezen van onafhankelijke wetenschappers kunnen wel schommelen door factoren als veranderingen in aanwas van jonge vis en andere natuurlijke fluctuaties.
Voor een aantal pelagische bestanden ontbreekt al jaren een verdeelsleutel tussen de betrokken kuststaten. Zij beheren samen de vis, omdat pelagische soorten door verschillende wateren migreren. Omdat er geen akkoord over de verdeling is, stellen landen buiten de EU hun quota hoger vast. Daardoor ligt de totale visserijdruk op sommige soorten boven de 100%. Als dat te lang aanhoudt, kunnen bestanden in de gevarenzone terechtkomen, zoals nu bij makreel.”
Waar zit de grootste zorg voor de komende jaren?
Heddema: “Voor een duurzame toekomst van gezonde en betaalbare pelagische vis is het essentieel dat Noorwegen, de Faeröer, het VK, de EU, IJsland en Groenland tot een nieuw akkoord komen over de verdeling van quota. Garanties zijn er niet, omdat ook Rusland nog een onduidelijke rol speelt bij het vangen van makreel. Voor Nederland is het belangrijk dat een akkoord gebaseerd wordt op ‘historische rechten’.
Ondertussen overbevissen landen als Noorwegen al jaren bepaalde soorten op basis van het door de wetenschap ontkrachte principe van ‘zonal attachment’, oftewel: waar de vis zich bevindt. Dat mag geen uitgangspunt zijn voor een toekomstig akkoord.”
Hoe gaan jullie daar als Nederlands Visbureau en RVZ mee om?
Heddema: “De overbevissing door landen buiten de EU zorgt voor extra aandacht voor de visserijdruk. Europese vissers vangen hun vis echter altijd op basis van wetenschap en verantwoorde visserij. Dat willen we ook duidelijk maken aan het publiek. Daarnaast dringen we er bij de Europese Commissie op aan om op te treden tegen overbevissing door landen buiten de EU en snel tot een eerlijke verdeling van bestanden te komen.”
Koopman: “Het Nederlands Visbureau zet de komende jaren actief in op uitleg over wat ‘eerlijk gevangen’ vis betekent. Een belangrijk initiatief is SeaNext, gericht op consumenten van 18 tot 35 jaar. Uit YouGov-onderzoek onder 312 jongeren blijkt dat 87% niet weet wat de eiwittransitie is en dat seafood nauwelijks met duurzaamheid wordt geassocieerd.
Wel blijken gezondheid en gemak belangrijke redenen om vis te eten. SeaNext speelt daarop in via campagnes op Instagram en TikTok.”
Er wordt vaak gezegd dat pelagische vis ‘duurzaam’ is. Hoe zit dat?
Heddema: “Naast streng wetenschappelijk beheer is vooral de vangsttechniek duurzaam. Pelagische vis zwemt in grote scholen door de waterkolom, waardoor er geen bodemberoerende visserij nodig is. Met echo- en sonarapparatuur worden de scholen opgespoord. Omdat er weinig andere soorten tussen zwemmen, is de vangst zeer selectief: ongeveer 99% bestaat uit de doelsoort.
Nederlandse vissers gebruiken bovendien vriestrawlers die de vis direct verwerken, invriezen en opslaan. Daardoor hoeven zij minder vaak terug naar de haven te varen, wat brandstof bespaart. Deze efficiëntie en de selectieve visserij maakt dat de CO2-impact de laagste is van alle vormen van dierlijke eiwitproductie, zelfs nog lager dan bijvoorbeeld een vegetarische schnitzel.”
In hoeverre geven labels als MSC en ASC een volledig beeld van de duurzaamheid van pelagische vis?
Heddema: “MSC maakt momenteel geen onderscheid tussen partijen die op dezelfde vis vissen. Wanneer de EU zich wel aan wetenschappelijke quota houdt en andere landen niet, is dat vanuit het keurmerk onvoldoende zichtbaar. Daarover voeren we constructieve gesprekken met MSC.”
Welke veranderingen in het supermarktassortiment zien jullie als visbestanden onder druk komen te staan?
Heddema: “Als visbestanden onder druk staan, verminderen supermarkten bepaalde soorten of halen ze tijdelijk uit het assortiment. Bij makreel stappen sommige retailers over op alternatieve soorten. De Nederlandse visserijsector vindt de VISwijzer daarvoor niet geschikt, omdat die volgens hen afwijkt van onafhankelijke internationale wetenschap en onvoldoende rekening houdt met het feit dat Europese vissers zich aan duurzaamheidsregels houden. Daarom vinden wij het teleurstellend dat makreel uit de schappen verdwijnt, terwijl er nog altijd een wetenschappelijk vastgesteld quotum geldt.”
Wie draagt momenteel de grootste last als vangstquota worden verlaagd?
Heddema: “De impact wordt in de hele keten gevoeld, maar vooral vissers en verwerkers worden hard geraakt. Voor vissers betekenen lagere quota vaak minder vaardagen, wat ook gezinnen en gemeenschappen raakt die afhankelijk zijn van de sector.
Ook verwerkers, zoals rokerijen, merken de gevolgen direct. Door de stop op makreel valt soms een groot deel van hun omzet weg. Overstappen op andere soorten is lastig, omdat die qua markt, smaak en verwerking niet zomaar vergelijkbaar zijn.”
In hoeverre laten supermarkten nog kansen liggen voor een verantwoord én aantrekkelijk visassortiment?
Koopman: “Uit YouGov-onderzoek blijkt dat de totale visconsumptie daalt, terwijl supermarkten juist belangrijker worden als aankoopkanaal. Daarmee hebben zij veel invloed, maar ook verantwoordelijkheid. Supermarkten vertalen duurzaamheid nu vooral naar keurmerken, terwijl jongeren die vaak nauwelijks opmerken of begrijpen.
Tegelijk zien we duidelijke kansen. Jongeren worden vaak spontaan getriggerd bij het visschap en reageren goed op duidelijke communicatie over herkomst, bereiding en gezondheid. Daarnaast halen zij inspiratie vooral online via Instagram en TikTok. Supermarkten kunnen daar beter op inspelen met receptinspiratie en eerlijke informatie over duurzaamheid. Vanuit SeaNext willen we retailers daar de komende jaren bij ondersteunen.”
Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.