‘Dieren eten eiwitrijk voedsel dat we in sommige gevallen ook zelf kunnen eten, zoals soja’

Transitie van dierlijk naar plantaardige eiwit in volle gang

[SPECIAL: PROTEÏNE] NIEUWVEEN - Geopolitieke spanningen, pandemieën en misoogsten, het zijn allemaal zaken waardoor de wereldvoedselvoorziening in gevaar kan komen. En dat besef is de afgelopen twee jaar gestegen. Voedselproducerende bedrijven lopen daar nu ook tegenaan: ingrediënten zijn niet meer leverbaar óf tegen een hoge prijs verkrijgbaar. In 2018 zijn EUlidstaten al opgeroepen om meer balans te krijgen tussen plantaardige en dierlijke eiwitten. “Als je kijkt naar het groeiend aantal flexitariërs, dan is Nederland klaar voor de eiwit-transitie.”

Dat zegt Renske Janssen, lector eiwittransitie in voeding bij de HAS Hogeschool. “De eiwittransitie is de verschuiving van het eten van dierlijke eiwitten naar meer plantaardige eiwitten. Daarmee wordt de impact op het milieu verminderd én het is een duurzamere manier, want je kunt meer plantaardige eiwitten produceren dan dierlijke eiwitten”, vertelt Janssen. Dat komt omdat dieren eiwitrijk voedsel krijgen dat we in sommige gevallen ook zelf kunnen eten, zoals soja. “Maar een koe eet ook gras en dat kunnen mensen niet verteren. Het is belangrijk dat de hele keten meegaat in de transitie, en dat begint al bij de boeren en telers. Wat gebruiken zij en voor wie wordt dat geproduceerd?”

Voedselvoorziening
De eiwittransitie en de nodige stappen die nog gezet moeten worden, zijn in 2020 in Nederland vastgelegd in de Nationale Eiwit Strategie (NES). De oorlog in Oekraïne was voor Henk Staghouwer, voormalig minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, reden om op 3 juni een brief te schrijven aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Daarin schrijft hij dat een onderzoek omtrent de voedselzekerheidssituatie naar aanleiding van de Oekraïnecrisis heeft uitgewezen dat het wegvallen van de invoer van soja aanzienlijke effecten zal hebben. “Met name voor de productie en consumptie van vlees. De voedselvoorziening is dan niet in gevaar, maar er zijn wel direct aanpassingen vereist in het dieet van mens en dier. Om hierop voorbereid te zijn en de veerkracht van Nederland tijdig en op een duurzame wijze te versterken, is de NES ontwikkeld”, schrijft de minister.

Het is belangrijk dat de hele keten meegaat in de transitie, en dat begint al bij de boeren en telers

De pijlers van de NES zijn zelfvoorzienend, duurzaam en gezond. De in 2020 gepresenteerde strategie heeft als doel om de komende 5 tot 10 jaar de zelfvoorzieningsgraad van nieuwe en plantaardige eiwitten te vergroten op een duurzame manier die bijdraagt aan de gezondheid van mens, dier en natuurlijke omgeving. Dat Nederlanders meer eiwitten moeten eten is niet de reden, zo staat in de NES: Nederlanders krijgen voldoende eiwit binnen en vaak meer dan nodig. Van de menselijke eiwitconsumptie is 39 procent van plantaardige oorsprong (peulvruchten, granen en noten) en 61 procent van dierlijke oorsprong (vlees, vis en zuivel). Om de doelstellingen van de NES te behalen moet dit naar een balans van 50 procent dierlijk en 50 procent plantaardig eiwit in 2030. “Deze verhouding past bij de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum”, aldus Staghouwer.

Veevoer
De plantaardige eiwitten die door Nederland van buiten de EU worden gehaald, worden voor 11 procent gebruikt voor de productie van voedsel of veevoeder. De overige 89 procent wordt, eventueel na verwerking, weer geëxporteerd. Daarvan is 93 procent bestemd voor veevoer. Het vee dat in Nederland met deze eiwitten wordt gevoerd is voor een groot deel bestemd voor de export van vlees en zuivel. Kortom, de plantaardige eiwitten zijn in veel gevallen maar een korte tijd in Nederland. Wat gebeurt er met het veevoer als Nederland meer plantaardige eiwitten vrij wil maken voor de menselijke consumptie? Als het aan de plannen van de NES ligt, dan is het eiwitrijke grondstoffenpalet voor ons vee over tien jaar uitgebreid met eiwitrijke gewassen uit de EU, insecten en microbiële eiwitten. Zo kan kippen- en varkensvoer dan bestaan uit circulaire grondstoffen als diermeel en keukenafval, en eten runderen hoofdzakelijk gras of lokale vlinderbloemigen (zoals erwten en bruine bonen).

Nutritionele waarden
En wat eten Nederlanders dan als de helft van hun eiwitinname moet bestaan uit plantaardige varianten? “Eigenlijk vind je overal om je heen plantaardige eiwitten: denk aan peulvruchten, granen, noten en groene bladeren. Het zijn allemaal bronnen waar je het uit kunt halen”, legt Janssen uit.
Voedselproducerende bedrijven spelen ook een grote rol. Zij kunnen bijvoorbeeld erwteneiwitisolaat gebruiken. “Dat zijn gezuiverde eiwitten uit bonen die je als ingrediënt kunt gebruiken. Het zit al in veel producten, zoals vlees- en zuivelvervangers. De kansen liggen bij de hoeveelheid eiwitten toevoegen. Het is soms nog lastig om hetzelfde product te krijgen met een vergelijkbare hoeveelheid plantaardige eiwitten. Het is goed om in de gaten te houden dat je dezelfde nutritionele waarden krijgt, want dan blijven we – net als nu – voldoende eiwitten eten. Daarnaast is het van belang om vanuit de eiwitten alle essentiële aminozuren te krijgen. Niet alle plantaardige eiwitten bevatten voldoende van alle essentiële aminozuren, maar dit kan opgelost worden door eiwitten van verschillende plantaardige en alternatieve eiwitbronnen, zoals schimmels, te eten.”

Dit artikel verscheen eerder in Levensmiddelenkrant. Abonneren? Klik hier.