‘Het voordeel is dat je mensen in hun waarde laat, dat ze zelf een keuze kunnen maken’

Voedselbanken Nederland werkt steeds meer met supermarktconcepten

HOUTEN - Voedselbanken Nederland vraagt in week 42 extra aandacht voor mensen die onder de armoedegrens leven en zijn aangewezen op voedselpakketten. Paul van Berkel, binnen het bestuur van VBN verantwoordelijk voor voedselverwerving, vertelt aan Levensmiddelenkrant hoe ze aan alle producten komen die beschikbaar worden gesteld. “We maken simpelweg gebruik van het voedsel dat anders wordt verspild. We werken al jaren samen met alle fabrikanten die bereid zijn om te doneren in de breedste zin van het woord.”

Wat is de gedachte achter de Week van de Voedselbanken?
“In de Week van de Voedselbanken vindt ook de Wereld Armoededag en Wereld Voedseldag plaats. Die thema’s komen terug bij onze organisatie, vandaar dat we hebben gekozen om op dat moment aandacht te vragen voor de problemen waar wij oplossingen voor bedenken. We helpen momenteel zo’n 40.000 huishoudens, maar dat zijn lang niet alle mensen die er behoefte aan hebben. Velen bereiken we niet, omdat ze de voedselbank niet kennen of zich schamen. Om in aanmerking te komen, bekijken we het nettobestedingsinkomen, dus bezittingen worden daar buiten gelaten. We werken altijd samen met andere partijen om ervoor te zorgen dat cliënten, zoals we die noemen, na twee of drie jaar niet meer afhankelijk zijn van ons. Al laten we ze na die tijd niet met honger onder een brug liggen natuurlijk. Een voedselpakket krijgt je dus altijd met een traject.”

Kun je uitleggen hoe de voedselwerving werkt?
“De producten zijn allemaal afkomstig van fabrikanten en supermarkten. We maken simpelweg gebruik van het voedsel dat anders wordt verspild. Denk daarbij aan producten met een oude verpakking of die tegen de THTdatum aan lopen. Het maakt ons allemaal niet uit, we zijn er heel blij mee. We werken al jaren samen met alle fabrikanten die je kunt bedenken en die bereid zijn om te doneren in de breedste zin van het woord. We werken ook samen met retailers. Dat zijn enerzijds centrale afspraken, maar anderzijds ook regionale en zelfs lokale. Het volume van producten dat wij ontvangen is de afgelopen jaren afgenomen als gevolg van allerlei antiverspillingsinitiatieven. Hierdoor worden we afhankelijker van voedseldonaties. Het verspillingsconvenant zal deze trend alleen maar verder versterken. Iedereen neemt maatregelen tegen voedselverspilling en dat is uiteraard goed voor de planeet, maar iets minder voor ons. De aangeboden hoeveelheid voedsel neemt daardoor af, terwijl we er juist afhankelijk van zijn. Gelukkig krijgen we ook donaties, zoals 140 ton vlees. Dat proberen we allemaal op te slaan. Veel kan de vriezer in, gelukkig. In bepaalde periodes kun je dan putten uit de voorraden die er zijn. Aan de andere kant moeten ook wij wel eens besluiten dat bijvoorbeeld versproducten niet meer meegegeven kunnen worden in een voedselpakket, omdat de houdbaarheid dat niet toestaat. Met de Voedsel- en Warenautoriteit hebben we afspraken over de houdbaarheidsdatum, want voedselveiligheid is ontzettend belangrijk. Daar houden we ons altijd aan. We leveren tenslotte aan mensen en ook al ben je arm, je hoeft niet ziek te worden van voedsel.”

In hoeverre hebben ontvangers keuze en houden jullie rekening met dieetwensen?
“We zijn op steeds meer locaties supermarktconcepten aan het installeren. Het is eigenlijk een winkel waar je niet afrekent. Cliënten kunnen zelf een bepaald aantal items uit het schap pakken. Het voordeel is dat je mensen in hun waarde laat, dat ze zelf een keuze kunnen maken en daarbij dus ook rekening kunnen houden met dieetwensen. Tweede voordeel is dat je minder verspilling in de keten hebt. Daarmee bedoel ik dat mensen soms producten weigeren of weggooien als het in een pakket zit. Of dat ze pindakaas krijgen, terwijl ze dat nog thuis hebben staan. Dit concept vraagt meer van vrijwilligers, want het moet uitgestald en goed begeleid worden. Tijdens de coronaperiode zagen we wel dat het sociale moment bij de voedselbank verdween, want men probeerde zo veel mogelijk te spreiden en zo min mogelijk contact tussen mensen te organiseren. Hierdoor werd er niet meer onderling geruild en waren er strakke tijdvakken om te komen. Gelukkig zien we dat we langzaam aan het terugkeren zijn naar de oude situatie.”

Wat zijn producten die jullie vaak nog missen?
“Eieren krijgen wij vrijwel nooit, omdat er altijd wel een afzetkanaal voor is. Daarnaast is de houdbaarheid niet lang. Het is niet dramatisch, want we zijn er niet om de weekboodschappen te voorzien. Wij leveren een bijdrage voor ongeveer 2 à 3 dagen eten. Het belangrijkste is dat we ongeveer tweederde van het pakket invullen volgens de Schijf van Vijf, zodat er ook voldoende gezonde producten bij zitten. Er zijn bepaalde momenten geweest dat we een grote hoeveelheid ongezonde artikelen kregen aangeboden, maar toch hebben geweigerd. Dan past het niet in de doelstellingen of we hebben geen opslag.”

Hoe gaan jullie om met overschotten of verlopen THT-datums?
“Als het gaat om de houdbaarheid, dan zijn er diverse routes. Bij de voedselbank kennen we meerdere verwervingslocaties: landelijk, regionaal en lokaal. We hebben geen landelijke voorraad. Alles gaat direct naar de regionale distributiecentra of de lokale voedselbanken. In principe weigeren we zaken die niet meer voldoende houdbaarheid hebben om uit te geven aan cliënten. Als het ons dan toch niet lukt om de producten binnen de houdbaarheid uit te geven, dan hebben we vaak een samenwerking met keukens in de buurt of de kinderboerderijen die de producten overnemen. Groente en fruit dat niet meer goed is, nemen we niet aan.”

Bron: Levensmiddelenkrant