Ook fabrikanten steeds meer betrokken bij overleggen

Strategische samenwerkingen noodzakelijk voor duurzame en transparante keten

NIEUWVEEN - Partijen binnen de hele voedselketen zijn gebaat bij strategische samenwerkingen, meent CBLdirecteur Marc Jansen. Aan Levensmiddelenkrant vertelt hij over de dilemma’s die daarbij komen kijken. Communicatie richting de consument is een voorwaarde voor het welslagen van strategische samenwerkingen: “Blijf vertellen wat je doet.”

Een gevoel van trots zou misplaatst zijn in zijn geval, vindt hij. “Maar we hebben als voedselketen laten zien wat we waard zijn, in de coronacrisis. Partijen hebben elkaar weten te vinden en tegen de verdrukking in er alles aan gedaan om de voedselketen doorgang te laten vinden. Er zijn geen tekorten geweest en we hebben de overheid laten zien dat voedsel niet op de bon hoefde. Een bovenmenselijke prestatie”, vindt Marc Jansen, directeur van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL).

Commitment
“Desondanks is er een hoop werk aan de winkel om de voedselketen toekomstbestendig te maken en de veranderingen door te voeren die de samenleving op termijn verwacht; denk aan duurzaamheid en biodiversiteit”, aldus Jansen. Uitbreiding van strategische samenwerkingen in de versketen is een manier om uitdagingen te tackelen, meent het CBL. Jansen: “Daarmee bedoelen we dat ketenpartners voor langere termijn commitment met elkaar aangaan, zoals samenwerken aan co-creaties en afspraken maken over consistente leveringen en afnames. Dat klinkt logisch, maar daarbij moet je de moeilijke thema’s niet uit de weg gaan.” Strategische samenwerkingen zijn vooralsnog hoofdzakelijk aan de orde binnen versketens, maar volgens Jansen is de trend dat fabrikanten ook steeds meer betrokken worden bij overleggen. “We kunnen niet zonder de Vions, A-ware’s en FrieslandCampina’s van deze wereld. Ik verwacht dat als de langdurige samenwerkingen in de versketens op orde zijn, er verder wordt gekeken in de richting van bijvoorbeeld kw-producenten.”

Dilemma’s in de keten
Ketenpartijen kampen bij strategische samenwerkingen met een aantal dilemma’s, blijkt uit onderzoek van EFMI Business School in opdracht van het CBL. Het oplossen van de vraagstukken zou volgens het onderzoek een grote stap voorwaarts betekenen bij het verduurzamen van de keten. Jansen licht de dilemma’s toe: “Schaalbaarheid versus onderscheidend vermogen; om een brede verduurzaming in versketens te realiseren is het belangrijk dat zoveel mogelijk spelers in de keten deelnemen. Maar als het grote deel van het geproduceerde volume daardoor weer vergelijkbaar is, wordt het lastiger om onderscheidend vermogen te behouden. Ook duurzaamheid versus betaalbaarheid is een vraagstuk; er is een breed gedragen ambitie in de versketen om verder te verduurzamen. Echter, dat brengt meerkosten met zich mee die vaak bij zowel de consument als de ketenpartijen komen te liggen. Ondernemers willen wel voldoen aan de maatschappelijke wensen, maar als de consument er niet voor betaalt, houdt het op.” Ook de vraag of je als ondernemer in vaste structuren of juist flexibel wil werken, is een dilemma volgens Jansen: “Enerzijds is er een groeiende behoefte aan flexibiliteit, maar bij langetermijnsamenwerkingen komen natuurlijk vaste structuren kijken als gevolg van zekerheid van sourcing en afzet. De ene ondernemer levert liever aan een coöperatie, de andere verkoopt bij voorkeur op de spotmarkt of termijnmarkt, zodat hij of zij kan profiteren van tijdelijke prijsfluctuaties.”
Elke partij in de keten worstelt met deze dilemma’s, stelt Jansen: “Al is er niet één mal waar ze allemaal doorheen kunnen, maatwerk is geboden. Maar deze opgaves moeten we met elkaar verhapstukken. Daarom is het wenselijk om zo veel mogelijk samen op te trekken, in ketenverband. Gelukkig zijn er al genoeg ketenpartijen die met elkaar strategische samenwerkingen zijn aangegaan.”

Drentse droge worst
Om die onder de aandacht te brengen, bracht het CBL vorige maand het Zichtboek Ketenrelaties uit. Daarin staan verschillende voorbeelden van langetermijnsamenwerkingen tussen retailers enerzijds en boeren en telers anderzijds (zie kader). Sietze Koetsier is een van de supermarktondernemers die genoemd wordt. Hij hecht veel waarde aan lokaal ondernemerschap. Zo liggen in zijn Drentse supermarkt Coop Koetsier veel producten uit de regio. Met het concept ‘Lekker van Koetsier’ verkort de ondernemer de keten en stimuleert hij lokale boeren, telers en producenten. Vlees is een belangrijk speerpunt voor de supermarkt, vertelt hij: “Klanten komen hier voor de Drentse droge worst, die we naar eigen recept maken. Maar ook andere producten haal ik graag regionaal; ik leg liever aardappels uit de buurt dan uit Malta in de schappen, mits ze van goede kwaliteit zijn natuurlijk.” Koetsier herkent de genoemde dilemma’s, waaronder schaalbaarheid versus onderscheidend vermogen: “We verkopen koolzaadolie die in de buurt gemaakt wordt. De producent kan bij ons flink wat afzetten, maar produceert te weinig om een hele supermarktorganisatie te kunnen voorzien. Voor ons zijn dergelijke producten een manier om ons te onderscheiden.” Ook duurzaamheid versus betaalbaarheid is een kwestie waar Koetsier mee te maken heeft: “Ik draag graag mijn steentje bij aan de leefbaarheid van onze regio, onder andere door lokale ondernemers via onze platforms – de winkel en de website Lekker van Koetsier – ruimte te bieden. Samenwerken met verschillende partijen levert een hoop extra werk op, onder andere wat betreft etikettering, registratie en logistiek. Ik ben nog zoekende hoe ik dit voor ons vorm kan geven op een financieel acceptabele manier.”

Lokale merknaam
Jan Verbeeten, mede-eigenaar van supermarkten Plus Verbeeten (gelegen in Zuidoost-Nederland), sluit zich hierbij aan. Voor de drie winkels werd een eigen lijn ontwikkeld met tientallen producten uit de regio, onder de naam ‘De Streek+Verbeeten’. “We halen ons een hoop extra werk op de hals. Maar het is de moeite waard: de consument plukt de vruchten van een kortere keten – en dus versere producten. Boeren, telers en producenten krijgen eer van hun werk, omdat hun producten niet in een grote vrachtwagen naar onbekende bestemmingen verdwijnen. En wij onderscheiden ons van concurrenten.”
Met de lijn is volgens Verbeeten een lokale merknaam gecreëerd, waar regionale producenten inmiddels zelf op afkomen: “Sinds kort hebben we friet van een aardappelboer uit de buurt in de schappen liggen. Dat product stond bij ons niet op de radar, maar de ondernemer heeft ons benaderd.” Behalve friet worden in de supermarkten onder andere veel agf-producten verkocht uit de buurt, maar ook vlaaien, kaas, zuivel en vlees. Verbeeten: “Met veel leveranciers werkten we al jaren samen, maar de producten waren voor veel klanten niet herkenbaar in de winkel. Met een lokaal reclamebureau hebben we toen ‘De Streek+Verbeeten’ ontwikkeld, een lijn om het verhaal op een toegankelijke manier te kunnen overbrengen. In de winkels gebruiken we ondersteunend POS-materiaal, zoals plafondhangers en schapkaarten. Ook online besteden we veel aandacht aan onze lokale leveranciers.”

Laatste stap
Communicatie richting consumenten is een uitdaging, vertelt Jansen van het CBL: “Het is frustrerend als je een prachtig product hebt ontwikkeld dat voldoet aan maatschappelijke wensen, dat vervolgens sterft in schoonheid omdat je die laatste stap niet hebt gezet. Blijf aan de consument vertellen en laten zien wat je doet én waarom je doet wat je doet. En dan op zo’n manier dat het niet wordt afgedaan als green washing . Alle ketenpartijen moeten daarin verantwoordelijkheid nemen: retailers en producenten, maar ook andere stakeholders zoals de politiek en maatschappelijke organisaties hebben een rol.”

Namen en rugnummers
Een andere uitdaging in strategische samenwerkingen is om (veel) meer Nederlandse boeren en tuinders hierbij te betrekken. Jansen: “Het gesprek hierover voeren we veelvuldig binnen de branche. Een voorbeeld: Plus heeft genoeg aan een twintigtal varkensboeren om hun hele propositie van varkensvlees mee in te vullen. Als je dergelijke cijfers extrapoleert naar de hele Nederlandse afname, dan kom je uit op twintig procent van de productie. Voor zo’n tachtig procent van de Nederlandse boeren en tuinders is strategische samenwerking met Nederlandse partners niet relevant. Gelukkig is de exportmarkt enorm, maar ik hoop dat het voor die grote groep boeren mogelijk wordt eenzelfde model te organiseren met hun buitenlandse afnemers. Verder zou het mooi zijn als de anonimiteit in de keten verdwijnt. Zo’n werkwijze is nog steeds nieuw voor de commodity. Gelukkig komen namen en rugnummers van afnemers en leveranciers steeds meer in beeld, getuige ook de voorbeelden in ons Zichtboek Ketenrelaties. De transparantie wordt groter en dat is een goede ontwikkeling.”

Voorbeelden van strategische samenwerkingen in de versketen
Veel supermarktorganisaties werken in verschillende versketens al een tijd samen met vaste leveranciers. Zo heeft Dirk haar volledige keten van rundvlees in eigen beheer. De boeren worden door Dirk geselecteerd en regelmatig gecontroleerd of op de voorwaarden van Stichting Beter Leven. Lidl is een langdurige en exclusieve samenwerking aangegaan met Kipster, de producent van duurzame eieren en vlees. Albert Heijn zet zich in de programma’s ‘Beter voor’ in om de versketens van vlees, zuivel, eieren, groente en fruit zo transparant mogelijk te maken. In Nederland werkt de retailer samen met een vaste groep van 200 melkveehouders, 100 varkensboeren, 200 eierboeren en 200 groente-en fruittelers met wie ze afspraken maken over onder andere duurzaamheid, innovaties en het verdienvermogen.

Bron: Levensmiddelenkrant