DEN HAAG – De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) waarschuwt voor een toename van het zogenoemde grensshoppen als de suikertaks wordt ingevoerd. Door de taks dreigen bepaalde boodschappen 10 tot 20 procent duurder te worden. Juist de prijs is volgens onderzoek van EFMI Business School het belangrijkste motief om over de grens boodschappen te doen.
Volgens de FNLI schiet de suikertaks haar doel voorbij, omdat nog meer Nederlandse consumenten hun boodschappen over de grens gaan doen. Nu al gaan vier op de tien Nederlanders weleens de grens over voor hun boodschappen. Ze kopen vooral producten waar in ons land relatief hoge heffingen en accijnzen op zitten, zoals alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Duitsland is daarbij populairder dan België. In de grensregio’s gaat zelfs 55 tot 70 procent van de consumenten regelmatig shoppen bij de oosterburen.
Economie
Hierdoor gaat volgens de FNLI ongeveer 2,1 miljard euro aan inkomsten voor Nederlandse retailers verloren. Ook de Nederlandse economie krijgt te maken met de negatieve gevolgen van het grensshoppen. Ons land loopt tussen de 340 en 380 miljoen euro aan btw- en accijnsopbrengsten mis. Daarnaast draagt elke euro die over de grens wordt uitgegeven niet bij aan omzet en werkgelegenheid. De suikertaks zal naast alcoholhoudende en alcoholvrije dranken een nieuwe categorie zijn waarvoor Nederlanders over de grens gaan shoppen.
Grensregio’s
FNLI-directeur Cees-Jan Adema: “Het onderzoek laat zien dat de voorgenomen suikerbelasting een extra reden vormt om boodschappen over de grens te doen. Daardoor verliest Nederland economische activiteit, terwijl het effect op de volksgezondheid onzeker blijft. Voor supermarkten in de grensregio’s kan dit bovendien leiden tot verder omzetverlies, met mogelijke gevolgen voor de werkgelegenheid en het lokale voorzieningenniveau. Dat is een slechte uitkomst voor consumenten, ondernemers en de schatkist.”
Bron: Levensmiddelenkrant